FamSoc Flashcards

12/dag (140 cards)

1
Q

Doing family

A
  • Een concept dat ons uitnodigt om familie niet te zien als een statische structuur (zoals het kerngezin of het uitgebreide gezin), maar als iets dat actief gedaan, uitgevoerd en gepraktiseerd wordt in het dagelijks leven.
  • Het belangrijkste idee is dat familierollen niet biologisch bepaald of vastgelegd zijn, maar gevormd worden door interacties, gedragingen en verwachtingen binnen het gezin.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Symbolisch interactionisme

A

Hoe de sociale werkelijkheid wordt geconstrueerd door interacties en de betekenis die individuen hieraan geven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Symbool

A
  • Een object, woord, of handeling waaraan mensen een specifieke betekenis toekennen
  • Bv taal/ gebaren
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Interactie

A

Communicatie/ wisselwerking tussen individuen waarin betekenissen worden uitgewisseld & gevormd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Betekenisgeving

A

Betekenis is niet inherent aan objecten of situaties, maar ontstaan door sociale interactie & wordt continu herzien

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Zelf (the self)

A

Een centraal concept dat zich vormt door interactie met anderen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

I

A

Het spontane/ impulsieve zelf

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Me

A

Het reflectieve/ sociale zelf dat rekening houdt met andermans verwachtingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Identiteit

A

Hoe een individu zichzelf ziet binnen sociale contexten en wordt voortdurend gevormd & veranderd door interacties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Thomas-theorema

A
  • If men define situations as real, they are real in their consequences
  • Mensen handelen obvd betekenis die zij aan een bepaalde situatie toekennen
  • Bv.: beurscrash, genderrollen,…
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Familiepraktijken

A

Zijn kleine, alledaagse interacties die, wanneer ze herhaald worden, helpen definiëren wat wij begrijpen als familie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Doing gender

A

Dit concept stelt dat gender niet iets is wat we zijn, maar iets wat we doen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Functionele fit

A

Dingen overleven, omdat ze nuttig zijn voor het grote geheel

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Primaire socialisatie

A
  • Kinderen normen & waarden aanleren
  • Socialisatie die tijdens de kinderjaren plaatsvindt
  • Tijdens deze tijd wordt de persoonlijkheid van het kind in die mate gevormd dat het de kernwaarden van de maatschappij geïnternaliseerd
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Toegeschreven status

A

Je krijgt een status op basis van de familie waartoe je behoort

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Verworven status

A

sociaaleconomische status kan bereikt worden buiten de familie, wat kan leiden tot conflicten binnen de uitgebreide familie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Matrilineair

A

Erfenissen worden via moeder doorgegeven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Patrilineair

A

Erfenissen worden via vader doorgegeven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Bruid- en bruidegomsschat

A

Familie van bruidegom moest geld geven aan familie van bruid/ bruid moet mandje met kanten dinges geven aan bruidegom om te tonen dat ze een goede vrouw is

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Mezzadria systeem

A

Landeigenaars verhuurden delen van hun land aan grote uitgebreide families voor 1 jaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Huishoudelijke taakverdeling

A
  • “Usually conceptualized as the set of unpaid tasks performed to satisfy the needs of family members or to maintain the home and the family’s possessions.”
  • “Wordt meestal gedefinieerd als het geheel van onbetaalde taken die worden uitgevoerd om te voorzien in de behoeften van gezinsleden of om het huis en de bezittingen van het gezin te onderhouden.”
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Familiebeleid

A

Dat type sociaal beleid dat gefocust is op het ondersteunen en versterken van de functie die gezinnen en families hebben

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Full-time equivalent

A
  • Een meeteenheid die de arbeidscapaciteit van werknemers vertegenwoordigt
  • Het is een manier om de werkuren van zowel voltijdse als deeltijdse werknemers te vergelijken door ze uit te drukken in verhouding tot het aantal uren van een voltijdse werknemer
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Decommodificatie

