actually
eigenlijk
own
eigen
rent
huren
house
woning (de)
in lodgings
op kamers
room
kamer (de)
someone else
iemand anders
roommate
huisgenoot (de)
lived
woonde (wonen)
together
samen
housemates
huisgenoten (de huisgenoot)
all of them
allemaal
men
mannen (de man)
our
onze (ons)
rooms
kamers (de)
bathroom
badkamer (de)
WC/toilet
wc (de)
kitchen
keuken (de)
downstairs
beneden
use
gebruiken
contact
contact (het)
they are
het zijn
students
studenten (de student)
nice
aardig