Bloed Flashcards

(208 cards)

1
Q

Wat zijn de kenmerken van anemie?

A

Bleke slijmvliezen, minder uithoudingsvermogen, tachycardie, tachypneu

Anemie is altijd secundair aan een ander ziekteproces.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zegt de Ht-waarde over anemie door bloedverlies?

A

Zolang het circulerend volume niet is aangevuld niet veel. Pas na 4 dagen worden nieuwe reticulocyten opgeleverd en dan pas kun je verhoogde aanmaak zien.

Bloedverlies kan zowel intern als extern plaatsvinden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat veroorzaakt chronische anemie?

A

Permanent te laag ijzergehalte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat zijn de symptomen van hemolyse?

A

Hemoglobinurie, eventueel icterus

Ook is de lever gevoelig voor necrose

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Hoe kan immunologische schade voor hemolyse zorgen?

A
  • IgG oposoniseert de erythrocyt, waardoor deze wordt gefagocyteerd en extravasaal wordt afgebroken
  • IgM zorgt voor complementbinding, wat leidt tot intravasale hemolyse
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke congenitale afwijkingen in het membraan kunnen voor hemolyse zorgen?

A
  • Hereditaire sferocytose
  • Leveraandoening: door wanverhouding tussen cholesterol en fosfolipiden ontstaan misvormde ery’s
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de oorzaak van ijzergebreksanemie?

A

Voedingstekort of chronisch bloedverlies

Bij ijzergebreksanemie is er minder Hb-synthese.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zie je bij een anemie door verstoorde erytropoëse?

A

Een vergrote milt en stijging van reticulocyten.

In een bloeduitstrijkje met briljantcresylblauw kun je ze tellen (behalve bij paard want daar blijven ze in het beenmerg).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat zie je aan erythrocyten bij een ernstige anemie?

A

De celproductie neemt toe; ery’s worden RNA-rijker en groter dan normaal, met minder Hb dan normaal

Ze zijn dus groot en polychromatisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is het verschil tussen regeneratieve en niet-regeneratieve anemie?

A

Regeneratieve anemie heeft meer reticulocyten; niet-regeneratieve anemie niet

Regeneratieve anemie duidt op een probleem met hemolyse of bloedverlies, terwijl bij een non-regeneratieve anemie er een beenmergprobleem is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Hoe kan een verstoorde erytropoëse ontstaan?

A
  • Verstoring van proliferatie/differentiatie stamcellen
  • Verstoring DNA-synthese
  • Verstoring Hb-synthese
  • Combinatievormen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe kan de proliferatie/differentiatie van stamcellen verstoord worden?

A
  • Aplastische anemie
  • Pure red cell aplasia (PRCA)
  • Maligne tumoren van hematopoëse
  • Myelofibrose/myelosclerose
  • Hormonaal/viraal/fysisch/chemisch/toxisch/farmacologisch
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is aplastische anemie?

A

Hematopoëtische cellen vervangen door vet

Dit type anemie kan veroorzaakt worden door verschillende factoren, waaronder toxische stoffen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is pure red cell aplasia (PRCA)?

A

Te weinig aanmaak van rode bloedcellen door het beenmerg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat gebeurt er bij myelofibrose/myelosclerose?

A

Hematopoëtische cellen worden verdrongen door fibro’s en bot.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe kan de DNA synthese in de erytropoëse verstoort worden?

A

Door een foliumzuur- en B12-deficiëntie, wat een macrocytaire anemie oplevert.

Je krijgt abnormaal grote cellen met veel hemoglobine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Hoe ontstaat ijzergebreksanemie?

A

Bij LH door voedingstekort en GD door chronisch bloedverlies.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat gebeurt er bij ijzergebreksanemie?

A

Er is minder hemoglobine synthese wat vertraagde kernuitstoting oplevert. Je krijgt kleine normoblasten met overrijpe kern (pyknotisch) in het beenmerg.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is het bloedbeeld bij ijzergebreks- en kopergebreksanemie?

A

Hypochrome microcytaire anemie

Bij ijzergebreksanemie ook verlaagde serumijzerconcentratie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat is secundaire non-regeneratieve anemie?

A

Een combinatie van verstoring van de DNA-synthese, Hb-synthese en proliferatie/differentiatie van stamcellen.

Het ontstaat door toxische stoffen en verlies van nierweefsel (minder EPO aanmaak)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Op welke manier kan een fret een anemie krijgen?

A

Door hoge oestrogeenspiegels, wat een pancytopenie oplevert

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Waarom hoor je een souffle bij anemie?

A

Bij een Ht < 0,15 hoor je een anorganische souffle door gedaalde viscositeit van het bloed

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Door welke oorzaken kun je een normochrome, normocytaire anemie krijgen?

A
  • Acuut bloedverlies (nog niet regeneratief)
  • Hemolytische anemie (nog niet regeneratief)
  • Chronische aandoening (infecties, systeemziekte, maligniteit)
  • Primaire afwijkingen aan het beenmerg
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Door welke oorzaken kan een polychrome macrocytaire anemie ontstaan?

