docere
-eo
leren
appellare
-o
aanspreken; noemen
censere
-eo
menen
convenire
-io
samenkomen; overeenkomen
intellegere
-o
begrijpen
solvere
-o
losmaken; bevrijden; betalen
cupere
-io
verlangen
tendere
-o
spannen; streven; gaan
iudicare
-o
oordelen
consulere
-o
beraadslagen; raadplegen; zorgen voor
amittere
-o
verliezen
demonstrare
-o
aantonen
vereri
-eor
vrezen
loqui
-or
spreken
pellere
-o
verdrijven
deligere
-o
uitkiezen
inire
-eo
binnengaan; beginnen
scire
-io
weten
placere
-eo +dat
bevallen; aanstaan
incipere
-io
beginnen
fieri
fio
worden; gebeuren; gemaakt worden
parare
-o
klaarmaken; verwerven
educere
-o
naar buiten brengen; opvoeden
tollere
-o
opheffen; wegnemen