De kerngedachte van het liberalisme is
De kerngedachte van het liberalisme is dat de vrijheid van het individu centraal staat, en de macht van de overheid en de Kerk beperkt moet blijven.
Eco Lib De “duisternis” van het ancien regime: waar levert hij kritiek op?
Bemoeienis van de overheid op economisch vlak, bijvoorbeeld protectionisme
Eco Lib De verlichtingsidealen: wat stelt hij in de plaats?
Economisch liberalisme of vrijemarkteconomie
Kenmerken:
- Vrije concurrentie (wet van vraag en aanbod).
- Vrijheid van ondernemen (privéinitiatief).
- Vrijhandel (geen tolgrenzen)
- Geen staatstussenkomst (vb. min.of max.prijzen, tolgrenzen) om de vrije concurrentie te garanderen.
- Geen beroepsverenigingen
- (vb. gilden) om het privé-initiatief en de vrije concurrentie te garanderen. Dus ook geen vakbonden
Volkssoevereiniteit
Soevereiniteit => het recht om de hoogste macht uit te oefenen. Bij volkssoevereiniteit bezit het volk dus de hoogste politieke macht. Het recht van de burgers van een staat (het volk) om zelf het hoogste gezag (soevereiniteit) uit te oefenen en dus zelf de politieke ontwikkeling te bepalen
Democratie
een bestuursvorm waarin het volk, rechtstreeks of via verkozen vertegenwoordigers, zeggenschap heeft over het politieke beleid. Kenmerken zijn vrije verkiezingen, een grondwet, bescherming van burgerrechten, scheiding der machten en een rechtsstaat. In veel democratieën is er ook een scheiding tussen kerk en staat.
Scheiding der machten
Scheiding van de uitvoerende macht (regering), wetgevende macht (parlement) en rechterlijke macht (rechtbanken en gerechtshoven).
Burgerrechten
Basisrechten, persoonlijke vrijheden (vb. recht op een eerlijk proces, kiesrecht, recht op privacy, …) vaak opgenomen in de grondwet.
Rechtsstaat
Een staat waarbij de rechten van de burgers worden beschermd door de wet en verdedigd door onafhankelijke rechters.
Grondwet
Een document waarin de basisrechten en vrijheden van de burgers en de werking van de staatsorganen zijn opgenomen.
Kiesrecht
Recht van de burger om deel te nemen aan de politiek door middel van verkiezingen, zowel door zichzelf verkiesbaar te stellen als door zijn stem uit te brengen (stemrecht).
Scheiding tussen Kerk en Staat
Situatie waarbij de kerkelijke macht en de politieke macht niet in dezelfde handen zijn en geen invloed op elkaar uitoefenen. Secularisme De ideologie die streeft naar een scheiding tussen kerk en staat.
Securalisme
De ideologie die streeft naar een scheiding tussen kerk en staat.
België krijgt een liberale grondwet
Op 7 februari 1831 werd de Belgische Grondwet aangenomen die van België een parlementaire constitutionele monarchie maakte.
In het pas opgerichte België werd het cijnskiesrecht ingevoerd, waarbij
alleen mensen die een cijjns (bepaalde belasting) betaalden, mochten stemmen. Men geloofde dat vooral de bezittende klasse het recht had om de macht te voeren, omdat zij volgens hun verdiensten het beste konden beslissen
Vrije verkiezingen betekenden dus niet
automatisch algemeen stemrecht.
De nachtwakersstaat was een
liberale staat waarin de overheid zich enkel bezighield met orde en veiligheid, en niet met sociale of economische kwesties .
Belgisch strafboek tegen arbeiders
In het Belgische strafwetboek stond immers dat elke vorm van samenwerking verboden was.
Er konden geen vakbonden gemaakt worden / het staken was verboden.
Het liberalisme in 19de-eeuws België diende vooral
de rijke burgerij doordat het pleitte voor vrijhandel en beperkte overheidsbemoeienis, wat hun economische belangen beschermde. Het cijnskiesrecht zorgde ervoor dat alleen rijke mannen mochten stemmen, waardoor de macht van de burgerij behouden bleef. Bovendien maakten liberale wetten sociale actie van arbeiders vaak onmogelijk, waardoor hun positie niet verbeterde.