A

De mate van onafhankelijkheid van burgers ten opzichte van de arbeidsmarkt

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Familiale solidariteit
- Geheel van waarden en normen - Het omvat ook het uitwisselen van (psychosociale) steun en affectie, die samen zorgen voor een gevoel ertoe te doen in de familie
26
Levensonderhoud
Alles wat noodzakelijk is om een menswaardig bestaan te leiden: voeding, kleiding, huisvesting, verwarming, redelijke ontspanning, medische verzorging etc.
27
Global care chain
Vrouwen die de wil en de mogelijkheid hebben, gaan zoveel mogelijk van hun huishoudelijke taken en zorgtaken uitbesteden
28
Wanneer werd liefde deel van huwelijk?
Verlichtingsfilosofen beginnen het idee te opperen om te huwen uit liefde en niet omwille van macht of geld --> trend werd versterkt tijdens de industrialisatie + groei vd middenklasse
29
Kenmerken van consensus tijdens moderniteit
- Niet-opgelegd - Gebaseerd op vrijwillige medewerking - Wordt als fair ingeschat --> Vormt de basis van een pure relatie
30
Traditionele relatie (Giddens)
- Strenge hiërarchie (man is hoofd hh) - Taakverdeling obv gendernormen (mannelijk kostwinnersmodel) - Tot de dood ons scheidt - Ontwikkelt zich obv tradities - Heeft als doel de traditionele sociale orde te reproduceren
31
Pure relatie (Giddens)
- Tussen gelijken - Verdeling taken obv democratische consensus - Relatie kan in alle vrijheid op eender welk moment beëindigd worden - Benadrukt het democratische karakter van een relatie
32
Plastic sexuality (Giddens)
Personen zijn vrij om hun seksuele leven vorm te geven zoals ze dat zelf willen en niet langer afhankelijk van tradities & normen
33
Bevrijdingsthese (Giddens)
* 1) Intimiteit/seksualiteit is bevrijd van tradities, van het reproduceren van de sociale orde. In plaats staat intimiteit/seksualiteit in functie van plezier en consensus * 2) Vrouwen zijn bevrijd van de traditionele rol als huisvrouw, en van de angst voor zwangerschapsrisico’s verbonden aan seks, daardoor ontstaat een meer democratische relatie tussen mannen en vrouwen. * 3) Relaties zijn bevrijd van het heteronormatieve karakter; daardoor ontstaat de emancipatie van homoseksuele liefde en van andere seksuele minderheden.
34
Heteronormativiteit
Is gebaseerd op traditionele relaties & patronen: huisje - tuintje - kindje
35
Nadelen bevrijding (Giddens)
- Toegenomen onzekerheid - Overdreven seksuele deviantie
36
Solide moderniteit (Bauman)
- Stabiliteit & duurzaamheid - Collectieve structuren zoals familie, religie - Lange-termijnbindingen (werk, relaties) - Voorspelbare loopbaan & sociale status
37
Vloeibare moderniteit (Bauman)
- Flexibiliteit & verandering - Individualisering & persoonlijke vrijheid - Tijdelijkheid & contingentie - Onzekerheid & economische precariteit
38
Implicaties vloeibare moderniteit (Bauman)
- Meer vrijheid, maar ook meer onzekerheid - Hyperconsumptie - Emotionele impact
39
Top-pocket relationships
- Tijdelijk & vervangbaar van aard - Alle vormen van verliefdheid worden gemeden - Hoe minder je investeert in de relatie, hoe minder je kan verliezen
40
Semi-detached couple
- Deeltijds koppel/ LAT-relatie - Hebben hun eigen huis, eigen vriendengroep, eigen financiële verantwoordelijkheden - Delen tijd & ruimte wanneer ze daar zin in hebben
41
Oorzaken van risicomaatschappij (Beck & Beck-Gernsheim)
- Het einde van tradities en de opkomst van individualisme - Het individu is belangrijker geworden dan de groep (ook bv. Binnen families) - (De mens domineert de natuur)
42
Emotional Labor (Hochschild)
- Een proces waarbij intieme emoties op de markt verkocht wordt als een dienst - Bv stewardess, call-center,...
43
Outsourced self (Hochschild)
- Outsourcing van taken/verantwoordelijkheden verbonden aan het intieme leven (bv. organisator van kinderfeestje, nanny,…) - Inhuren van experten om intieme leven aan te leren (bv. relatietherapeuten,…)
44
Noden (assortive mating)
Personen kunnen een partner zoeken om bepaalde noden te vervullen
45
Preferenties (assortive mating)
Personen hebben ook een voorkeur voor bepaalde kenmerken in hun potentiële partner
46
Opportuniteiten (assortive mating)
Omdat personen nooit alle potentiële partners kunnen ontmoeten, is hun kans (opportuniteit) beperkt
47
Partnering/ mating squeeze
Wanneer het aantal potentiële partners met de gewenste kenmerken beperkt in aantal is
48
Satisficing
In de realiteit vinden mensen meestal niet hun “ideale partner”, als gevolg van tijdsbeperkingen, competitie op de partnermarkt, etc, en settelen ze voor “goed genoeg”
49
Matching
Mensen voelen zich aangetrokken tot gelijkaardige mensen
50
Competition
Mensen concurreren met elkaar voor een partner die bij voorkeur iets meer heeft van een gewenst kenmerk
51
Exchange
Bv Partner A brengt hoog inkomenspotentieel en partner B veel tijd voor het huishouden
52
Hypergamie
- Partnering up - Een huwelijk waar de man een hoger opleidingsniveau of inkomen heeft dan de vrouw
53
Hypogamie
- Partnering down - Een huwelijk waar de vrouw een hoger opleidingsniveau of inkomen heeft dan de man
54
Voordelen online dating
- Grotere partnermarkt dan face-to-face ontmoetingen - Online dating doet angst voor afwijzing dalen
55
Nadelen online dating
- Het groter keuzeaanbod bij online dating vertaald zich niet persé in betere keuzes
56
Compensatie-hypothese
* Personen die het moeilijk hebben een partner offline te vinden, gaan online
57
Mattheus-hypothese
* Personen die een succesvol offline datingleven hebben, breiden dat uit online.
58
Recreatie-hypothese
* Vooral personen met een seksuele-permissieve houding zoeken vooral op internet wegens de anonimiteit ervan.
59
Waarom stijgend aantal singles?
- Demografische veranderingen - Verandering in de rol van vrouwen - Vermijden van risico's in een tijdperk van scheidingen - Hoger opleidingsniveau - Veranderingen in religiositeit - Popular culture & (sociale) media
60
Singlisme
De stereotypering, stigmatisering & discriminatie tegenover mensen die single zijn
61
Geslacht
Biologische kenmerken
62
Gender
Sociale verwachtingen over 'man' -en 'vrouw' zijn
63
Genderidentiteit
Innerlijke en individuele ervaring van gender
64
Seksuele oriëntatie
Tot wie voelt een persoon zich aangetrokken
65
Stealthing
Tijdens seks condoom er af halen, zonder dat partner hiervan weet
66
Sociaal script
Sociaal draaiboek dat aangeeft: - Hoe ons te gedragen, wat ‘normaal’ is - Wat we kunnen verwachten - Welke rollen er zijn - Sequentie gedragingen --> Net zoals in een film/ toneelstuk Scripts zijn: * Cultureel * Veranderlijk * Afhankelijk van status, leeftijd, gender etc.
67
Seksuele scripts
Sociale scripts in seksuele en/of romantische situaties
68
Culturele scripts
Discours, verwachtingen en sociale normen die heersen in de bredere maatschappij
69
Interpersoonlijke scripts
Hoe mensen culturele normen concreet vormgeven tijdens interacties
70
Intrapsychische scripts
Persoonlijke fantasieën, verlangens en interpretaties
71
Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Elke vorm van seksueel gedrag dat tegen iemands wil gebeurt, of waarvoor geen vrije toestemming werd gegeven
72
Waarom is het perspectief van het Thomas-theorema belangrijk voor het begrijpen van doing family
Omdat het benadrukt hoe gezinsleden hun rollen definiëren en uitvoeren door middel van symbolen, communicatie en gedeelde betekenissen
73
Waarom zijn familiepraktijken een vorm van symbolisch interactionisme
Omdat hier alledaagse handelingen, zoals zorg geven, emotionele steun bieden en kinderen disciplineren helpen definiëren wat het betekent om deel uit te maken van het gezin
74
Waarom spreekt Parson over geïsoleerde families?
- Omdat volgens hem, tijdens de industrialisatie, gezinnen steeds meer geïsoleerd geraken van hun uitgebreide familienetwerken - Natuurlijk zijn er nog wel contacten met het uitgebreide familienetwerk, maar deze contacten zijn obv vrije keuze, eerder dan verplichting
75
Elementen 'conjugal family'
- Nucleair huishouden - Bilaterale erfenissen - Vrije partnerkeuze - Afnemende economische transfers bij het huwelijk - Egalitaire interacties
76
Types huishoudens die bestonden in pré-industriële context
- Nucleaire huishoudens - Uitgebreide huishoudens - Multiple/ joint huishoudens
77
Nucleair huishouden
Ouders met kinderen
78
Uitgebreid huishouden
Nucleair HH met een of meerdere familieleden
79
Multiple/ joint huishouden
Meerdere getrouwde koppels onder een dak
80
West-Europees huwelijkspatroon (John Hajnal (1965): European marriage pattern)
- Huwelijk op late leeftijd - Kleine leeftijdsverschillen tssn partners - Groot aandeel vrouwen blijft ongehuwd - Ontstaan van neolokaal HH na het huwelijk - Klein aantal kinderen binnen HH
81
Huwelijkspatroon in Oost-Europa, Zuid-Europa en Noord-west-Europa (John Hajnal (1965): European marriage pattern)
- Huwelijk op jonge leeftijd - Uitgebreide HH waren de norm - Hoog aantal kinderen in combinatie met hoge mortaliteit
82
Kenmerken huidig huwelijk
- Uitstelgedrag huwelijk - Afnemende huwelijksstabiliteit - Grotere differentiatie in leefvormen - Relativering belang van huwelijk - Huwelijk niet uit gratie - Wijziging aard huwelijksbinding - Afdwingbaar vertrouwen
83
Specialisatie-hypothese (New Home Economics (1965): H. Becker)
- Leden van het HH specialiseren zich in betaald of onbetaalde arbeid om efficiëntie te maximaliseren - Specialisatie is obv inkomenspotentieel van beide partners
84
Assumpties New Home Economics
- Bestaan van familie-altruïsme - Bestaan van gemeenschappelijke voorkeur - Assumptie dat het HH haar preferenties maximaliseert binnen de context van de beperkingen die het budget oplegt
85
Familie - altruïsme
Alle HH inkomsten worden gebundeld & herverdeeld volgens het principe die alle HH-leden ten goede komt
86
Gemeenschappelijke voorkeur
- Alle leden van het HH hebben dezelfde voorkeur, een altruïstisch-geïnspireerde voorkeur - Deze voorkeur verschilt van de voorkeur die ze hebben op de markt, aangezien de laatste puur is gedreven door eigenbelang
87
Assumpties traditionele economische modellen
- Menselijk gedrag is rationeel - HH gaat op zoek nr maximalisatie & equilibrium - Betaalde arbeid is de predictor van wie zich specialiseert in onbetaalde arbeid
88
Assumpties onderhandelingsmodellen
- Herkennen dat verdeling van (on)betaalde arbeid samenhangt met machtsverschillen - Partners zetten eigen machtsmiddelen in om te onderhandelen over wie de minst geliefde taken uitvoert
89
Assumptie gender perspectief
Gender, zowel ideologisch als via het handelen (het doen van gender), is een belangrijke determinant in wie de betaalde vs onbetaalde arbeid verricht
90
Honeymoon hypothese
Het egalitair verdelen van HH taken is meer waarschijnlijk tijdens de eerste fasen van de familie levenscyclus
91
Belangrijke bevindingen 'the second shift'
- Second shift - Economy of gratitude - Family myths
92
Second shift
- Vrouwen werken 2 jobs: buitenshuis en thuis - Ze schatte dat vrouwen 15u/ week meer aan HH-taken spenderen dan mannen - Mannen doen vooral taken die een duidelijk begin & einde hebben (bv olie auto verversen, huis verven, ...) - Vrouwen doen vooral de dagdagelijkse sleurtaken (bv koken, wassen, ...) - Mannen doen vooral interactieve activiteiten met kinderen, terwijl vrouwen vooral de opvoedingstaken op zich nemen
93
Economy of gratitude
Wat gegeven en genomen wordt door beide partners en hoe elk deze giften waardeert
94
Family myths
Families ontwikkelen allerlei mythes om deze genderongelijkheid in HH taakverdeling goed te praten
95
Economische modellen
- Benadrukken specialisatie-mechanismen - De verdeling tssn (on)betaalde arbeid is het gevolg van een rationeel proces van specialisatie - Deze modellen negeren bestaande stratificatiesystemen die vrouwen benadelen tov mannen
96
Onderhandelingsmodellen
Erkennnen wel machtsverschillen tssn mannen & vrouwen, maar kunnen onvoldoende verklaren waarom vrouwen nog steeds het meerendeel van de HHtaken op zich nemen
97
Genderperspectief
Beschouwd HHtaken als symbolische arbeid, ingebed in de maatschappelijke gender ideologie en in het dagelijkse uitvoeren van genderpraktijken
98
Functies familiebeleid/ gezinnen en families
- Reproductie: ervoor zorgen dat families kinderen kunnen krijgen - Zorg: ervoor zorgen dat families kunnen zorgen voor elkaar - Emotionele steun - Intergenerationele solidariteit: mensen die aan een jongere/ oudere generatie zorg & hulp verlenen
99
Soorten familiebeleid
- Sensu stricto - Sensu lato
100
Sensu stricto
- Strictere soort van familiebeleid - Ouderschapsverloven & vergoedingen - Kinderbijslag/ familiebijslagen - Huwelijkssubsidies & fiscale maatregelen - Zorgverloven & vergoedingen - Kinderopvang
101
Sensu lato
- Ruimere soort van familiebeleid - Deeltijds werk - Flexi werk - Publieke tewerkstelling
102
Belastingsaftrekken
Verminderen het bedrag van het inkomen waarover de belasting wordt geheven, een deel van het inkomen wordt dus vrijgesteld van belastingheffening
103
Belastingverlaging/ belastingkredieten
- Verlagen direct het te betalen belastingbedrag - Kunnen terugbetaalbaar of niet-terugbetaalbaar zijn
104
Terugbetaalbare belastingverlaging
Als het krediet groter is dan de verschuldigde belasting, wordt het overschot terug betaald als een restitutie
105
Niet-terugbetaalbare belastingverlaging
Het belastingskrediet verlaagt alleen het te betalen belastingbedrag, maar biedt geen extra terugbetaling
106
Gezinsuitkeringen
Verwijst naar de direct financiële transfer van de overheid aan gezinnen
107
Cinderella-model
- Last, problematisch - Verplicht altruïsme - Werk - Onderdrukking van vrouwen - Geldbesparend voor de staat - Informele zorg erger dan formele zorg - Economische waarde - Verstoring van familie relaties - Negatief beeld van zorgontvanger
108
Sneeuwwitje-model
- Plezier & vreugde - Vrije wil/ wederkerige relaties - Morele houding - Geschenk van vrouwen aan sml - Bescherming tegen de staat - Informele zorg is beter dan formele zorg - Morele waarde - Versterken van familierelaties - Positief beeld van zorg