A
  • Hemolytische anemie (regeneratieve fase)
  • Bloedverlies (regeneratieve fase)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Hoe kan een sferocytaire anemie ontstaan?
Immuungemedieerde hemolytische anemie
26
Wat is de therapie bij shock en anemie?
* Shock: IV infuus (vooraf bloed afnemen) * Anemie: primaire probleem oplossen
27
Noem voorbeelden van anemie door gestoorde erytropoëse?
* IJzergebreksanemie bij varken/rund * Infectieuze anemie bij pluimvee * Leishmaniose bij hond
28
Welke hoofdgroepen zijn er als oorzaak voor anemie door hemolyse?
* Infectieus * Mechanische/fysische beschadiging erytrocyten * Chemische beschadiging * Immunologische afbraak door antilichamen
29
Welke infectieuze oorzaken kunnen er zijn voor hemolytische anemie?
* Hemotrope mycoplasma-infecties bij kat * Babesiose bij hond en rund * Piroplasmose bij paard * Infectieuze anemie bij paard * Parasieten
30
Wat zie je bij hemotrope mycoplasma-infecties bij kat?
Parasieten op het erytrocyten membraan, wat te zien is bij een bloeduitstrijkje of PCR. ## Footnote Meestal symptoomloos
31
Wat is babesiose bij hond?
Ziekte door *Babesia*, dat wordt overgedragen door teken. Een gekleurd bloeduitstrijkje laat *Babesia* zijn in reticulocyten, of PCR.
32
Wat zijn de symptomen van babesiose bij rund?
* Koorts * Hemoglobinurie * Icterus * Anemie
33
Welke symptomen zie je bij babesiose bij hond?
* Acuut verloop (1-3 weken) * Sloom * Anorexie * Koorts * Hemoglobinurie * Splenomegalie * Soms icterus
34
Waardoor ontstaat babesiose bij rund?
Door *Babesia divergens* dat wordt overgedragen door teken. Je kan ze aantonen in een bloeduitstrijkje
35
Hoe ontstaat piroplasmose bij paard?
Het is teek-gerelateerd en vermeerderd in de erytrocyten: * Theileriose - door *Theileria equi* * Babesiose - door *Babesia caballi* (minder erge verschijnselen dan bij *T. equi*
36
Wat is de diagnostiek en behandeling van piroplasmose bij paard?
Diagnostiek: parasiet aantonen in bloeduitstrijkje, PCR of gepaarde sera Behandeling: imidocarb diproprionaat
37
Hoe ontstaat infectieuze anemie bij paard?
Door een *Retrovirus* ontstaat een persisterende infectie. Het wordt overgedragen door grote bijtende insecten, maar komt weinig voor in NL. Het vermeerdert in macrofagen ## Footnote Het is aangifteplichtig
38
Welke symptomen zie je bij infectieuze anemie bij paard?
Acuut: * Koorts * Anorexie * Petechiën Chronisch: * Recidiverende koorts * Mager * Bleke slijmvliezen * Oedeem
39
Hoe ontstaat hemolyse door overmatige wateropname?
Er ontstaat dan intravasale hemolyse. Je ziet depressie, trillen, snelle oppervlakkige ademhaling en een laag soortelijk gewicht in de urine.
40
Hoe werkt hemolyse door planten/uien? ## Footnote Vooral bij rund
Hemoglobine denatureert en klontert samen, wat Heinz bodies oplevert. Je krijgt massale intravasale hemolyse, wat anemie, hyperthermie en anorexie oplevert. ## Footnote Bloedtransfusie nodig, maar slechte prognose
41
Hoe werkt nitraat/nitrietintoxicatie bij rund?
Door het voeren van kunstmest gewassen wordt bij de omzetting in de pens methemoglobine gevormd. Deze Fe3+ kan geen zuurstof transporteren
42
Wat zijn de symptomen van nitraat/nitrietintoxicatie bij rund?
* Dyspneu * Cyanose * Chocoladekleuring bloed * Bruine slijmvliezen * Vaak in koppelverband ## Footnote Prognose is gunstig na het overleven van de eerste 6 uur
43
Wat gebeurt er bij koperstapeling bij schaap en hond? ## Footnote Vooral bedlington terriërs
Door chronische opname van kleine beetjes stapelt het op in de lever. Bij stress wordt het plotseling afgegeven en geeft het intravasale hemolyse
44
Wat zie je bij pluimvee bij een sulfonamidenintoxicatie?
Algemeen ziek, traag, bleek en icterus ## Footnote Door te lange toediening, niet langer dan 6 dagen geven
45
Wat is isoerythrolysis neonatalis?
Afbraak van ery's door antilichamen van de moeder doordat complementbinding en lysis ontstaat. Veulens die veel drinken krijgen ook veel verschijnselen. ## Footnote Dit kan optreden bij veulens die biest drinken van hun moeder als die al eerder veulens hebben gehad.
46
Welke symptomen zie je bij een veulen met isoerythrolysis neonatalis?
* Slomer * Minder drinken * Icterus * Bruingele/rode urine * Hoge pols * Vergrote zwarte nieren bij sectie ## Footnote Prognose is redelijk goed zolang het veulen in de eerste 36/48 uur niet bij de moeder drinkt
47
Wat zie je bij biggen met isoerythrolysis neonatalis?
* Na 1-2 dagen sloom en rusteloos --> sterfte * Anemie * Icterus * Vergrote lever * Donkere nieren * Roodbruine urine ## Footnote Er is geen therapie
48
Wat zie je bij kittens met isoerythrolysis neonatalis?
Sloom, niet drinken, anemie, enkele dagen te leven. Komt voor als B-poezen A/AB-kittens krijgen. Je moet de eerste 48-72 uur met de fles voeren.
