A4.2 Flashcards

(13 cards)

1
Q

Sociale
ongelijkheid

A

Een situatie waarin verschillen tussen mensen, in al dan niet
aangeboren kenmerken, consequenties hebben voor hun
maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke verdeling
van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en
behandeling.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Economische
hulpbronnen

A

Geld en bezit. Ook opleiding en werkervaring, omdat dit kan
zorgen voor meer inkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Sociale
hulpbronnen

A

Contacten en netwerk. De mensen die je kent en die je helpen
doordat ze hun hulpbronnen, bijvoorbeeld geld, aan je uitlenen
of je op een andere manier steunen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Symbolische
hulpbronnen

A

Status en aanzien, dit heeft gevolgen voor de waardering en
behandeling van mensen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Politieke
hulpbronnen

A

Macht en gezag, dit kunnen middelen zijn om een bepaald
gedrag van anderen af te dwingen, bijvoorbeeld fysieke, zoals
militaire of juridische dwangmiddelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Sociale mobiliteit

A

Het kunnen stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Positietoewijzing

A

Verwijst naar maatschappelijke oorzaken waardoor een
persoon of groep op een bepaalde positie terechtkomt. Deze
maatschappelijke oorzaken werken van buitenaf op de persoon
of groep in.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Positieverwerving

A

Verwijst naar het verkrijgen van een maatschappelijke positie
door de eigen bijdrage van een persoon of de groep waartoe
iemand behoort.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Open samenleving

A

In deze samenleving is het mogelijk om te stijgen of dalen op de
maatschappelijke ladder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Gesloten
samenleving

A

In deze samenleving is het niet goed mogelijk om te stijgen of
dalen op de maatschappelijke ladder.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Economisch
kapitaal

A

(Financieel) bezit of een hoog inkomen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Sociaal kapitaal

A

Connecties, netwerken en de mate van respect die mensen
genieten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Cultureel kapitaal

A

Culturele competenties, waaronder kennis, houdingen,
opvattingen en smaak die kenmerkend zijn voor hoge sociale
posities

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly