cingo (cingere)
omringen
deposui
perf van depono) neerleggen,afleggen
depono (deponere)
neerleggen, afleggen
accedo (accedere)
naderen, (erbij) komen, ernaar toe gaan
iussi
perf van iubeo
ait
dubito (dubitare)
tibi (dat.)
aan/voor) jou
ad + acc.
naar,bij,tot
sic
zo
iam
al, reeds
quattuor
vier
duco (ducere)
leiden, brengen
dixi
perf van duco) leiden, brengen
equus
paard
cito (bijw.)
snel
iunxi
perf van iungo) verbinden
iungo (iungere)
verbinden
imposui
perf van impono) leggen, plaatsen op
cepi
perf van capio
impono (imponere) +dat.
leggen, plaatsen op
ideo
daarom
ut
flecto (flectere)
buigen, veranderen