Untitled Deck Flashcards

(20 cards)

1
Q

Opsommend verband

A

ten eerste, ten tweede, ook, bovendien, daarnaast, verder en bijvoorbeeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

oorzaak-gevolg

A

doordat, omdat, daardoor, daarom, hierdoor, het gevolg is, zodat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

tegenstellend verband

A

maar, echter, toch, daarentegen en aan de ene kant.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

vergelijkend verband

A

net als, zoals, evenveel als, in vergelijking met

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

toelichtend verband

A

want, namelijk, met andere woorden en oftewel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

voorbeeldverband

A

bijvoorbeeld, zoals, denk aan, een voorbeeld hiervan is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

doel-middel verband

A

om te, zodat, met als doel en hiervoor

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

tijdverband

A

eer, daarna, vervolgens, ondertussen, ten slotte, uiteindelijk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

concluderend verband

A

dus, daarom, kortom, samenvattend

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

informatieteksten

A

teksten die bedoeld zijn om informatie te geven over een onderwerp bijvoorbeeld: schoolboek of nieuwsartikel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

betogende tekst

A

bedoeld om de lezer te overtuigen bijvoorbeeld: een mening

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

instructieve tekst

A

uitleggen hoe je ietsmoet doen bijvoorbeeld: een recept, handleiding of spelregels

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

activerende tekst

A

willen dat de lezer iets gaat doen bijvoorbeeld: reclame en poster voor een actie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

amuserende tekst

A

om de lezer te vermaken,: een verhaal, een grap of strip

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

hoofdzaken

A

de belangerijkste informatie in een tekst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

kernzin

A

de zin waarin de hoofdzaak staat ( laatste of eerste zin in alinea )

17
Q

hoofdgedachte

A

wat de hele tekst in 1 zin samenvat

18
Q

standpunt

A

mening van de schrijver die centraal staat in de tekst

19
Q

argument

A

een reden waarom het standpunt klopt.

20
Q

feit

A

je kan het bewijzen