pocketdiepte
afstand in mm vanaf de marginale gingiva tot de meest coronaal gelegen vezelige bindweefselaanhechting
eigenschappen sucrose (3)
= sacharose–> rietsuiker/ bietsuiker
monosachariden(5)
disachariden(2)
- lactose
intrinsieke suikers
mono- en dischariden die van nature in de cellulaire structuur van voeding zitten zoals bij groenten, fruit en granen
extrinsieke suikers
mono- en dischariden die niet intracellulair in de voedselstructuur zitten, zoals honing/ rozijnen en vijgen
3 suikervervangers
3 suikeralchoholen
niet-calorische zoetstoffen (3)
extra toevoegingen van xylitol (2)