Een afwezigheid
Une absence
Beschuldigen van
Accuser de
Elkaar beschuldigen
’s accuser
Hallo (aan de telefoon)
Allô
verwonden
blesser
zich bezeren
se blesser
een vriend/vriendin
un/une camarade
jazeker, ongetwijfeld
certes
een kasteel
un château
een sigaret
une cigarette
overtuigen van
convaincre de
ik ben er niet van overtuigd
je n’en suis pas convaincu
een paar, een koppel
un couple
een afkeer hebben van
détester
een afkeer hebben van elkaar
se détester
raden
deviner
Laat mij raden
Laisse-moi deviner
Duidelijk worden uit
se deviner à
een verschil
unde différence
dubbel
double
een pijn
une douleur
een uitgave
une édition
trouwen met
épouser
trouwen met elkaar
s’épouser