49
Wat is idiopathische immuungemedieerde hemolyse (IHA) bij hond en kat?
Afbraak van erytrocyten door eigen immuunsysteem. Dieren zijn progressief lusteloos en hebben koorts
50
Hoe kun je IHA bevestigen?
Coombstest of sferocyten aantonen
51
Wat zijn mogelijke oorzaken van anemie door bloedverlies bij honden?
Rattengifintoxicatie kan zorgen voor hemoabdomen/-thorax, en miltruptuur voor hemoabdomen
52
Hoe kan anemie door bloedverlies ontstaan bij paard?
Trauma, vaatruptuur, leverruptuur of luchtzakbloeding ## Footnote Symptomen zijn lusteloos, minder uithoudingsvermogen, kortademig en vermagering
53
Hoe kan anemie door bloedverlies ontstaan bij rund?
Vooral lebmaagbloedingen, of bloedingen in de uier.
54
Wat zijn de symptomen van anemie door bloedverlies bij rund?
Bij ernstig acuut bloedverlies: * Veel liggen * Kortademig * Bleke slijmvliezen * Hoge pols * Melena (bij lebmaagulcera)
55
Wat zijn twee oorzaken die kunnen zorgen voor anemie door bloedverlies bij kleine herkauwers?
* Haemonchose (door *Haemonchus cortortus*, zuigt bloed in de lebmaag) * Leverbotziekte (door *Fasciola hepatica*, eet bloed en maakt galgangen kapot)
56
Wat zijn de symptomen van anemie door bloedverlies bij kleine herkauwers?
* Haemonchose: bleke slijmvliezen en onderkaakoedeem door hypoalbuminemie * Leverbotziekte: geelbleke slijmvliezen, oedeem aan de onderkaak ## Footnote Verschil: bij haemonchose worden oogslijmvliezen papierwit, bij leverbot niet
57
Welke pathogenen kunnen zorgen voor anemie door bloedverlies bij varkens?
* *Clostridium perfringens*; in de eerste levensweek (enteritis) * *Lawsonia intracellularis* (bij vleesvarkens --> PPE) * *Brachyspira hyodysenteriae*; varkensdysenterie (hemorragische enteritis)
58
Hoe stel je de diagnose van anemie door bloedverlies bij varkens?
Bleke kleur en bloed in mest (Hemoccult-test), en uiteindelijk diagnose bij sectie
59
Wat zijn de tekenen van verstoorde primaire hemostase?
Puntbloedingen (petechiën) ## Footnote Dit kan leiden tot bloedingen door kleine verwondingen.
60
Wat zijn tekenen van verstoorde secundaire hemostase?
Hemorragische diathese bij trauma aan grotere vaten. De plaatjesplug is niet voldoende.
61
Wat ga je testen als je een vermoeden hebt van problemen in de stolling?
Bloedonderzoek: PT, APTT en fibrinogeen, en daarna nog specifieke (stollingsfactor) testen voor de diagnose
62
Wat is de rol van IgG in hemolyse?
Opsoniseert de ery en bevordert fagocytose ## Footnote IgG is een belangrijk antilichaam in het immuunsysteem.
63
Noem wat voorbeelden van ziektes die zorgen voor vestoorde primaire hemostase
* Trombopenie * Thrombocytopathie * Vaatwandafwijkingen * Ziekte van Von Willebrand
64
Wat is trombopenie?
Abnormaal aantal bloedplaatjes in perifeer bloed ## Footnote Trombopenie kan leiden tot petechiën, hematomen en bloedingen door het hele lichaam.
65
Wat is trombocytopenie purpura bij het varken?
Antilichamen tegen trombocyten in de biest door antigenetisch verschil tussen de zeug en big. Door lysis van trombocyten ontstaan bloedingen door het hele lichaam.
66
Hoe stel je de diagnose voor trombocytopenia purpura bij varkens?
Diagnose bij sectie, geen therapie
67
Wat zie je bij immuungemedieerde trombopenie bij hond en kat?
Puntbloedingen, slijmvliesbloedingen en evt. inwendig bloedverlies. Er zijn te weinig bloedplaatjes.
68
Wat is de therapie voor immuungemedieerde trombopenie bij hond en kat?
Prednisolon (immunosuppressie) ## Footnote Het is meestal idiopathisch
69
Wat is trombocytopathie?
Kwalitatieve functiestoornissen van trombocyten na gebruik van NSAIDs ## Footnote Dit gebeurt door blokkade van tromboxaan-A2-synthese via COX.
70
Hoe zorgen vaatwandafwijkingen voor verstoorde primaire hemostase?
Door vasculitis ontstaat verhoogde permeabiliteit en dus bloedingen. ## Footnote Bij paard is het een combi van vasculitis en immuungemedieerde trombocytafbraak
71
Wat is de ziekte van Von Willebrand?
Genetische afwijking van Von Willebrand factor, wat normaal de hechting van bloedplaatjes aan de vaatwand bevordert. ## Footnote Het is totaal afwezig bij Kooikerhondjes.
72
Hoe kun je de ziekte van Von Willebrand diagnosticeren?
Met een ELISA om de lage concentratie vast te stellen
73
Noem wat voorbeelden van verstoorde secundaire hemostase?
* Hemofilie * Gestoorde leverfunctie * Vitamine K-deficiëntie * Intoxicatie door vitamine K-antagonisten
74
Wat is hemofilie?
Een stollingsstoornis: * Hemofilie A = factor VIII-deficiëntie * Hemofilie B = factor IX-deficiëntie ## Footnote Hemofilie A komt alleen voor bij mannelijke dieren.
75
Hoe kan gestoorde leverfunctie zorgen voor verstoorde secundaire hemostase?
