Hoorcollege 7 Flashcards

(67 cards)

1
Q

Emoties

A

Complexe ervaringen waarbij cognitie, affect en fysiologie een rol spelen.

Cognitieve component –> identificeert stimulus
Affectieve component –> produceert het gevoel
Fysiologische reactie –> activering sympatische zenuwstelsel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Stemmingen

A

Duren langer dan emoties, en het is minder duidelijk waar ze vandaan komen vergeleken met emoties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Affectpredispositie

A

Neiging om op een bepaalde manier te reageren op bepaalde situaties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Interpersoonlijke houdingen

A

Omvatten hoe iemand tegenover anderen staat.
-Bv verlegen zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Esthetische emoties

A

Emoties die worden opgeroepen door muziek of kunst.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Utilitaire emoties

A

Alledaagse emoties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Bevriezen (angstreactie)

A

Aandachtige onbeweeglijkheid, waarbij een oriëntatiereactie wordt vertoond en het dier/persoon stopt met wat het aan het doen is en de omgeving afzoekt naar de bron van de dreiging.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Vluchten (angstreactie)

A

Vluchten om conflict te vermijden als het mogelijk is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Vechten (angstreactie)

A

Sympathische activering mobiliseert middelen, klaar voor de strijd wanneer vluchten niet mogelijk is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Dood spelen (angstreactie)

A

Het verschilt van bevriezen, omdat het niet gepaard gaat met het verzamelen van informatie over bedreiging. Wordt ook wel tonische immobiliteit genoemd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Overgave (angstreactie)

A

Na een schrik, initiatie van een uitschakeling van activiteit via parasympathische activering. De bloeddruk en hartslag dalen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Flauwvallen (angstreactie)

A

Verlies van bewustzijn gemedieerd door afkeer. Er wordt beweerd dat walging als emotie geëvolueerd is, omdat het een beschermende functie had tegen infectieziekten. Flauwvallen –> bescherming tegen besmettelijke/schadelijke stimuli.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Gedragsimmuniteit

A

Bepaald gedrag helpt ons om blootstelling aan levensbedreigende micro-organismen te vermijden.

Bv een vies toilet vermijden (walging)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Ervaringscomponent en expressiecomponent van emotie.

A

Je kunt je bijvoorbeeld gelukkig voelen en dat uiten (of niet).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Charles darwin en emoties

A

Hij schreef een belangrijk boek over emoties. ZIjn idee was dat emoties aangeboren, adaptief en universeel zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

William James en emoties

A

Beweerde dat: 1. Fysiologische veranderen 2. Emoties voelen. Bv uit trillende benen kan je concluderen dat je bang bent.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Magda Arnold en emoties

A

Stelt dat het belangrijk is wat een situatie voor een persoon betekent. Emoties zijn gebaseerd op perspectief; een situatie leidt tot verschillende effecten op elk persoon.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

James Averill en emoties

A

Tegenhanger Darwin. Hij stelt dat emoties sociale constructen zijn. Elke cultuur heeft zijn eigen specifieke emoties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

LeDoux en Damasio en emoties

A

Ze legden het verband tussen emoties en de hersenen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Drie componenten van emoties

A

Subjectief (bv gevoel), gedrag (bv gezichtsuitdrukking), fysiologisch (bv verandering hartslag, bloeddruk)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Paul ekman en de zes primaire emoties

A

Verbazing, angst, woede, walging, verdriet en vreugde.

Bijkomende emoties: minachting en schaamte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Plutchik en de acht basisemoties

A

Er zijn acht basisemoties die tegengestelde dimensies vertegenwoordigen. Alle verschillende vormen van emoties komen voort uit combinaties van deze dimensionale emoties.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Russells circumplexmodel van affect

A

Beschouwt emotie op dimensies van plezierig/onplezierig en opgewonden/ niet opgewonden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Diepe gelaatsspieren

