hoe kan je de energie-inname meten?
hoeveel energie-inhoud zit er in de verschillende voedselcomponenten?
koolhydraat --> 4 kcal/g eiwit --> 4 kcal/g vet --> 9 kcal/g alcohol --> 7 kcal/g soluble fiber --> 1,5-2 kcal/g
hoe kan energieverbruik gemeten worden?
waardoor wordt energie gebruikt?
hoe wordt de energiebalans gehandhaafd?
middels het basaalmetabolisme: neigt je lichaam af te vallen, wordt het basaalmetabolisme efficiënter en wordt er minder energie verbruikt
op welke niveaus kan naar de lichaamssamenstelling gekeken worden?
Wat is BMI?
gewicht/lengte^2. niet alleen kijken naar BMI maar ook naar lichaam, want hoog BMI kan ook veel spier betekenen.
<18,5 ondergewicht
18,5-24,5 gezond
24,5-29,9 overgewicht
>30 (morbide) obesitats
sekse en leeftijdsonafhankelijk
hoe kan de lichaamssamenstelling gemeten worden?
wat zijn de verschillen tussen essentieel en niet-essentieel vet?
essentieel vet: steun, bescherming, lichaamsisolatie, belangrijke energiebron, rol bij voortplanting van vrouwen. als het beneden een bepaald niveau komt is het lichaam direct bedreigd
niet-essentieel vet: energiereserve
wat verandert er in de lichaamssamenstelling bij het ouder worden?
waar kan vet in het lichaam opgeslagen worden?
hoe kan de lichaamssamenstelling gemeten worden?
waar gaat glucose in het lichaam allemaal naartoe?
bloedsuikerspiegel verhoogd direct na intake (normaal 5 mM).
130 mg glucose/min verlaat de circulatie: hersenen + ery’s –> 90 mg/min, spieren 25 mg/min, vetweefsel 15 mg/min
hoe wordt de bloedsuikerspiegel gehandhaaft?
leverglycogeen houdt bloedsuikerspiegel op peil –> geen glucose vanuit darm betekent glucose aanmaak in lever vanuit glycogeen. handhaving is voor hersenen + ery’s
hoeveel glucose hebben we per dag nodig?
150-200 gram –> hersenen van glucose voorzien. tot 200 gram –> buffering door glycogeen. > 200 gram –> omzetting in vet
< 150 gram –> oxidatie van opgeslagen vet, want tekort aan glucose. geen glucose uit vetzuren, maar wel uit eiwitten –> gluconeogenese
welk hormoon reguleert glycolyse?
insuline:
op welke manier wordt er onderscheid gemaakt in de verschillende voedingstoestanden?
opslag modus en productie modus.
opslag modus:
productie modus:
hoe werkt de hormonale regeling in de verschillende voedingstoestanden?
storage mode: insuline
production mode: glycagon, adrenaline, cortisol, groeihormoon, schildklierhormoon
daling insulinespiegel activeert production mode
welke regulatiemechanismen voor de activiteit van de metabole paden zijn er?
insuline –> verantwoordelijk voor opslag modus en trigger productie modus
hormonen hebben effect via sleutelenzymen, die van samenstelling, vorm of activiteit veranderd kunnen worden. dit is rekrutering.
wat zijn de functies van insuline?
stimuleert:
remt:
wat is glucagon?
belangrijkste katabole hormoon. vormt een paar met insuline en reguleren samen metabolisme.
welke hormonen hebben nog meer effect op het katabolisme?
adrenaline, noradrenaline, cortisol, groeihormoon en schildklierhormoon. zijn counterregulatory hormones, want werken insuline tegen.
hoe maakt de bijnier hormonen?
2 delen: cortex en medulla. cortex heeft 3 lagen:
medulla maakt adrenaline en noradrenaline.
onder invloed van hypothalamus (CRF) en hypofyse (ACTH).
wat doet cortisol?