Les 1 Com-B model Flashcards

(5 cards)

1
Q

Wat is het COM-B model

A

Het COM-B model stelt dat gedrag (behavior) wordt bepaald door drie componenten die allemaal aanwezig moeten zijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

COM-B model: Welke 3 componenten?

A

Capability, Opportunity(omgeving dus externe factoren), Motivation.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

COM-B Capability, Welke 2 componenten en hoe?

A

Fysiek: beschikt iemand over de lichamelijke vaardigheden of
mogelijkheden? (fysieke vaardigheden, kracht, conditie)

Psychologisch: Beschikt iemand over de kennis, cognitieve vaardigheden
en het inzicht om het gedrag te begrijpen en toe te passen? (Kennis, begrip, cognitieve vaardigheden)

Voorbeeld:Voorbeeld:
Joep wil vaker gaan hardlopen. Dit voornemen heeft hij al vaker gehad maar zonder succes. Nu gaat hij er echter werk van maken. Hij wil over 3 maanden 5 kilometer kunnen hardlopen zonder problemen. Als we hiernaar kijken volgens het COM-B model:

1 Capability(Fysiek/psychologisch): Joep heeft niet de beste conditie en een tijd lang last gehad van een oude blessure aan z’n enkel. (= fysieke capaciteit) Daarnaast heeft hij geen idee hoe hij een hardloopschema opstelt en daarmee conditie opbouwt (= psychologische capaciteit)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

COM-B Opportunity, welke 2 componenten en hoe?

A

Sociale: sociale normen, cultuur, steun van collega’s en leidinggevenden

Fysieke: de omgeving, middelen, tijd en systemen

Voorbeeld:Voorbeeld:
Joep wil vaker gaan hardlopen. Dit voornemen heeft hij al vaker gehad maar zonder succes. Nu gaat hij er echter werk van maken. Hij wil over 3 maanden 5 kilometer kunnen hardlopen zonder problemen. Als we hiernaar kijken volgens het COM-B model:

2 Opportunity (Sociaal/fysiek)
Joep’s vrienden vinden het een mooi doel. Ze ondersteunen hem van harte. Een vriendin, Lieke, stelt zelfs voor samen hard te lopen (= Sociale omgeving). Joep woont in een klein dorp met in de omgeving uitgestrekte weides en bossen, een prima plek om hard te lopen (= fysieke omgeving)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

COM-B Motivation, welke 2 componenten en hoe?

A

Reflectieve: bewuste afwegingen, doelen, overtuigingen en intenties

Automatische: emoties, impulsen, gewoontes en associaties

Voorbeeld:Voorbeeld:
Joep wil vaker gaan hardlopen. Dit voornemen heeft hij al vaker gehad maar zonder succes. Nu gaat hij er echter werk van maken. Hij wil over 3 maanden 5 kilometer kunnen hardlopen zonder problemen. Als we hiernaar kijken volgens het COM-B model:

3 Motivation (reflectief/automatisch)
Joep heeft voor zichzelf een doel gesteld, dat helpt hem doorgaans, maar hij twijfelt of hij het wel aankan om 5 kilometer hard te lopen (= reflectieve motivatie). Bij de gedachte aan 5 kilometer krijgt hij het al spaans benauwd en gevoelens van angst bekruipen hem (= automatische motivatie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly