Wat is penetrantie?
Percentage mensen met afwijkende genotype waarbij er verschijnselen optreden. 70% penetrantie betekent dus 70% ervaart symptomen
Acrocentrische chromosomen
Chromosomen met een korte P (korte) arm. (13,14,15,21 en 22)
Ze zijn vaak misbaar, aangezien ze alleen genen hebben die coderen voor rRNA
Geven robertsoniaanse translocaties: breuk centromeer—> lange arm van twee chromosomen fuseren—> verlies korte arm. Cel heeft nu 45 chromosomen
Wat zijn Geslachtsgebonden aneuploidien? Wat is vaak het gevolg? En noem 2 voorbeelden
Afwezigheid of aanwezigheid van extra geslachtschromosomen. Leidt vaak tot vruchtbaarheidsproblemen.
Klinefelter syndroom: 47XXY
Turner syndroom: 45 X
Welke translocaties zijn er?
Gebalanceerde translocatie kan bij nakomelingen tot ongebalanceerd leiden (kans op miskramen en dus verminderde vruchtbaarheid)
Kenmerken Autosomaal dominant en recessief?
AD: meerdere generaties aangedaan, man =vrouw, 50% kans op aangedane nageslacht
- met verlaagde penetrantie: 1 generatie overgeslagen, kan leeftijdsafhankelijk zijn
AR: enkele generatie is aangedaan, dragers zijn heterozygoot, 25% kans op aangedane kind
- komt vaker voor bij consanguiniteit (bloedverwantschap)
- Bijv Taaislijm ziekte
Kenmerk X linked dominant en recessief (bekende ziekte?)
XLD: geen man op man overerving, dochters van aangedane man allemaal aangedaan, vrouwen milder aangedaan dan mannen
XLR: geen man op man overerving (man geeft Y aan zoon), mannen vaker aangedaan
- dochters vaker dragers door X-inactiviteit
- bijv. Duchenne spierdystrofie
- hemofilie
Vertel meer over Klinefelter syndroom en Turner syndroom
Klinefelter= 47XXY
- 1 op de 1000
Kenmerken: gynaecomastie (borstvorming) of hypogonadisme (kleine testis), lang (ook lange ledematen)
Fertiliteitsproblemen (azoospermie)
Turner syndroom= 45 X (X mist)
1 op de 2000
Mozaik in 12% van gevallen (45X/46XX)
Kenmerken: kleine lengte, bredere heupen, uit elkaar staande tepels
Gonadale dysgenesie (streak ovaries= niet goedgevormde eierstokken)
NB: 47XXX en 47 XYY—> normale fertiliteit
Submicroscopische en monogene oorzaken van subfertiliteit of infertiliteit bij mannen (noem er 4)
Man:
1. Y-deletie—> 1 op de 2500
- 10-15% mannen met azoospermie
- deletie van genen betrokken bij spermatogenese
- overerving: erfelijk door ICSI
Wat is anticipatie? Bijv. Bij Dystrophia myotonica (= Neuromusculaire ziekte)
Toename in ernst bij generaties (of juist op jongere leeftijd)
Submicroscopische en monogene oorzaken van subfertiliteit of infertiliteit bij vrouwen (meest voorkomende vorm van verstandelijk beperking bij mannen)
Fragiele X syndroom
Expansie CGG repeat van de FMR1 gen
Pre mutatie: 55-200 repeats
- man: Fragiele X assoscieerde tremor/ataxie(FXTAS)—> 30%| lijkt op parkinson
- vrouw: Premature Ovarian Insufficientie (POI)—> 20%| 10% heeft FXTAS
Full mutatie: > 200 repeats, er is hierdoor geen transcriptie meer van het gen, dus geen RNA (transcriptiefactoren passen niet)
- man: mentale retardatie, kan geen de novo hebben (dus sws moeder met pre mutatie)
- vrouw: 50-70% milde mate klachten (door X uitschakeling per cel)—> tijdig aan kinderen beginnen want POI kan ontstaan
Vertel meer over de SRY mutatie/ deletie (Swyer syndroom)
15-20% XY-females
Kenmerk: streak gonads—> wel uterus en eileiders, kanker risico is hoog
- geven van hormoonsupletie
- kan zwanger worden met eicel donatie
Overerving: de novo of geërfd van vader met mozaik
46 XX, SRY-positief testiculair feminisatie syndroom: translocatie van SRY gen op X chromosoom
80% van de XX-males (20% SRY negatief—> onbekend waarom)
Kenmerk: azoospermie
- geven van testosteron
Overerving: de novo
PER CEL heeft de vrouw ook maar één X-chromosoom actief, de andere
wordt geïnactiveerd en vormt een zogenaamde Barr body (gecondenseerde X chromosoom: geen transcriptie!)