A

Hechten aan het bot en maken grote bewegingen mogelijk, zoals kauwen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Oppervlakkige gezichtsspieren
Hechten alleen aan de huid en zorgen voor veel van de subtiliteit in emotionele expressie en wanneer ze samentrekken, veranderen ze de vorm van de mond, neus etc.
25
Orbicularis oculi en zygomaticusspieren worden geactiveerd om....
een glimlach te produceren.
26
De golfspier wordt geactiveerd tijdens..
Een frons van woede.
27
De spier van de levator labii superior produceert...
Een gezicht van walging.
28
Door welke twee hersenzenuwen worden de spieren van het gezicht aangestuurd?
De nervus facialis (oppervlakkige spieren) en de nervus trugeminus (diepe aangezichtsspieren).
29
Gezichtsfeedbackhypothese
Stelt dat feedback van gezichtsuitdrukkingen een oorzakelijke rol speelt bij emotionele ervaring. Het niet kunnen herkennen van gezichtsuitdrukkingen en dus andere perspectieven niet begrijpen leidt tot moeilijkheden in prosociaal gedrag (autisme en alcoholisme). Deze theorie stelt ook dat als je lacht ook al voel je je niet blij, dat het toch een positief effect heeft.
30
Kritiek op Darwin en Ekman
Er wordt getwijfeld aan de universaliteit van emoties. Zelfs persoon tot persoon is herkenning/gevoel van emotie anders. Ook in ongeletterde culturen worden sommige emoties minder goed herkend dan in westerse culturen.
31
Is sociale/emotionele verwerking aangetast bij alcoholisten? Waardoor komt dat?
Ja , door hersenschade (vooral in rechterhersenhelft en frontale kwabben.
32
Rechterhersenhelfthypothese
Aanname dat door schade aan de rechterhersenhelft alcoholisten en drugsgebruikers slechtere sociale vaardigeden hebben, omdat de rechterhersenhelft een belangrijke rol speelt bij sociale verwerkingstaken.
33
Drie verklaringen voor slechte sociale cognitie bij alcoholisten
1. Visiospatiële tekorten: gezichtsuitdrukkigen worden traag herkend en verkeerd geïdentificeerd door slechte cognitieve verwerking. 2. Abnormale verwerking van sociale emoties: De functie van de frontale kwab is aangetast, hierdoor is het vermogen om de amygdala activiteit te bemiddelen minimaal en dit kan verband houden met de neiging om te overdrijven. 3. Interpersoonlijke gevoelens en stress: Eigen stress wordt niet goed verwerkt en wordt verergerd door subcorticale schade --> overdreven of afgezwakte reactie op emotionele stimuli.
34
James-Lange theorie
Emotionele stimuli --> Fysiologische reactie --> Emotie.
35
Cannon-Bard theorie
Gebeurtenis --> lichamelijke reactie + emotie. (tegelijk)
36
Kritiek van cannon bard op james lange theorie
..
37
Kreibig en emoties
Fysiologische specifiteit van emoties: Negatief: woede, zorgen, walging, schaamte, angst, en verdriet. Positief: genegenheid, vermaak, tevredenheid, geluk, vreugde, plezier, trots, opluchting (veligheid). Zonder duidelijke waarde: verrassing en onzekerheid.
38
Theorie van LeDoux
Evolutionaire theorie --> De emoties angst en bezorgdheid zijn in de loop der tijd geëvolueerd vanuit oorspronkelijke vormen.
39
Dual route model (LeDoux)
Er is een dubbele manier om emotionele informatie te verwerken; 1. Korte route: Thalamus --> amygdala (snel maar slordig) 2. Lange route: Thalamus --> deel van cortex --> amygdala (langzamer maar specifieker. Pas na deze informatieverwerking vind er een reactie plaats.
40
Magda Arnold/Richard Lazarus
Het gaat om de beoordeling van de situatie (appraisal). Afhankelijk daarvan zul je een emotie voelen of bepalen.
41
Het model van Roll (versterkingsmodel van emotie)
Dit model is gebaseerd op versterking en bestraffing. Roll ziet emoties als product van beloning en straf. In dit model worden positieve emoties geassocieerd met beloning en negatieve emoties met straf. Het weglaten van een beloning kan resulteren in woede/frustratie, terwijl het weglaten van een straf resulteert in opluchting.
42
Wat zegt Roll's theorie over versterkende stimuli?
Versterkende stimuli die relevant zijn voor een bepaalde motivatie toestand zoals smaak en honger worden niet geclassificeerd als emotionele stimuli. Kortom: honger en smaak zijn versterkend vanwege een fysieke behoefte (motivatie), niet omdat ze per se emoties oproepen. Daarom worden ze niet geclassificeerd als emotionele stimuli.
43
Rolls over de orbitofrontale cortex
--> maakt flexibiliteit van emotioneel gedrag mogelijk. --> gevoelig voor verandering.
44
Rolls over de cingulate cortex en amgydala
--> ontvangt input over beloningsverwachtingen en over daadwerkelijke beloningen van de orbitofrontale cortex en de amgdala. De anterieure cingulate cortex kan dan signalen van de orbitofrontale cortex en de amgydala vergelijken om de besluitvorming te sturen.
45
Conceptueel actiemodel van emotie (Lisa Feldman Barret)
Emotie is een psychologisch fenomeen dat sociaal gedeelde conceptuele kennis vereist om betekenis te geven aan fysiologische veranderingen. Makkelijk gezegd: Barrett stelt dat emoties niet automatisch door een vaste biologische reactie worden veroorzaakt, maar dat het brein emoties construeert op basis van eerdere ervaringen, context en kennis. Ze ziet emoties als psychologische fenomenen die je kan begrijpen door te kijken hoe het brein informatie verwerkt en betekenis geeft aan lichamelijke signalen.
46
Drie algemene hypothesen bij het conceptuele actiemodel
1. Emoties ontstaan bijna direcht uit psychologische processen. --> kerneffect: de mentale representatie van een lichamelijke sensatie, die je vertelt of iets positief/negatief is ---- bv: hartslag versnelt: interpreteert het als angst of opwinding, afhankelijk van de context. 2. De hersenprocessen die emoties maken zijn algemene processen. Ze zijn niet speciaal gemaakt voor emoties, maar worden ook voor emoties gebruikt. 3. Niet emotionele factoren zoals concepten en taal spelen een belangrijke rol bij het bepalen van emoties.
47
Liefde
Een sterke affectieve neiging voor een specifiek persoon die niet vervangbaar is. Het is geen emotie, maar een motivatietoestand. Aspecten liefde: emotioneel, fysiek, gedragsmatig, cognitief.
48
Thalamus
Plek van sensorische integratie waar (emotionele) prikkels worden verwerkt.
49
Papez-circuit
Sensorische input --> thalamus --> sensorische cortex --> cingulate cortex. Tegelijk: Sensorische input --> thalamus --> hypothalamus --> projectatie voorste thalamus --> cingulate cortex De cingulate cortex levert daarna output naar de hippocampus, en via de fornix terug aan de mammalichaampjes van de hypothalamus. 2 routes: corticale circuit en thalamische ciruit.
50
Kluver-Bucy syndroom
Syndroom na leasies van de mediale temporale kwab, bij aapjes. Veel gedragsmatige gevolgen bv hyperseksualiteit en coprofagie (uitwerpselen eten). Letsels, specifiek aan de amgydala, kunnen verantwoordelijk zijn voor de vermindering van angstreactie die wordt gezien bij het kluver bucy syndroom.
51
Amygdala
Niet een set kernen maar een complex van verschillende regios met verschillende neuroanatomische verbindingen. De basolaterale nuclei ontvangen input van de cortex, thalamus en hippocampus.
52
Wat gebeurt er als er laesies zijn in de amygdala?
Dingen zoals: - Verminderde/geen emotionele reactie - Moeite herkennen van emotionele inhoud wanneer er alleen gezichtsuitdrukking is. Bij stimulatie van de amygdala is er juist angst/opwinding.
53
Wat gebeurt er als er laesies zijn in de hippocampus?
Het voorkomt contextuele angstconditionering. De hippocampus zorgt voor het geheugen van gebeurtenissen en ervaringen uit het verleden.
54
Angstconditionering
De processen die uitgevoerd worden door neurale mechanismen in reactie op een geconditioneerde stimulus. Dus gw bang worden van een neutrale stimuli..
55
Wat bevatten overlevingscircuits?
Verdedigingscircuits, voortplantingscircuits en voedingscircuits.
56
Wat stelde LeDoux over het onstaan van gevoelens bij mensen?
