Sociale
ongelijkheid
Een situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet
aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun
maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling
van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en
behandeling.
Economische
hulpbronnen
Geld en bezit. Ook opleiding en werkervaring, omdat dit kan
zorgen voor meer inkomen.
Sociale
hulpbronnen
Contacten en netwerk. De mensen die je kent en die je helpen
doordat ze hun hulpbronnen, bijvoorbeeld geld, aan je uitlenen
of je op een andere manier steunen.
Symbolische
hulpbronnen
Status en aanzien, dit heeft gevolgen voor de waardering en
behandeling van mensen.
Politieke
hulpbronnen
Macht en gezag, dit kunnen middelen zijn om een bepaald
gedrag van anderen af te dwingen, bijvoorbeeld fysieke, zoals
militaire of juridische dwangmiddelen.
Sociale mobiliteit
Het kunnen stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
Positietoewijzing
Verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een
persoon of groep op een bepaalde positie terechtkomt. Deze
maatschappelijke oorzaken werken van buitenaf op de persoon
of groep in.
Positieverwerving
Verwijst naar het verkrijgen van een maatschappelijke positie
door de eigen bijdrage van een persoon of de groep waartoe
iemand behoort.
Open samenleving
In deze samenleving is het mogelijk om te stijgen of dalen op de
maatschappelijke ladder.
Gesloten
samenleving
In deze samenleving is het niet goed mogelijk om te stijgen of
dalen op de maatschappelijke ladder.
Economisch
kapitaal
(Financieel) bezit of een hoog inkomen.
Sociaal kapitaal
Connecties, netwerken en de mate van respect die mensen
genieten.
Cultureel kapitaal
Culturele competenties, waaronder kennis, houdingen,
opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor hoge sociale
posities