2. random in de blastocyt stadium (mozaik)
3. bij tortoisecel katten (vaak vrouwtjes, maar een mannetje met Klinefelter syndroom kan het ook—> hierbij is er non-disjunction van de XX chromosomen)
vertel meer over de X inactivatie centrum (XIC)
in XIC ligt het XIST gen Xq13 –> produceert een 15 kb RNA
- dit RNA vormt een soort inactiverende coating
- dit RNA is noodzakelijk voor de initiatie van de inactivatie, niet voor het in stand houden (dat doet XCE)
Bij het syndroom van Turner is er een tekort aan het […] gen, dat gelokaliseerd is in de […] regio op de korte arm van het X-chromosoom (ook wel […] genoemd).
SHOX | PAR1 | Xpter
welke X wordt inactief bij:
1. del(X) -> …
2. gebalanceerde t(X;A) -> …
3. ongebalanceerde t(X;A) -> …
Bij een gebalanceerde X-autosoom translocatie wordt bij voorkeur de (1…) X-chromosoom geïnactiveerd, terwijl bij een deletie juist de (2…) X wordt uitgeschakeld.
vertel meer over hemofilie
hemofilie A (85%): factor 8
hemofilie B (15%): factor 9
Overerving: X-linked recessief
Ernst in 1 familie vaak constant
vrouwen ook klachten: <40% factor 8/9
cave: Factor 8 kan in de zwangerschap stijgen, dus bij kraambed daalt factor 8 ineens
beleid zwangere draagster hemofilie
Prenatale DNA diagnostiek bij 34 weken–> bij een jongetje vaker in hemofilie behandelcentrum. vrouw >50% factor dan gewoon eerste lijn
wat is uniparentale disomie (UPD)? Noem 2 syndromen die volgen
UPD in chr 15 kan zorgen voor:
1. Prader willie syndroom: verlies van paternale genexpressie
- spierslapte geboorte, obesitas latere leeftijd
2. Angelman syndroom: verlies van maternale genexpressie
- vrolijk gedrag, ernstige ontwikkelingsachterstand
wat zie je bij klonen? en bij de genexpressie?
Bij gen-expressie zie je dat veel geimprinte(=ouderspecifiek, mono-allelische expressie van genen) genen zijn aangedaan| weefsel waarin imprints niet belangrijk zijn kan methyl groepen (maken dat een gen inactief wordt) aan verloren gaan.
Wat is genomische imprinting? Waarom hebben we imprinting? vertel over de Parental Conflict Hypothesis
Het is onderdeel van de epigentica. Dit betekent dat de code van het DNA zelf niet verandert, maar dat er een “stempel” (meestal een methylgroep) op het DNA wordt geplakt. Deze stempel werkt als een schakelaar:
- Maternale imprinting: Het gen van de moeder is “uitgezet”. Alleen het gen van de vader is actief.
- Paternale imprinting: Het gen van de vader is “uitgezet”. Alleen het gen van de moeder is actief.
Ze hebben te maken met embryonale groei. Vaderlijke genen zijn vaak gericht op een snelle en grote groei van de foetus (zodat zijn nageslacht sterk is).
Moederlijke genen proberen die groei vaak een beetje te remmen (zodat zij zelf gezond blijft en genoeg energie overhoudt voor volgende zwangerschappen).