week11 Flashcards

(84 cards)

1
Q

wat zijn de symptomen van de gastro-intestinale tumor?

A
  • Obstructieve lumen
    o Afhankelijk van locatie
  • Bloedverlies
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

klachten bij oesfagus carcinoom?

A
  • Dysfagie
  • Pijn
  • Gewichtsverlies
  • hematemesis
  • odynofagie
  • foeter ex ore
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

klachten proximaal maag carcinoom

A

o Dysfagie
o Bloedverlies
o Gewichtsverlies

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

klachten niet proximaal maagcarcinoom

A

o Verminderde eetlust
o Snel vol gevoel
o Misselijkheid en braken
o Gewichtsverlies
o Pijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

klachten colorectaal carcinoom

A
  • Bloedverlies per anum
  • Wisselende defecatie
  • Buikpijn
  • Loze aandrang
  • Vermoeidheid
  • Onverklaarde gewichtsdaling
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

klachten pancreascarcinoom

A
  • Rugpijn (doorborend)
  • Gewichtsverlies
  • Stille icterus
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

klachten galwegcarcinoom

A
  • Icterus, jeuk
  • Pijn
  • Verminderde eetlust
  • Gewichtsverlies
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

onderzoek slokdarmkanker stadiering

A

EUS, CT-scan, echo hals, PET-scan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

onderzoek maag- colon staidiering

A

CT-scan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

onderzoek ectumcarcinoom stadiering

A

MRI, CT-scan

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

onderzoek pancreaskanker stadiering

A

CT-scan, operatief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat is het gewenste onderzoek bij verdenking op slokdramkanker

A

gastroscopie
endoscopie ter bevestiging + beoordeling maag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

waaneer wordt geen slokdarm resectie gedaan?

A
  • Niet bij cT4b carcinomen
  • Niet bij metastase op afstand
    –> Niet voor palliatieve doeleinde (omdat herstel te lang duurt)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is de in opzet curatieve behandeling van slokdarm kanker

A

Neoadjuvante chemoradiotherapie gevolgd door slokdarmresectie
- 90% van patiënten
- 5 jaar overleving 50%
chemo bij contraindicatie RT: 5 jaars overleving 30%

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat zijn de kenmerken en risicofactoren van een plaveiselcelcarcinoom in de slokdarm

A
  • Hele slokdarm
  • Risicofactoren: roken, alcohol, corrosie, TR, KNO tumor, achalasie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

wat zijn die kenmerken en risicofactoren van een adenocarcinoom in de slokdarm

A

ontstaan vaak uit Barrett slokdarm (slijmbekercellen)- Risicofactoren: barrett, obesitas, roken, radiotherapie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

wat is de actie die wordt ondernomen bij bevinding van hooggradige dysplasie in de slokdarm

A

endoscopisch verwijderen
ablatie barrett slijmvlies
survelliance

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

transhiatale slokdarm resectie

A

via buik en de hals
klieren menenem
bij patiënten met ernstige co-morbiditeiten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

transthoracale slokdramresectie

A

via borst en thorax
alle klieren meenemen
bij tumor hoog in de slokdarm

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

intrathoracale slokdramresectie

A

bij tumor in slokdarm en maag

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

wat zijn de complicaties bij slokdarmresectie

A

o Wondinfectie, nabloeding, naadlekkage, atriumfibrilleren, pneumothorax, atelectase, pneumonie, chyluslekkage, stembandparese

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

wat is de opzet van de neoadjuvante chemotherapie bij slokdarmkanker

A
  • 5 weken chemotherapie
  • 23x chemo
  • Bioptie na 6 weken rust

–> 4 bites biopt
zit er niks dan doe je geen operatie meer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

wat is de stadiering op basis van TNM voor colorectaal carcinoom

A

I - T1,2 N0 M0
II - T3,4 N0 M0
III - Tx N1 M0
IV - Tx Nx M1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

hoe wordt de diagnose colorectaal carcinoom gesteld bij verdenking?

