29 + 30 Flashcards

(2 cards)

1
Q

29 Soorten vennootschappen (8+3)

A
  1. Eénmanszaak
  2. BV (meest gebruikt)
  3. VOF
  4. COMM V
  5. Managementvennootschap
  6. NV
  7. CVBA
  8. CVOA

Bv. éénmanszaak –> vennootschap
o = vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
o Geen minimum starterskapitaal nodig
o Kan je alleen oprichten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

30 Wat betekent een verantwoordelijkheid/veroordeling ‘in solidum’? (3)

A
  • Architect en aannemer zijn samen volledig aansprakelijk
  • De bouwheer mag:
    –> Het volledige schadebedrag eisen van één van beiden
  • Onderlinge verdeling gebeurt later tussen architect en aannemer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly