Beschrijf de epidemiologie van M. Hodgkin
[de Vries, blz. 309-311, Kumar & Clarks, blz. 459]
[de Vries, blz. 309-311, Kumar & Clarks, blz. 459]
Aanvullend onderzoek om de uitbreiding van het proces vast te stellen, kan bestaan uit:
[de Vries, blz. 309-311, Kumar & Clarks, blz. 459]
Ann Arbor stagering van maligne lymfomen:
Elk stadium wordt onderverdeeld in:
[de Vries, blz. 309-311, Kumar & Clarks, blz. 459]
3. Hoe is de epidemiologie van NHL.
[de Vries, blz. 309-311]
3. In welke 2 groepen worden NHL ingedeeld.
[de Vries, blz. 309-311]
Tumorspil: is de besmetting van de omgeving met tumorcellen, die weer kunnen uitgroeien tot recidief-tumoren. Dit kan optreden:
Tumorspil kan spontaan optreden, bv bij doorgroei van een longcarcinoom naar de pleuraholte, maar ook iatrogeen (door de arts veroorzaakt) door een biopsie of chirurgische behandeling.
[de Vries, blz. 41]
[de Vries, blz. 41-42]
Kenmerken van tumoren:
[de Vries, blz. 25-28]
Overeenkomsten: tumoren zijn zwellingen.
Verschillen: In tegenstelling tot benige tumoren gaan maligne tumoren oorspronkelijk uit van één cel en zijn dus klonaal, groeien meestal snel en infiltratief, ze zijn destructief en mestastaseren. En de mutatiefrequentie is hoger.
Benigne
Maligne
Lijkt op normaal weefsel
Morfologie afhankelijk van differentiatiegraad
Langzame groei
Meestal snelle groei
Vaak afgekapseld
Infiltratieve groei
Geen metastasen
Metastasering
Hoge overlevingskans
Vaak slechte overleving,
afh. van tumortype, TNM
en behandelingsopties
[de Vries, blz. 22, college powerpoints Oncopathologie 2/2015]
Verschillen:
Een carcinoma in situ bevindt zich nog “op zijn plekje” in het epitheel. Het invasief carcinoom heeft de basaalmembraan al doorbroken en is doorgegroeid naar het onderliggend bindweefsel. Een carcinoma in situ kan nog niet metastaseren omdat in het epitheel geen bloedvaten of lymfebanen lopen, een invasief carcinoom kan al metastaseren.
Overeenkomsten:
bij beiden zijn er sterke morfologische veranderingen in het weefsel, die tot stand komen door DNA mutaties en uitgaan van epitheliale weefsels.
[de Vries, blz. 26]
Noem de vijf histologische typen maligne tumor en het weefsel waarin ze ontstaan
Histologische typen maligne tumor
[de Vries, blz. 22-24]
Welke zijn de meest voorkomende oncochirurgische ingrepen
Excisie met krappe marge: Goed gedifferentieerde, weinig infiltrerende kwaadaardige tumoren kunnen worden verwijderd via een lokale excisie met een krappe marge (0.5 – 1 cm) gezond weefsel. Bijv. een basaalcelcarcinoom van de huid.
Excisie met ruime marge: de meeste tumoren infiltreren ver in de omgeving. Desondanks kan die omgeving er macroscopisch volkomen normaal uitzien. In de grote meerderheid van de gevallen wordt daarom - indien mogelijk - de tumor met daaromheen een ruime marge gezond weefsel verwijderd. De grootste zekerheid of al het tumorweefsel is verwijderd en er dus niet ergens in het grensvlak nog tumorweefsel is achtergebleven biedt het sneevlakonderzoek door de patholoog.
Excisie en-bloc: van de primaire tumor en het regionale lymfeklier gebied. Om bij een solide tumor die beperkt is gebleven tot het locoregionale gebied tumorspill te voorkomen. Daarbij worden de primaire tumor en het regionale lymfekliergebied met al het tussenliggende weefsel in één geheel verwijderd. Met deze procedure wordt voorkomen dat er door lymfevaten wordt gesneden. Hierin kunnen zich mogelijk tumorcellen bevinden, waardoor tumorspill optreedt.
Lymfeklierdissectie: De operatieve verwijdering van een regionaal lymfekliergebied, is nodig wanneer de afstand tussen de tumor en het regionale lymfekliergebied te groot is. Dan moeten de primaire tumor en het regionale lymfekliergebied gescheiden behandeld worden.