A

colonoscopie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
wat is de in opzet curatieve behandeling van coloncarcinoom
stadium 1-3 primaire operatie + adjuvante chemotherapie bij 2 en 3
26
wat zijn de 4 colonresecties
hemicolectomie rechts colon transversum resectie hemicolectomie links sigmoidresectie
27
trans anale endoscopische microchirurgie (TEM)
bij cTis en gunstig T1 je behoud je anus
28
totale mesorectale excisie (TME)
voor cT1-4 rectum resectie inclusie mesorectale vet met locoregionale lymfeklieren
29
behandeling van T2 rectum tumoren
- TME-chirurgie heeft de kans op recidief van bijna 30% naar 4-5% gehaald - Afstand tumor van mesorectale fascie >1mm dan is kans op recidief vrij klein - Neoadjuvant 5x5 Gy bestraling halveert recidief
30
behandeling van T3 rectum tumoren
- Chemoradiotherapie als afstand tumor tot mesorectale fascie (<1mm) te verminderen - 20% heeft complete pathologische respons op chemoradiotherapie Watch and wait
31
wat zijn de voor en nadelen van de watch and wait aanpak bij compleet pathologische respons op chemoradiotherapie
o Voordelen: geen rectumresectie, geen stoma o Nadelen: intensieve follow-up: MRI/scopie, 25% recidief <2 jaar en alsnog een resectie.
32
wat is behandeling bij T4 tumoren van het rectum
- Multiviscerale resectie (exenteratie) - Eventueel intra operatieve radiotherapie
33
low anterior resectie (LAR) rectum
open/ laparoscopisch bij mid-proximaal-distaal rectum carcinoom doen als carcinoom zit boven de dentate lijn
34
wanneer kan je geen LAR doen
Bij zeer distaal gelegen rectum carcinoom (als anastomose niet meer mogelijk is) - Preoperatief bestaan van fecale incontinentie - Patiënt heeft veel co morbiditeit
35
abdominoperineale resectie (APR)
open/ laparoscopisch doen bij erg distaal rectum carcinoom, onder de dentate lijn, of tumor heeft relatie met bekkenboden of sphincter
36
wat zijn de 2 exenteratie compartimenten bij een man
1. blaas, prostaat, vesikels 2. rectum
37
wat zijn de 3 exenteratie compartimenten bij een vrouw
1. blaas 2. uterus, cervix, vagina 3. rectum
38
wat zijn de opties als de blaas verwijderd moet worden?
neoblaas - uit ileumconduit urine stoma - bricker, indiana pouch
39
waarom wordt bij colon resectie ook de bloedvaten meegenomen?
zorgt er voor dat alle omliggende lymfeklieren meteen mee gaan ook
40
wat zijn de huidige criteria van resectie bij levermetastase
- Radicale resectie mogelijk van alle metastasen - Voldoende resterende functioneren leverweefsel (20-30%) - Niet bij mensen met leverziekte
41
wat zijn de opties als radicale resectie niet mogelijk is ?
tumorload reduceren (inductie chemotherapie) om zo meer vitale lever weefsel vrij te maken (chemotherapie schat leverweefsel wel, dus hier moet naar gekeken worden)
42
wat zijn de opties als er te weinig resterend functioneel leverweefsel is bij lever metastase is?
vergroten van restvolume van de lever v. porta embolisatie --> zorgt voor groei van linker lever helft
43
wat is de meest gevreesde complicatie bij leverresectie
sepsis, door dat de lever na operatie harder moet werken, maar niet genoeg rest volume heeft op moment om te ondersteunen
44
wat doe je als lever resectie niet mogelijk is?
lokaal ablatieven technieken (naalden in tumor): RFA, MWA, IRE stereotachtische radiotherapie
45
hepatectomie rechts
segmenten 5-8 weghalen
46
hepatectomie links
segment 1-4 weghalen
47
extended hemicolectomie rechts
segmenten 1, 4-8 weghalen
48
extended hemicolectomie links
segmenten 1-5, 8 en 9 weghalen
49
wig resectie
alleen metastase weghalen, segment heel laten
50
welke factoren maken verschil voor overleving na een leverresectie
- Unilateraal of bilobulair - Grootte - Aantal metastasen
51
wat is de behandeling bij long metastase
long heeft overcapaciteit, waardoor resectie mogelijk is ablatie
52
wat zijn de contravindicatie voor HIPEC?
- Grote ingreep - Ischemische hartziekte - Hartfalen - Cerebraal vaatlijden - IDDM - Chronisch nierfalen - Leeftijd >75
53
wat is de behandeling bij periteneale metastase
HIPEC- hyperthermia intraperitoneal chemotherapie - eerst alles weghalen wat kan, en daarna chemospoeling om losse cellen weg te halen
