nasci
-or
geboren worden
dare
-o
geven
patere
-eo
openstaan; duidelijk zijn
mandare
-o
toevertrouwen; opdragen
respondere
-eo
antwoorden
praeesse
-sum +dat
aan het hoofd staan van
legere
-o
lezen; kiezen; verzamelen
poscere
-o
eisen
polliceri
-eor
beloven
gerere
-o
dragen; voeren
afficere
-io
treffen
auferre
-fero
wegnemen
subire
-eo
ondergaan; bestijgen; naderen
uti
-or +abl
gebruiken; omgaan met
cogere
-o
bijeenbrengen; dwingen
permittere
-o
toestaan; toevertrouwen
petere
-o
gaan naar; aanvallen; nastreven; vragen
iungere
-o
verbinden
conferre
-fero
bijeenbrengen; vergelijken
accipere
-io
ontvangen; vernemen
curare
-o
zorgen voor
conficere
-io
afmaken
posse
-sum
kunnen
praebere
-eo
aanbieden; tonen