[de Vries, blz. 52-54]
Wanneer wordt in de oncologische chirurgie besloten tot een exploratieve operatie
Exploratieve operatie: Het is mogelijk dat ondanks uitvoerig onderzoek een veronderstelde uitbreiding van een tumor niet wordt aangetoond, of dat dit slechts zou kunnen met tijdrovende, ingewikkelde of kostbare methoden. De mogelijkheid bestaat echter dat er wel micrometastasen in de lymfeklier aanwezig zijn. Een exploratieve operatie (bijv. proefthoracotomie, proeflaparotomie bij een cardiacarcinoom van de maag). Wanneer zinvolle operatieve behandeling mogelijk blijkt, dan kan daartoe aansluitend worden overgegaan.
[de Vries, blz. 54]
Welke zijn de zes basale maatregelen die men in de chirurgische oncologie in acht moet nemen
[de Vries, blz. 51]
Wat is een ‘en-bloc’ excisie?
[de Vries, blz. 53]
Wat is een regionale perfusie
[de Vries, blz. 53]
Wat is een lymfeklierdissectie
Lymfeklierdissectie: De operatieve verwijdering van een regionaal lymfekliergebied. Het is nodig wanneer de afstand tussen de tumor en het regionale lymfekliergebied te groot is om een en-bloc procedure uit te voeren. Dan moeten de primaire tumor en het regionale lymfekliergebied gescheiden behandeld worden.
[de Vries, blz. 53]
Wat is een electieve operatie
Electieve behandeling: Wanneer er klinisch geen aantoonbare lymfekliermetastasen zijn, dan spreekt men van een klinisch negatief regionaal lymfekliergebied. De mogelijkheid bestaat echter dat er wel micrometastasen in de lymfeklier aanwezig zijn. De beslissing of een klinisch negatief regionaal lymfekliergebied in de behandeling wordt betrokken, hangt af van het biologische gedrag van de primaire tumor. Wanneer de kans op een lymfekliermetastasering groot is, zal worden besloten tot het meebehandelen van een klinisch negatief lymfekliergebied.
[de Vries, blz. 62]
Hoe kunt u de resultaten van behandeling omschrijven (in termen van kwantiteit en kwaliteit van leven)
De resultaten in de oncologische behandeling worden meestal uitgedrukt in kwantitatieve termen zoals:
Eenheid
Definitie
5 jaars overleving
percentage van de patiënten dat 5 jaar na de primaire behandeling nog in leven is
Mediane overleving
De tijd na primaire behandeling waarna 50% van de patiënten nog in leven is
Levensverwachting
De tijd die patiënten na primaire behandeling nog te leven hebben
Ziektevrije overleving
De overlevingsduur tot het moment dat er weer tumoractiviteit optreedt
Tijd tot progressie
De tijdsperiode zonder meetbare groei van het resterend tumorweefsel (wordt meestal gebruikt bij palliatieve behandelingen)
Hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen ziektespecifieke en algemene (overall)
overlevingscijfers. Bij de ziektespecifieke cijfers wordt alleen de sterfte gecorrigeerd voor de behandelde aandoening meegerekend.
In toenemende mate wordt gekeken naar de kwaliteit van het leven. Deze is echter wel lastiger te meten. Dat gebeurt meestal met vragenlijsten, zoals de QLQ – 30 (quality of life questionnaire).
Steeds meer patiënten en behandelaars nemen de kwaliteit van leven mee in de besluitvorming over wel of niet behandelen. De beste manier om de resultaten van verschillende behandelingen met elkaar te vergelijken is dan wellicht een methode waarbij de overleving wordt gecorrigeerd voor de kwaliteit ervan.
QUALY
quality adjusted life years
QTWIST
quality adjusted time without symptoms or toxicity of treatment
[de Vries, blz. 108-109]
Wat zijn dubbeltumoren
Dubbeltumoren: Tumoren die voorkomen op een andere plaats dan de eerste, maar een gemeenschappelijke etiologie (Bijv. roken) hebben. Het betreft onder andere carcinomen in de mondholte, blaas, long, van de huid en van de vulva.
[de Vries, blz. 106]
Wat is het verschil tussen palliatieve behandeling en palliatieve zorg
Palliatieve behandeling: Wanneer er geen kans meer is op genezing, dan is de therapie palliatief, dat wil zeggen gericht op het verlichten van klachten en/of de tijd van leven te verlengen.
Voorbeelden:
Palliatieve zorg: wanneer een behandeling niet direct tegen de groei van tumor is gericht (het is dus niet een palliatieve tumorgerichte behandeling). Het betreft de palliatieve fase van de ziekte, wanneer genezing uitgesloten is. Voorbeelden:
[de Vries, blz. 47-48]