Gevoelens treden bij mensen op wanneer het bewustzijn detecteert dat overlevingscircuits actief zijn of getuige is van het bestaan van een algemene organisme staat, geinitieerd door de activatie van een overlevingscircuit in de aanwezigheid van een bepaald type uitdaging/kans en deze toestand beoordeelt en labelt. Chattie: Volgens LeDoux ontstaan gevoelens bij mensen op deze manier: In je hersenen zitten overlevingscircuits — die zorgen ervoor dat je snel reageert op gevaar of kansen (zoals eten vinden, vluchten bij gevaar, vechten, voortplanten). Wanneer zo’n overlevingscircuit actief wordt, verandert je lichaamstoestand (bijv. je hartslag gaat omhoog, spieren spannen zich aan, je focust beter). Je bewustzijn merkt deze veranderingen op (je wordt er als het ware "getuige" van). Je brein beoordeelt wat er gebeurt (“dit is eng” of “dit is fijn”) en geeft er een label aan — dat label is je gevoel (zoals angst, blijdschap, boosheid, enz.).
57
Somatische markerhypothese van emotie
De theorie dat lichamelijke reacties (somatische markers) de besluitvorming beïnvloeden door emotionele en fysiologische informatie te koppelen aan eerdere ervaringen (chattie.) Je emotionele besluitvorming wordt beinvloed door perifere feedback van het lichaam
58
Welke hersengebieden houden verband met liefde?
Foto's bekijken van geliefden: - Toename activiteit anterieure cingulate cortex en stratium - Afname amygdala - Ventrale tegmentale gebied en nucleus accumbens (motivatie paden hersenen) lichten op in beeldvormingsstudies. Liefde word geassoceerd met activering beloningssystemen in de hersenen.
59
Welke hormonen houden verband met liefde?
- Stijging cortisol (verhoging opwinding) - Oxitocine en vasopressine komen vrij - Testosteron afname mannen, toename bij vrouwen - Endorfine, enkefaline en dopamine zijn betrokken bij de liefdes reactie. (motivatie rol)
60
Overeenkomsten tussen verslaving en liefde
- Overprotective zijn (over je liefde/over je drugs) - Focus/prioriteit (op je liefde/op je drugs) - Obsessieve gedachten - Random prikkels kunnen je laten denken eraan (aan je liefde / aan je drugs) - Verliefd --> genotregios geactiveerd Drugs --> verhoogd dopamine - Tolerant worden (aan drugs/aan liefde denk aan honeymoonphase) - Uitmaken en stoppen met drugs kunnen dezelfde effecten hebben (depressie, angst, zelfmoord)
61
Welke hersengebieden houden verband met geweld en agressie?
Amygdala (impulsief) Hypothalamus Prefrontale cortex (voorbedacht)
62
Welke hormonen houden verband met geweld en agressie?
Mannelijke hormonen (angdrogenen zoals testosteron)
63
Kunnen fysiologische reacties van het lichaam op stressfactoren gezondheidsproblemen veroorzaken?
Ja
64
Welke hersengebieden houden verband met muziek?
- Verhoogd activiteit ventrale stratium - Activatie nucleus accumbens en ventrale tegmentale gebied - prettige muziek activeert inferieure frontale gyrus, de anterieure superieure insula, het ventrale striatum, de gyrus van Heschel en het rolandische operculum. - Onaangename muziek verhoodg activatie: amygdala, hippocampus, parahippocamus, en temporale kwabben --> gebieden geassocieerd met negatieve emoties.
65
Welke hormonen houden verband met muziek?
- Dopamine (piekervaring) in het dorsale en ventrale striatum. - Verlaagd/verhoofd cortisol (ontspannend of stimulerend) - Verminderde beta endorfinen - Verhoogde immunoglobline A (antilichaam dat imuunrespons versterkt) - Verhoogde oxytocine bij zingen
66
Acht theorieën over waarom we ons hebben aangepast aan emotionele reacties op muziek
1. selectie (relationeel gedrag) 2. sociale cohesie (samenbrengen mensen tegen rivalen) 3. groepsinspanning 4. perspectuele ontwikkeling (gehooroefening goed voor taal) 5. ontwikkeling motorische vaardigheden (instrumenten bespelen/zingen) 6. conflictvermijding 7. tijd veilig doorbrengen (voor jagers, rustige onschuldige momenten) 8. transgenerationele communicatie (voor opeenvolgende generaties)