sino
toestaan
cur
waarom
veto
verbieden
rogo
vragen
meus
mijn
nos
wij, ons
verbum
woord
moveo
bewegen
iratus
boos
dico
1 zeggen, spreken 2 noemen.
noster
(van) ons
onze
bezittelijke naamword
ne
leidt een vraag in; niet vertalen
habito
wonen
ecce!
kijk!
venio
komen
filius
zoon
magnus
groot
multus
veel
ego,me(acc)
ik, mij