Stollingsfactoren worden in de lever gemaakt, dus PT en APTT worden langer en er is minder fibrinogeen
76
Hoe kan vitamine K-deficiëntie ontstaan?
Kan ontstaan bij carnivoren door problemen in de voeding en herbivoren via darmflora.
77
Wat zie je bij intoxicatie door vitamine K-antagonisten?
Enkele dagen na opname (duurt 14-30 dagen) zie je verlengde PT en APTT, shock en anemie. ## Footnote Het ontstaat door cumarinederivatten (rattengif)
78
Wat is de behandeling van een vitamine K-antagonist intoxicatie?
De shock en anemie bestrijden en vitamine K1 toedienen. ## Footnote Herstel na 6-8 uur
79
Wat is diffuse intravasale stolling (DIS)?
Syndroom waarbij bloedstolling in het hele lichaam overmatig wordt geactiveerd. Dit leidt tot de vorming van microtrombi in de bloedvaten, waardoor de bloedtoevoer naar organen kan worden belemmerd en tegelijkertijd risico op bloedingen ontstaat door het verbruik van stollingsfactoren en bloedplaatjes.
80
Hoe kan DIS ontstaan?
Door uitgebreide vasculitis (contactactivatie) of weefseltromboplastine in het bloed (bloedpropjes). ## Footnote Bij ziekten die gepaard gaan met endotheelschade/plaatjesactivatie/weefseltromboplastine
81
Wat wordt er bedoeld met een linksverschuiving in het bloed?
Er komen meer jongere cellen in de circulatie, bij ontsteking
82
Wat krijg je bij een degeneratieve linksverschuiving?
Leukopenie ## Footnote Een verminderde hoeveelheid witte bloedcellen
83
Wat krijg je bij een regeneratieve linksverschuiving?
Leukocytose met veel jonge cellen ## Footnote Te veel witte bloedcellen
84
Wat zijn de symptomen van bovine granulocytopathy syndrome?
Recidiverende infecties aan slijmvliezen, gestoorde wondgenezing, extreme leukocytose ## Footnote Dit syndroom leidt tot een verhoogde vatbaarheid voor infecties.
85
Wat is bovine leukocyte adhesion deficiency (BLAD)?
Het ontbreken van celoppervlaktemoleculen op leukocyten
86
Wat zijn de symptomen van BLAD? ## Footnote Bovine leukocyte adhesion deficiency
* Groeiachterstand * Tandenverlies * Huidschimmel * Enorme leukocytose * Hyperproteïnemie * Hypergammaglobulinemie
87
Wat voor effect hebben adrenaline en corticosteroïden op het immuunsysteem?
Adrenaline: immuunverhogend Corticosteroïden: immunosuppressief
88
Hoe werkt een type I allergie?
Het lichaam maakt IgE-antistoffen aan tegen een allergeen. Bij een volgende blootstelling binden deze aan mestcellen, waardoor histamine vrijkomt en een allergische reactie ontstaat. Dit is vaak acuut en kan leiden tot anafylaxie. ## Footnote Bijen, voedselallergie, hooikoorts.
89
Hoe werkt een type II allergie?
Antistoffen (IgG of IgM) richten zich tegen lichaamseigen cellen, wat leidt tot vernietiging van die cellen. Dit duurt uren tot dagen. ## Footnote Bloedtransfusie, hemolytische anemie
90
Hoe werkt een type III allergie?
Immuuncomplexen (allergeen + IgG) hopen zich op in weefsels en veroorzaken ontsteking ## Footnote Serumziekte, lupus (SLE)
91
Hoe werkt een type IV allergie?
Geen antistoffen, maar T-cellen reageren op een allergeen en geven een ontstekingsreactie. Dit is een vertraagd type. ## Footnote Contactallergie, rejectie transplantaten
92
Welke soorten antilichaam-antigeen testen zijn er?
* Agglutinatie/precipitatie * Complement bindings reactie * ELISA, RIA * Immuunfluorescentie test (IFT)
93
Welke agglutinatie/precipitatie testen zijn er?
* DAT/IAT/Coombs * Immunodiffusie testen * Haemagglutinatie inhibitie test * Ouchterlony test
94
Wat meten agglutinatie- en precipitatie-testen?
Ze meten de binding tussen antigeen en antilichaam via klontering (agglutinatie) of neerslag (precipitatie).
95
Wat meet een directe Coombs test (DAT)?
Detecteert antistoffen op rode bloedcellen
96
Wat meet een indirecte Coombs test (IAT)?
Detecteert antistoffen in het serum tegen rode bloedcellen
97
Wat doet een haemagluttinatie inhibitie test?
Die meet of er antilichamen aanwezig zijn (van bijv. virussen) die ervoor kunnen zorgen dat rode bloedcellen gaan klonteren.
98
Wat doet de Ouchterlony test?
De Ouchterlony-test is een precipitatietest in agar-gel waarbij antigeen en antilichaam vanuit aparte putjes naar elkaar toe diffunderen. Waar ze in de juiste verhouding samenkomen, ontstaat een precipatielijn. Deze laat zien of antigenen identiek, verwant of verschillend zijn.
99
Hoe werkt een ELISA?
Antigeen-antilichaam-binding wordt zichtbaar via een enzymatische kleurreactie
100
Wat is het verschil tussen een ELISA en een RIA?
ELISA gebruikt enzymen en kleur, RIA gebruikt radioactieve labels om binding te meten
101
Hoe werkt een immunofluorescentie test (IFT)?
Antilichamen met fluorescerend label binden aan antigenen en worden zichtbaar onder UV-licht
102
Wat is de definitie van een lymfadenopathie?
Een aandoening aan de lymfoïde organen
103
Wat is de eerste stap bij aanvullende diagnostiek van lymfadenopathie?
Microscopisch onderzoek van de betreffende lymfeknoop
104
Wat voor biopsie wordt gebruikt als je alleen naar de cellen wilt kijken?
Een dunne naald aspiratie biopt (DNAB)
105
Wat is het voordeel van een DNAB?
Het is makkelijk, gering invasief en snel
106
Wat is het nadeel van een DNAB?
Een representatief biopt nemen kan moeilijk zijn (bijv. ontstoken lymfeknoop wat te veel exsudaat en vocht geeft), of de cellen zijn te fragiel en gaan kapot bij uitstrijken.
107
Wat is de DDx van afwijkende lymfeknopen?
* Reactieve hyperplasie van de lymfeknoop * Lymfadenitis * Neoplasie
108
Hoe kan een reactieve hyperplasie van de lymfeknoop ontstaan?
* Lokale infecties/ontstekingen in het drainagegebied * Gegegeneraliseerde infecties * Aseptische reacties
109
Welke vormen van lymfadenitis zijn er?
* Aspecifiek als gevolg van ontsteking in drainagegebied * Hemorragisch-necrotiserende lymfadenitis * Purulente lymfadenitis * Granulomateuze lymfadenitis
110
Noem een voorbeeld van een hemorragisch-necrotiserende lymfadenitis
Miltvuur (antrax)
111
Wat is miltvuur?
Een acute dodelijke ziekte veroorzaakt door de bacterie *Bacillus anthracis*, die erg resistente sporen vormt. Infectie kan via de huid, luchtwegen of maagdarmkanaal plaatsvinden. ## Footnote De ziekte komt vooral voor bij herkauwers, maar is zoönotisch
112
Wat is de meest voorkomende oorzaak van purulente lymfadenitis?
Ontsteking in drainagegebied ## Footnote Kan acuut of chronisch zijn en kan leiden tot abcesvorming.
113
Wat is goedaardige droes bij paard?
Een zeer besmettelijke voorste luchtweginfectie door *streptococcus equi equi*, wat een keelontsteking, hoge koorts en abcessen in de lymfeknopen veroorzaakt ## Footnote Het kan dus een purulente lymfadenitis veroorzaken
114
Wat voor lymfadenitis kan pseudotuberculose bij schaap veroorzaken?
Purulente lymfadenitis
115
Wat is pseudotuberculose?
Een zoönotische bacteriële infectie door *Corynebacterium pseudotuberculosis ovis*. Het geeft abcessen in de lymfeknopen
116
Wat is de behandeling van pseudotuberculose?
Die is er niet, het dier kan niet meer van de bacterie afkomen. ## Footnote Daardoor is preventie erg belangrijk
117
Wat is PMWS bij varkens?
Post weaning multisystemic wasting syndrome, dat veroorzaakt wordt door *porcine circovirus 2*.
118
Wat zie je bij varkens met PMWS?
* Progressieve vermagering * Vergrote lymfeknopen * Basofiele insluitlichaampjes in macrofagen
119
Wat is de etiologie van tuberculose?
Infectie door Mycobacterium bovis ## Footnote Dit leidt tot chronische infectieziekte met woekeringen en verkazing.
120
Wat is paratuberculose bij herkauwers?
Een chronische granulomateuze darmontsteking door *Mycobacterium avium paratuberculosis*. Het vermenigvuldigt in macrofagen.
121
Wat is actinomycose?
Een chronische pyogranulomateuze ontsteking van het skelet door *Actinomyces bovis*, vooral in de onderkaak
122
Wat is actinobacillose?
Een granulomateuze infectie van weke delen in de mond, door *Actinobacillus lignieresii*.
123
In welke drie delen wordt de DDx van een vergrote milt opgedeeld?
* Diffuse vergroting * Lokale vergroting * Neoplasieën
124
Wat is de DDx van een diffuse vergroting van de milt?
* Actieve en passieve hyperemie * Liggingsveranderingen * Extramedullaire hematopoëse * Reactieve hyperplasie (reactiemilt) * Stapelingen van de milt
125
Wanneer krijg je een actieve hyperemie?
Bij infecties en shock, of bijv. bij het slachten van het dier door prikkeling van het autonome zenuwstelsel ## Footnote Ook bij honden na anesthesie/euthanasie
126
Wanneer krijg je een acute passieve hyperemie?
Bij slechte veneuze bloedafvoer (stuwingsmilt), wat vergroting, welling en roodheid oplevert
127
Wanneer krijg je een chronische passieve hyperemie?
Bij chronische leververanderingen met portale hypertensie, of bij trombose van de miltvenen
128
Wat gebeurt er bij een miltvolvulus?
De milt draait om de hilus (kan ook partieel zijn). Door afsluiting van vaten wordt de milt een groot, hemorragisch infarct waardoor een necrosebrok ontstaat die wordt afgekapseld
129
Wat gebeurt er bij een maagdilatatie-volvulus? ## Footnote Voornamelijk hond en cavia
Ook het omentum en de milt draaien mee met maag, waardoor milt op z'n kop gaat liggen en de boedvaten in het omentum afscheuren. De veneuze afvoer wordt belemmerd voor de maag, maar geen necrose. De milt vergroot enorm.
130
Wat is extramedullaire hematopoëse en hoe ontstaat het?
Bloedcelvorming buiten het beenmerg (door milt, lever, lymfeknopen of bijnieren). Het ontstaat vaak door anemie die niet op een deficiëntie berust maar op een probleem in het beenmerg.
131
Wanneer zie je een acute reactieve hyperplasie (acute reactiemilt)?
Bij heftige, peracute infectieziekten (bloedparasieten) of sepsis
132
Wanneer zie je een chronische reactieve hyperplasie?
Bij subacute en chronische infectieuze aandoeningen, of bij een groot aanbod van toxische stoffen. Een zeer chronische ontsteking kan zorgen voor een verkleinde, verbindweefselde milt
133
Wat is amyloïdose?
Een stapeling van acute fase eiwit amyloïd A, wat in de milt zeldzaam is ## Footnote Het kan erfelijk zijn of verkregen
134
Wat is de DDx van een lokale vergroting van de milt?
* Infarcten (in eindarteriën) * Nodulaire hyperplasie (vaak oudere honden; compensatie) * Lokale miltontsteking (splenitis)
135
Welke soorten splenitis zijn er?
* Purulent * Necrotiserend * Granulomateus
136
Wat is de etiologie van een purulente splenitis?
Het ontstaat metastatisch via bloed, en de belangrijkste verwekkers zijn *Trueperella pyogenes* en streptokokken
137
Hoe ontstaat necrotiserende splenitis?
Meestal door *Fusobacterium necrophorum*. Er kunnen micro-organismen meekomen die zich voeden van dood materiaal (saprofyten), die veroorzaken rotting van de milt (moddermilt)
138
Hoe ontstaat een granulomateuze splenitis?
Door tuberculose. Er ontstaan grote knobbels zonder verkazing. ## Footnote Bij runderen zie je het vooral op, en niet in, de milt
139
Wat voor neoplasieën kunnen er in de milt ontstaan?
* Hemangioom/hemangiosarcoom (meest voorkomend, vaak metastasen naar hart of lever) * Maligne lymfoom, myeloïde leukemie (uitgaande van hematopoëtische cellen) * Fibroom, fibrosarcoom, leiomyoom, leiomyosarcoom (zeldzaam)
140
Waar of niet waar? In de milt komen vaak metastasen voor van andere neoplasieën.
Niet waar, die komen vrijwel nooit voor
141
Wat is leukemie?
Een tumoreuze ontaarding van hematopoëtische cellen in beenmerg. Hele beenmerg wordt geleidelijk vervangen door neoplastische cellen waardoor beenmergfunctie uitvalt. Tumorcellen zijn vaak ook in bloed aanwezig. ## Footnote De tumorcellen kunnen uitzaaien, vooral naar milt, lymfeknopen en lever
142
Wat is lymfatische leukemie?
Leukemie met lymfocyten, 2 vormen: * Acute lymfoblastaire leukemie (ALL) * Chronische lymfocytaire leukemie (CLL)
143
Wat is het verloop van acute lymfoblastaire leukemie (ALL)?
Verschijnselen ontstaan plotseling, en er is progressieve infiltratie van beenmerg door onrijpe lymfoblastaire lymfoïde cellen
144
Wat zijn de klinische verschijnselen van acute lymfoblastaire leukemie (ALL)?
Ze zijn aspecifiek, maar vaak wel een ernstige trombocytopenie en leukocytose
145
Hoe stel je de diagnose ALL?
Door beenmergcellen te beoordelen: meer dan 20-30% lymfoblasten bij kernhoudende cellen is bevestigend ## Footnote Zonder behandeling sterfte binnen 1-2 weken, maar agressieve chemo werkt meestal niet
146
Wat zie je bij chronische lymfocytaire leukemie (CLL)?
Verschijnselen ontstaan geleidelijk omdat het een langzaam, chronisch verloop heeft: * Grote aantallen goede rijpe lymfocyten in bloed en beenmerg * Non-regeneratieve anemie * Leukocytose ## Footnote Vooral bij de hond
147
Wat is de behandeling van CLL?
Chemo wordt aangeraden wanneer verschijnselen erger worden of wanneer er anemie of hyperviscositeit is.
148
Wat houdt een maligne lymfoom in?
Neoplasieën die uitgaan van lymfoïde cellen, vaak op meerdere plekken ## Footnote Dit kan gepaard gaan met een leukemisch bloedbeeld, waardoor onderscheid soms moeilijk is
149
Wat geeft maligne lymfoom voor klinisch beeld in lymfeknopen?
Vergroot en op sneevlakte egaal door het verdwijnen van structuur. Het is grijswijt, spekkig en week
150
Wat geeft maligne lymfoom voor klinisch beeld in de milt?
Vergroot, gezwollen en week
151
Wat geeft maligne lymfoom voor klinisch beeld in het beenmerg?
Door anemie is het beenmerg actief (week en rood). Soms neoplastisch weefsel (week en grijswit beenmerg).
152
Wat geeft maligne lymfoom voor klinisch beeld in de lever?
Die neemt toe in omvang, is bleek van kleur en is bros
153
Welke vormen van maligne lymfoom komen bij paarden voor?
* Gegeneraliseerde/multicentrische vorm * Intestinale/alimentaire vorm * Mediastinale vorm * Huidvorm ## Footnote Lymfoïde neoplasieën komen zelden voor bij paard
154
Wat zie je bij de gegeneraliseerde vorm van maligne lymfoom bij paard?
* Sterke vermagering * Regionale lymfeknoop zwelling * Centraal oedeem
155
Wat zie je bij de intestinale/alimentaire vorm van maligne lymfoom bij paard?
* Vermageren ondanks goede eetlust * Milde koliek * Anemie * Hypoalbuminemie * Verdikte wanden van de dunne darm
156
Wat zie je bij de mediastinale vorm van maligne lymfoom bij paard?
Binnen enkele minuten kortademigheid, door ruimte innemend proces in de thorax
157
Hoe heten neoplasieën van lymfoïde cellen bij runderen?
Lymfoïde leukose
158
Hoe wordt lymfoïde leukose bij rund ingedeeld?
* Gegeneraliseerde leukose bij het kalf * Lymfosarcoom bij het jonge rund * Gegeneraliseerde vorm bij het volwassen rund (o.a. enzoötische bovine leukose) * Huidleukose
159
Wat zie je bij gegeneraliseerde leukose bij het kalf?
* Niet-pijnlijke lymfeknoopvergroting * Dood binnen 2-8 weken
160
Wat zie je bij lymfosarcoom bij het jonge rund?
Een dikte bij de borstingang, langs de hals en het voorste mediastinum (thymus) door een ruimte-innemend proces in de thorax
161
Wat zijn histiocytaire aandoeningen bij hond en kat?
Proliferatieve veranderingen van cellen uit histiocytaire/monocytaire cellijn, zowel neoplastisch als niet-neoplastisch.
162
Welke histiocytaire tumoren komen bij GD voor?
* Cutaan histiocytoom * Cutane reactieve histiocytose * Reactieve systemische histiocytose * Histiocytair sarcoom
163
Wat is een cutaan histiocytoom?
Een benigne huidtumor, gekenmerkt door 1 of enkele knobbels zonder metastasen. Ze hebben een glad oppervlak, en zitten vooral op het hoofd en de distale voorpoten
164
Bij welke dieren komt een cutaan histiocytoom voornamelijk voor?
Bij honden, vooral in het 1ste levensjaar ## Footnote Ze gaan vaak binnen een paar maanden in regressie
165
Wat zijn de kenmerken van cutane reactieve histiocytose?
Multipele veranderingen in de dermis, bestaande uit proliferaties van meerdere celtypen. Dit zijn reactieve ontstekingen. ## Footnote Behandeling is immunosuppressieve middelen
166
Wat is reactieve systemische histiocytose?
Histiocytose die verspreidt naar lymfeknopen en inwendige organen zoals milt en lever.
167
Wat zie je bij dieren met reactieve systemische histiocytose?
Het geeft aspecifieke verschijnselen. Het heeft een wisselend verloop; er zijn periodes van remissie en verergering
168
Wat is een histiocytair sarcoom?
Tumor van myeloïde dendritische APC’s (antigeen-presenterende cellen), vaak met anemie en respiratoire verschijnselen. ## Footnote Meestal is euthanasie noodzakelijk
169
Wat zijn plasmaceltumoren bij hond en kat?
Neoplasieën die het resultaat zijn van tumoreuze proliferatie van een enkele kloon van Ig-uitscheidende plasmacellen.
170
Hoe worden plasmaceltumoren ingedeeld?
* Multipel myeloom * Solitaire plasmacytomen (solitaire botplasmacytomen en extramedullaire plasmacytomen)
171
Wat is multipel myeloom?
Systematische maligne ziekte waarbij plasmacellen prolifereren in beenmerg door een stoornis in de ontwikkeling van bèta-cellen.
172
Wat zijn de klinische verschijnselen van multipel myeloom?
* Osteolyse * Verstoorde beenmergfunctie * Verminderde antilichaamproductie (en dus slechtere afweer)
173
Wat is de behandeling van multipel myeloom?
* Systematische chemotherapie om tumorcellen te verminderen * Symptomatische en ondersteunende behandeling van complicaties
174
Wat zijn kenmerken van solitaire botplasmacytomen?
Zeldzaam, vroeg stadium van multipel myeloom. Behandeling is chirurgie, radiotherapie of een combinatie hiervan
175
Wat zijn kenmerken van extramedullaire plasmacytomen?
Ze hebben een plasmaceloorsprong die buiten het beenmerg ontwikkelen, en zitten meestal op mucocutane overgangsgebieden. Er ontstaat gladde, verheven, roze zwelling van 1-2 cm. ## Footnote Chirurgie is nodig
176
Wat is enzoötische bovine leukose?
Een virale aandoening bij runderen veroorzaakt door het *bovine leukemievirus* (BLV), een retrovirus, die leidt tot persistente lymfocytose en lymfatische tumoren. ## Footnote Bij 1/3 van de runderen ouder dan 3 jaar ontwikkelt persisterende lymfocytose
177
Bij welke dieren komt enzoötische bovine leukose voor?
Het komt bij runderen in Noord-Amerika voor en is aangifteplichtig
178
Wat zijn de laboratoriumdiagnostiekmethoden voor enzoötische bovine leukose?
* Agargel immunodiffusietest * ELISA * Virusisolatie * PCR ## Footnote Er is geen therapie
179
Wat veroorzaakt Feline Leukemievirus (FeLV) bij de kat?
Veroorzaakt maligne lymfoom, doordat het retrovirus zorgt voor immuundeficiëntie.
180
Hoe verspreid FeLV zich?
Het vermeerdert in lymfatisch weefsel in de oropharynx en verspreidt zich daarna naar lymfoïd weefsel
181
Wat is het verloop van FeLV bij de kat?
Bij 30-40% ontwikkelt een persisterende viremie. Persistent geïnfecteerde dieren ontwikkelen verschijnselen binnen enkele maanden tot 3 jaar
182
Hoe wordt FeLV verspreid?
Infectie vindt plaats door contact met speeksel. Het virus is slecht resistent buiten de gastheer
183
Wat zijn de diagnostische methoden voor FeLV?
* Virusisolatie * PCR * Sneltesten * Evt. histologie ## Footnote De prognose is slecht
184
Wat zijn de twee belangrijke besmettelijke neoplastische ziekten bij de kip?
Ziekte van Marek en Aviaire leukose ## Footnote Klinisch soms niet te onderscheiden, maar de epidemiologie verschilt sterk. De ziekte van Marek komt meer voor.
