Twee radicaal verschillende strategieën voor het managen van een bedrijf of arbeidskrachten (Walton)
imposing control vs eliciting commitment.
Control strategie
De kern van de control strategie: de wens om orde te stellen, controle uit te oefenen en efficiëntie te bereiken bij arbeidskrachten.
Control strategie: de traditionele strategie voor het managen van je workforce
Commitment strategie:
De kern van commitment: banen zijn breder dan voorheen, combineren plannen en implementatie, bevatten inspanningen om operaties te verbeteren (niet alleen stabiel te houden). Individuele verantwoordelijkheden veranderen als omstandigheden veranderen. Teams zijn vaker verantwoordelijk voor performance. Management is redelijk plat, verschillen in status verkleind, controle en laterale coördinatie hangt af van gezamenlijke doelen. Expertise ipv formele positie bepaalt invloed. Meer zekerheid voor personeel
Commitment strategie:
Kosten van commitment
Sommige sectoren/omgevingen lenen zich meer voor commitment dan anderen. Bijvoorbeeld complex teamwork, probleemoplossing, organisatieleren, zelf-monitoring. Betekent dat dat control altijd beter is voor simpele machinetaken? Nee. Voordelen van commitment kunnen daar ook blijken.
Echter zijn er ook kosten:
Transitionele fase
Tussen commitment en strategie
“- Vaak kiezen organisaties voor een tussenfase, als onderdeel van een grotere beweging naar volledige commitment.
- Vrijwillige participatie van werknemers in probleemoplossende groepen zoals kwaliteitscirkels. Managers moeten manieren zien te vinden om medewerkers te bevragen over veranderingen die medewerkers raken en hen duidelijk maken dat ze alles gaan doen om ontslagen of pay cuts te voorkomen/minimaliseren. Wanneer deze wel optreden telt het principe van gelijkheid van opoffering, voor alle medewerkers.
- Veelvoorkomend probleem zijn ‘token’ veranderingen: veranderingen dit niks teweeg brengen.
- Overreaching kan een issue zijn: te veel wederzijdse invloed op bijvoorbeeld lonen, waardoor managers te weinig betaald krijgen.
Full-range theory
Transactioneel en transformationeel tezamen (actief deel) en laissez-faire (afwezigheid van actief) leiderschap (passief)
Transformationeel leiderschap (Burns/Bass):
het aansturen en inspireren van individuele inzet door het transformeren (en motiveren) van medewerkers. Conceptualiseert gedragingen die voorzien in hogere orde behoeften van medewerkers zodat ze organisatiedoelen gaan nastreven.
Richt zich op vier dimensies: Idealized influence (charisma) Inspirational motivation Individualized consideration Intellectual stimulation
Transactioneel leiderschap (Burns/Bass):
gebaseerd op de transacties van geldelijk en niet-geldelijk karakter. Leiders belonen medewerkers voor goed werk/goede inzet en geven sancties wanneer het onvoldoende is. Door beloningsstructuren medewerkers organisatiedoelen laten nastreven.
Richt zich op drie dimensies:
Contingente beloningen
Actief management-by-exception
Passief management-by exception
Kritiek op de full-range theory en de MLQ
Definitie Jensen transformationeel leiderschap
De intentie van leiders om hogere orde behoeften van medewerkers te activeren. De kernambitie van transofrmationele leiders is om medewerkers hun eigenbelang te overstijgen voor de organisatie.
Drie relevante gedragingen van transformationeel leiderschap (Jensen)
Zijn met elkaar verbonden: reflecteren dezelfde ambitie om medewerkers te transformeren, alleen van betekenis als ze samen gebruikt worden.
Definitie Jensen transactioneel leiderschap
In de conceptuele kern staat transacties tussen leider en medewerker met contingente beloningen en sancties. Verschil met transformationeel: transactioneel heeft als doel om eigenbelang bij medewerkers te creëren om doelen te bereiken. Dit berust op de assumptie dat het belang van een medewerker met de juiste prikkels kan aansluiten bij organisatiedoelen.
Drie contingente onderscheidingen bij transactioneel leiderschap
Verschil tussen geldelijk en niet-geldelijk is zeker van belang bij onderscheid publiek/privaat.
Deze type prikkels dragen gezamenlijk bij aan transactioneel leiderschap maar kunnen ook alternatieven van elkaar zijn.