4. Flashcards

(18 cards)

1
Q

De kerngedachte van het liberalisme is

A

De kerngedachte van het liberalisme is dat de vrijheid van het individu centraal staat, en de macht van de overheid en de Kerk beperkt moet blijven.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Eco Lib De “duisternis” van het ancien regime: waar levert hij kritiek op?

A

Bemoeienis van de overheid op economisch vlak, bijvoorbeeld protectionisme

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Eco Lib De verlichtingsidealen: wat stelt hij in de plaats?

A

Economisch liberalisme of vrijemarkteconomie
Kenmerken:
- Vrije concurrentie (wet van vraag en aanbod).
- Vrijheid van ondernemen (privéinitiatief).
- Vrijhandel (geen tolgrenzen)
- Geen staatstussenkomst (vb. min.of max.prijzen, tolgrenzen) om de vrije concurrentie te garanderen.
- Geen beroepsverenigingen
- (vb. gilden) om het privé-initiatief en de vrije concurrentie te garanderen. Dus ook geen vakbonden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Volkssoevereiniteit

A

Soevereiniteit => het recht om de hoogste macht uit te oefenen. Bij volkssoevereiniteit bezit het volk dus de hoogste politieke macht. Het recht van de burgers van een staat (het volk) om zelf het hoogste gezag (soevereiniteit) uit te oefenen en dus zelf de politieke ontwikkeling te bepalen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Democratie

A

een bestuursvorm waarin het volk, rechtstreeks of via verkozen vertegenwoordigers, zeggenschap heeft over het politieke beleid. Kenmerken zijn vrije verkiezingen, een grondwet, bescherming van burgerrechten, scheiding der machten en een rechtsstaat. In veel democratieën is er ook een scheiding tussen kerk en staat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Scheiding der machten

A

Scheiding van de uitvoerende macht (regering), wetgevende macht (parlement) en rechterlijke macht (rechtbanken en gerechtshoven).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Burgerrechten

A

Basisrechten, persoonlijke vrijheden (vb. recht op een eerlijk proces, kiesrecht, recht op privacy, …) vaak opgenomen in de grondwet.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Rechtsstaat

A

Een staat waarbij de rechten van de burgers worden beschermd door de wet en verdedigd door onafhankelijke rechters.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Grondwet

A

Een document waarin de basisrechten en vrijheden van de burgers en de werking van de staatsorganen zijn opgenomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Kiesrecht

A

Recht van de burger om deel te nemen aan de politiek door middel van verkiezingen, zowel door zichzelf verkiesbaar te stellen als door zijn stem uit te brengen (stemrecht).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Scheiding tussen Kerk en Staat

A

Situatie waarbij de kerkelijke macht en de politieke macht niet in dezelfde handen zijn en geen invloed op elkaar uitoefenen. Secularisme De ideologie die streeft naar een scheiding tussen kerk en staat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Securalisme

A

De ideologie die streeft naar een scheiding tussen kerk en staat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

België krijgt een liberale grondwet

A

Op 7 februari 1831 werd de Belgische Grondwet aangenomen die van België een parlementaire constitutionele monarchie maakte.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

In het pas opgerichte België werd het cijnskiesrecht ingevoerd, waarbij

A

alleen mensen die een cijjns (bepaalde belasting) betaalden, mochten stemmen. Men geloofde dat vooral de bezittende klasse het recht had om de macht te voeren, omdat zij volgens hun verdiensten het beste konden beslissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Vrije verkiezingen betekenden dus niet

A

automatisch algemeen stemrecht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

De nachtwakersstaat was een

A

liberale staat waarin de overheid zich enkel bezighield met orde en veiligheid, en niet met sociale of economische kwesties .

17
Q

Belgisch strafboek tegen arbeiders

A

In het Belgische strafwetboek stond immers dat elke vorm van samenwerking verboden was.
Er konden geen vakbonden gemaakt worden / het staken was verboden.

18
Q

Het liberalisme in 19de-eeuws België diende vooral

A

de rijke burgerij doordat het pleitte voor vrijhandel en beperkte overheidsbemoeienis, wat hun economische belangen beschermde. Het cijnskiesrecht zorgde ervoor dat alleen rijke mannen mochten stemmen, waardoor de macht van de burgerij behouden bleef. Bovendien maakten liberale wetten sociale actie van arbeiders vaak onmogelijk, waardoor hun positie niet verbeterde.