185
Wat is de ziekte van Marek?
Virusziekte bij kippen door *Herpesviridae*, wat o.a. tumoren van T-lymfocyten veroorzaakt.
186
Welke dieren zijn gevoelig voor de ziekte van Marek?
Jonge kuikens zijn gevoelig. Vanaf 6 weken deels resistent, vanaf 16 weken volledig resistent. Dit is resistentie tegen tumoren, niet tegen infectie zelf.
187
Wat infiltreren tumoreus ontaarde lymfocyten?
* Viscerale organen * Maagdarmkanaal * Lymfoïde organen * Geslachtsorganen * Spieren * Huid ## Footnote Het beenmerg is niet betrokken
188
Wat ontstaat er bij jonge kippen die de ziekte van Marek krijgen?
Die krijgen lymfodepletie in de bursa van Fabricius, waardoor immunosuppressie ontstaat.
189
Hoe verspreid de ziekte van Marek?
Horizontaal via huidschilfers. Het virus vermeerdert in luchtwegen, en gaat daarna naar de milt, Bursa en thymus. Het infecteert eerst B-cellen (cytolyse) en daarna vooral T-cellen. Via een 2 weken durende viremie bereikt het zenuwen en veerfollikels. ## Footnote In de omgeving kan het enkele maanden infectieus blijven.
190
Welke vormen van de ziekte van Marek zijn er?
* Klassieke/neurale vorm * Acute/viscerale vorm * Oculaire vorm ## Footnote De acute/viscerale vorm is economisch gezien de belangrijkste vorm
191
Wat zijn de symptomen van de klassieke/neurale vorm van de ziekte van Marek?
* Eerste verschijnselen op 2-5 maanden door aantasting perifere zenuwen * Slechte spreidreflex van de poot * Aangetaste zenuwen zijn dik, grauw en oedemateus
192
Wat zie je histologisch bij de klassieke/neurale vorm van de ziekte van Marek?
Infiltraties van lymfoblasten, lymfocyten en plasmacellen
193
Wat zijn de symptomen van de acute/viscerale vorm van de ziekte van Marek?
* Plotseling hoge uitval * Aspecifieke verschijnselen * Sterfte rond 10-13 weken ## Footnote Vaak geen eerdere verschijnselen
194
Wat zie je op sectie bij de acute/viscerale vorm van de ziekte van Marek?
Lokale, goed omschreven, spekachtige tumoren in inwendige organen
195
Wat zie je histologisch bij de acute/viscerale vorm van de ziekte van Marek?
Sterk infiltratief groeiende tumoren met vooral lymfoblasten
196
Wat zijn de symptomen van de oculaire vorm van de ziekte van Marek?
Aantasting van de oogzenuw, waardoor er een kleine onbeweeglijke pupil ontstaat, die onregelmatig begrensd is met een fletse iris ## Footnote Komt meestal bij oudere dieren voor
197
Wat zie je histologisch bij de oculaire vorm van de ziekte van Marek?
* Iridocyclitis (iris-ontsteking) * Infiltratie lymfoïde cellen
198
Hoe kun je de ziekte van Marek diagnosticeren?
* Anamnese * Klinische verschijnselen * Sectiebevindingen * Histologisch beeld * Evt. PCR om vaccin te onderscheiden van veldvirus
199
Wat is de behandeling van de ziekte van Marek?
Die is er niet. Je kunt wel vaccineren met serotype 2 en 3
200
Wat is aviaire leukose?
Een chronische virale aandoening bij pluimvee veroorzaakt door een retrovirus, met zeer lange incubatietijd. Wordt ook wel dikke leverziekte genoemd vanwege de tumoren die het o.a. in de lever kan veroorzaken
201
Hoe wordt aviaire leukose overgedragen?
* Verticaal: belangrijkste transmissieroute (kuikens worden tolerant maar hun leven lang viremisch) * Horizontaal: via speeksel, feces, huidschilfers en injecties, maar alleen op korte afstand ## Footnote Virus is slecht resistent in de omgeving
202
Wanneer treden symptomen van aviaire leukose op?
Meestal aan het begin van de legperiode door stress ## Footnote Er zijn vaak secundaire infecties door immunosuppressie
203
Wat is lymfoïde leukose?
Een virale aandoening bij pluimvee veroorzaakt door een aviaire leukosevirus (ALV), waarbij lymfocyten tumorachtig uitgroeien, vooral in milt en lever.
204
Wat zijn de symptomen van lymfoïde leukose?
Aspecifieke symptomen zoals verminderde eetlust, vermagering, lusteloosheid en soms een bleke kam. Er ontstaan tumoren vooral in de milt en lever.
205
Wat is osteopetrose bij pluimvee?
Een aandoening waarbij de botten abnormaal verdikken door verstoring in de werking van osteoblasten, vaak door infectie met een retrovirus.
206
Wat zijn de symptomen van osteopetrose?
* Ernstige anemie * Verschrompelde kam * Lusteloos * Verlammingsverschijnselen * Dikke poten door verdikte cortex van bot (en daardoor minder plek voor beenmerg wat anemie geeft) * Infectie van de osteoblasten
207
Wat is myeloblastaire leukose?
Een vorm van leukemie bij pluimvee waarbij myeloblasten (voorlopercellen van witte bloedcellen) zich abnormaal vermeerderen in beenmerg en andere hemopoëtische organen
208
Wat is de therapie voor leukose bij pluimvee?
Er is geen therapie, de dieren moeten worden afgevoerd. Er is grote economische schade, want het duurt jaren voordat een merk vrij is van leukose