54
hoe wordt bepaald of HIPEC zin heeft?
via de PCI score hoe hoger hoe minder zin HIPEC heeft
55
wat is de onbehandelde en behandelde prognose van een coloncarcinoom als curatie niet meer mogelijk is
onbehandeld: 6-8 maanden behandeld: +/- 24 maanden
56
wat is de behandelde prognose van een maagcarcinoom als curatie niet meer mogelijk is
behandeld +/- 12 maanden
57
uit welke cellen ontstaan huidkankers
- Keratinocyten - Melanocyten - Langerhanscellen
58
waarom stijgt de incidentie van huidkanker zo erg
- Zon cultuur - Zonnebank - Immunosuppressie - Vergrijzing - Vergroot bewustzijn - Registratie
59
UVA
dringt door tot de dermis
60
UVB
dringt door tot de epidermis
61
wat zijn de voorloper stadia van een plaveiselcelcarcinoom van de huid?
actinische keratosem, morbus bowen
62
wat zijn de voorloper stadia van een melanoom?
melanoma in situ, lentigo maligna, giant cogenitale neavus
63
hoe handel je bij detectie van morbus Bowen
kijken over er invasieve groei is via een biopt als je onderzeker bent over de diagnose
64
wat zijn de lokale destructie behandelingen van een huidtumor?
cryotherapie elektrocoagulatie exisie (alleen bij Bowen)
65
wat zijn de voorbehandelingen van een huidtumor
efudix - lokale chemo imiquimod - aansturing van immuun systeem fotodynamische therapie - o2 + licht + fotosensitiver, zuurstof radicalen
66
wat is de behandeling van een lentigo maligna
Conventionele excisie met 5mm marge + histologische beoordeling gehele laesie
67
micrografische gecontroleerde chirurgie
Meerdere rondes waarbij elke keer histologisch onderzoek word gedaan om irradicaliteit te voorkomen Patiënt heeft wel meerdere weken open wond om zo hele maligniteit weg te halen
68
kenmerken van een basaalcelcercinoom
Kenmerkend: glazig, wasachtige, doorschijnende papel, plaque of nodus met. Parelmoerachtige glans, vaat tekening Vaak: centrale ulceratie, verheven blekere rand, teleangiectasieen, snel bloedend, niet genezend
69
welke 3 soorten huidtumoren komen vaakst voor:
melanoom basaalcelcarcinoom plaveiselcelcarcinoom
70
wat is de beste behandeling als je 2 basaalcarcinoom laesies dicht bij elkaar hebt?
1 opereren en 1 smeren, zodat littekens niet aan elkaar gaan trekken
71
Moh's micrografische chirurgie
snijvlakcontrole tijden operatie
72
wat is de systemische behandeling bij basaalcelcarcinoom?
hedghog supressors
73
wat is het doel van reconstructies van het aangezicht
- Herstel en behoud van functie - Herstel vorm - Minimale donormorbiditeit
74
esthetisch unit principe
- Esthetische anatomisch gerelateerde regionen (unieke huidskleur, textuur, dikte, haar, mobiliteit, onderhuidsvet, spierexpressie en 3D vorm)
75
wat zijn de centrale units van het gezicht
- Neus, lippen, oogleden
76
wat zijn de perifere units van het gezicht
- Wangen, voorhoofd, kin
77
wat zijn de relaxed skin tension lines
natuurlijk rust lijnen van het gezich aanhechting van huid beste op die lijnen zodat ze minder opvallen
78
hoe verloopt de ingroei van een huidtransplantaat
- Imhibitie (0-24h) – absorberen van de huid - Revascularisatie (48-72h) - Volledige circulatie herstel (4-7 dagen)
79
wat zijn de voorwaarden voor ingroei van een huidtransplantaat?
- Goede doorbloeding wondbodem (bij bestraling is dit niet meer het geval) - Vermijd schuifkrachten - Vermijd lucht/hematoom/debris onder transplantaat (voor goed contact met het wondbed)
80
splitskingraft
Gedeeltelijke huid dikte = epidermis en gedeelte dermis - Minder goede kwaliteit – meer contractie bij wondgenezing - Donorsine geneest secundair  is uitgebreid beschikbaar, alsof het een schaafwond is
81
full thickness graft
Volledige huid dikte = epidermis en dermis - Goede kwaliteit - Donorsite primair sluiten, beperkt beschikbaar
82
wanneer doe je geen primaire sluiting
- Overmatige spanning op de wondranden (loodrecht op RSTL) - Niet mogelijk - Zou resulteren in verstoring van anatomische structuren
83
transpositie lappen: verschillende soorten
z-plastiek, bilobed flap, rhombiod, rotatie flappen
84
advancement lappen
verplaatsing van weefsel