Theorie (inleiding)
Algemene verklaring voor een welomschreven verzameling feiten of gebeurtenissen, zo mogelijk bevestigd door consistente dataverzameling of experimenten.
Model (inleiding)
Visuele, verbale of wiskundige representatie van een wetenschappelijk idee of theorie.
Paradigma (inleiding)
Sociologisch paradigma (inleiding)
Stroming (inleiding)
een denkwijze/ idee dat gelanceerd wordt.
Traditie (inleiding)
Praktijken/ ideeën die van generatie op generatie worden doorgegeven.
Technocratie (A.C.)
macht aan de wetenschappers, industriëlen en ingenieurs die heel de samenleving moet inrichten.
Utopische socialisten (A.C.)
Zij dachten na over hoe de samenleving veranderen, ideeën over hoe de samenleving ingericht moet worden met industrie als onderdeel.
Sciëntocratie (A.C.)
Dit is een bestuursvorm waarbij beleidsbeslissingen voornamelijk worden gebaseerd op wetenschappelijke kennis en expertise, in plaats van politieke of ideologische overwegingen ––> politiek wordt ‘toegenpaste wetenschap’.
Le principe organisateur (A.C.)
de samenleving inrichten obv heldere goed georganiseerde kennis, de samenleving moet georganiseerd worden om het beter te doen.
Tout par l’industrie, tout pour elle (A.C.)
productiviteit opdrijven dmv kennis, zo gaat de samenleving industrialiseren. Er is dus kennis nodig om de samenleving te ontwentelen.
Positivisme (A.C.)
Positivistische sociologie (A.C.)
Deze neemt het religieuze aspect niet op, maar steunt enkel op basisuitgangspunten van Comte.
Atomaire feiten (A.C.)
Dit zijn de kleinste en simpelste feiten die iets over de werkelijkheid vertellen.
Atomaire zinnen (A.C.)
Idealisme (K.M.)
Religiekritiek van Bruno Bauer (K.M.)
Materialisme (K.M.)
De materiële werkelijkheid bepaalt de ideeën.
Religiekritiek van Ludwig Feuerbach (K.M.)
Binnen geloof projecteert men eigenschappen buiten zichzelf die men zou willen (vb: onsterfelijkheid), maar die je niet kan hebben, vervolgens ga je deze aanbidden (vb. God).
Historisch materialisme (K.M.)
Beknopte catechismus (K.M.)
Beknopte weergave van wat historisch materialisme is door een opsomming van vraag & antwoord.
Productiekrachten (K.M.)
Stand van zaken in de technologie en economie.
Productieverhouding (K.M.)
Bezitsverhouding, wie bezit wat.
Waren (K.M.)
Een ding dat menselijke behoefte bevredigt.