een toegang
un accès
afmaken
achever
eindigen
s’ achever
nu, op dit ogenblik
actuellement
helpen
assister
bijwonen
assister à
grijpen, vangen
attraper
een laan
une avenue
een daling, een afname
une baisse
een kassa, een kist
une caisse
een hoofdstad
une capitale
een stoel
une chaise
een last
une charge
een winkel
une commerce
een concert
un concert
overeenkomen
convenir
een neef
un cousin
de buitenkant
le dehors
een lunch
un déjeuner
een tekening
un dessin
een tiental
une dizaine
uit elkaar spatten
éclater
doen, uitvoeren
effectuer
uitmuntend, uitstekend
excellent