nederlands Flashcards

(32 cards)

1
Q

opsomming

A

ten eerste, ten tweede, om te beginnen, ook, verder, ten slotte, en

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

tijdsvolgorde

A

vroeger, later, nu, eerst, daarna, vervolgens, nadat, terwijl, dadelijk, intussen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

voorbeeld of uitleg

A

bijvoorbeeld, zo, als, zoals, denk aan, neem nou

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

tegenstelling

A

maar, hoewel, echter, toch, daarentegen, aan de ene kant.. aan de andere kant

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

oorzaak-gevolg

A

doordat, daardoor, als gevolg van, dat komt door, het gevolg is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

conclusie

A

dus, daarom, dat houdt in, kortom, concluderend, al met al

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

doel-middel

A

zodat, door middel van, met behulp van

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

voorwaarde

A

indien, tenzij, wanneer, mits

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

amuseren

A

je vermaken. een strip of grap

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

een mening geven

A

zijn mening duidelijk maken. bespreking boek of film

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

gevoelens oproepen of uitdrukken

A

emoties oproepen of duidelijk maken wat hij voelt. advertentie post op social media

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

informatie verstrekken

A

dat je iets te weten komt. nieuwsbericht of schoolboek

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

instrueren

A

dat je leert hoe iets moet. gebruiksaanwijzing

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

overtuigen

A

dat je zijn mening overneemt. reactie op een website

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

tot handelen aanzetten

A

dat je iets gaat doen. reclame of advertentie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

feit

A

je kan het bewijzen

17
Q

hoofdgedachte

A

wat de hele tekst in een zin samenvat

18
Q

kernzin

A

de zin waarin de hoofdzaak staat. laatste of eerste zin in alinea

19
Q

hoofdzaak

A

de balngerijkste informatie in een tekst

25
26
27
28
29
30
31
32