ophangen
accrocher
zich vasthouden aan, zich vastklampen aan
s’accrocher à
toegeven
admettre
aannemen, goedkeuren
adopter
aanzetten
allumer
oplichten, gaan branden
s’allumer
een dier
un animal
het wit
le blanc
het blauw
le bleu
een blauwe plek
un bleu
een beurs
une bourse
een honderdtal
une centaine
een verandering
un changement
plakken, kleven
coller
bestellen, bevelen
commander
een gesprek
une conversation
een stroom
un courant
lastigvallen
déranger
een jeugd
une enfance
een wedstrijd, een proef
une épreuve
ervaren
éprouver
een verdieping
un étage
een ster
une étoile
eisen
exiger