wat zijn de verschillen tussen prokaryoten en eukaryoten?
prokaryoot:
- DNA zit los in de cel
- transport gaat via ionenpompen
- 70s ribosomen
- membraangebonden energie
eukaryoot:
- kern met membraan
- DNA in kern met histonen
- organellen met membraan
- 80s ribosomen
- energie via mitochondriën
welke vormen van gen transfer zijn er?
verticaal: van ouder op nakomeling
horizontaal: van soort naar andere soort
wat waren de eerste stappen in de eukaryotisering van prokaryoten?
verlies van de starre celwand –> fagocytose mogelijk –> vorming van cytoskelet –> membraantransport mogelijk
wat is het verschil tussen het cytoplasma en het cytosol?
het cytosol is het cytoplasma zonder de organellen
welke functies hebben de verschillende soorten endoplasmatisch reticulum?
rER: eiwit translatie, vouwing, transport
sER: calcium opslag, productie en opslag glycogeen, steroïd en fosfolipide synthese
wat zijn de 3 manieren waarop transport in de cel mogelijk is?
welke 4 typen weefsel zijn de basistypen?
wat is het centrale dogma in de biologie?
Gen A op het DNA staat voor mRNA A op het RNA wat codeert voor proteïne A op het eiwit
hoe vindt translatie plaats?
de basevolgorde in het mRNA wordt gedecodeerd door tRNA op ribosomen.
ribosomen bestaan uit een grote en een kleine subunit (60 en 40s). het 40s deel herkent beginpunt van RNA –> binding aan RNA –> herkenning startcodon –> binding 60s deeltje aan RNA –> begin translatie –> nieuw 40s deeltje aan 5’-eind –> bij stopcodon loskomen van 40s en 60s subunit.
wat bepaalt het juiste leesraam van het mRNA?
DNA wordt afgelezen van 5’ naar 3’ (of van N-terminus naar C-terminus), translatie begint bij AUG en eindigt bij het stopcodon.
wat gebeurt er tijdens en na de eiwitsynthese nog meer om het eiwit functioneel te maken?
wat zijn de 3 manieren waarmee RNA beschermd wordt tijdens verplaatsing naar het endoplasmatisch reticulum?
na splicing blijft op de exon-junction een functioneel eiwitcomplex achter
welke structuren kan een eiwit aannemen?
wat zijn de kenmerken van een enzym?
organische katalysatoren:
- versnellen chemische reacties door het verlagen van de activeringsenergie
- brengen reacties sneller naar evenwicht
- substraatspecifiek
het enzym verlaagt de activeringsenergie maar verandert niet de evenwichtsligging
wat is enzymkinetiek?
enzymkinetiek is de reactiesnelheid bij verschillende hoeveelheden substraat:
- deels eerste-orde reactie (v0 = k*[S])
- deels nulde-orde reactie (v0 = k)
- verzadigbaar
- hyperbool
wat is michaelis-menten kinetiek?
v0 = (Vmax*[S])/(Km + [S])
Wat zijn de kenmerken van een allosterisch enzym?
wat zijn de functies van de celkern?
wat is de globale microstructuur van een celkern?
welke vormen van mutaties kunnen er in het DNA voorkomen?
puntmutaties:
1. missense –> verandering van 1 base waardoor er een ander aminozuur ontstaat
2. nonsense –> verandering van 1 base waardoor er een stopcodon ontstaat
3. silence –> verandering van 1 base zonder verandering van het eiwit
frameshift mutaties:
1. insertie –> toevoeging van nucleotiden in DNA
2. deletie –> verwijdering van nucleotiden in het DNA
splicing mutaties:
1. splice donor mutatie –> begin intron onvindbaar waardoor er een stuk intron meegaat in de translatie
2. splice acceptor mutatie –> eind intron onvindbaar waardoor er een stuk exon mee gaat met de splicing
welke vormen van erfelijke ziekten zijn er?
wat is de definitie van een autosomaal dominante overerving?
wat is de definitie van een autosomaal recessieve overerving?
welke organellen bevat een cel en wat zijn de functies van deze organellen?