109
Division of labor models
- Mannelijk kostwinnersmodel - Anderhalf kostwinnersmodel - Gelijkwaardig zorgverlenersmodel - Universeel kostwinnersmodel - Universeel zorgverlenersmodel
110
Mannelijk kostwinnersmodel/ unvalued gender difference
- Mannen in betaalde arbeid, vrouwen in onbetaalde zorg - Vrouwen financieel afhankelijk van hun partner's inkomen of via bijdrage obv hun status als vrouw of moeder - Informele kinderzorg financieel niet ondersteund - Formele kinderopvang beperkt aanwezig
111
Anderhalf kostwinnersmodel
- Gemoderniseerde variant van het mannelijk kostwinnersmodel - Vrouwen aangemoedigd om deeltijds te werken - Formele kinderopvang meestal deeltijds aangeboden - Geprivatiseerde kinderopvang, met focus op belastingsvoordelen
112
Gelijkwaardig zorgverlenersmodel/ valued gender difference
- Wilt traditionele genderrollen in stand houden, maar geeft beide rollen meer waarden - Vrouwen behouden verantwoordelijkheid over kinderzorg, maar ontvangen hiervoor lange zorgverloven met een genereuze compensatie
113
Universeel kostwinnersmodel/ market oriented gender sameness
- Zowel mannen als vrouwen worden aangemoedigd om te werken in betaalde arbeid - Kinderzorg zoveel mogelijk uitbesteed aan de formele sector - Zorg wordt ondergewaardeerd ivm betaalde arbeid
114
Universeel zorgverlenersmodel/ transformative gender sameness
- Heeft intentie om genderrollen te transformeren zowel binnen als buiten het HH, door promotie van gelijke bijdrage aan betaalde & onbetaalde arbeid - Zorg is verantwoordelijkheid van zowel familie als andere actoren - Zorg en betaalde arbeid worden als evenwaardig beschouwd - Uitgebreide kwaliteitsvolle kinderopvang
115
Groeipakket bestaat uit:
- Startbedrag - Basisbedrag - Participatietoeslagen - Sociale toeslagen - Schoolbonus - Zorgtoeslagen
116
Startbedrag
Eenmalige premie van 1144,44 euro
117
Basisbedrag
- Een vast bedrag dat je maandelijks ontvangt - De bedragen hangen af van de leeftijd van de kinderen en de gezinssituatie
118
Participatietoeslagen
Verzamelnaam voor verschillende toeslagen, zoals kinderopvangtoeslag, kleutertoeslag, schooltoeslag,...
119
Sociale toeslagen
Extra maandelijkse toeslag voor gezinnen met een laag inkomen
120
Schoolbonus
Jaarlijkse toeslag in augustus voor elk kind
121
Zorgtoeslag
Maandelijkse toeslag voor wezen, kinderen met een beperking en bij pleegzorg
122
Marginal prospensity to consume (MPC)/ marginale neiging om te consumeren
Het aandeel van een totale inkomensverhoging dat een consument uitgeeft aan de consumptie van goederen en diensten, ipv deze te sparen
123
Social fluidity
Mate waarin de kans om in een bepaalde professionele klasse terecht te komen beperkt wordt door de ouderlijke professionele klasse
124
Structural mobility
Verschuivingen in de gehele professionele klassenmaatschappij, waardoor iedereen zijn mobiliteit wordt beïnvloed
125
Status borrowing model
Vrouwen krijgen status van hun partner
126
Status sharing model
Status van de man niet beïnvloed door de status van zijn vrouw
127
Status maximization strategy
Koppels identificeren zich met de hoogste status van de twee
128
Conventionele perceptie op onderwijs
- Creëert mogelijkheden voor jongeren uit lagere SES om op te klimmen naar hogere SES - Open mobiliteitssysteem
129
Kritische perceptie op onderwijs
- Onderwijs reproduceert sociale ongelijkheden - Gesloten mobiliteitssysteem
130
Cultuur van armoede
Sociale theorie die in het verlengde ligt van het idee van de vicieuze cirkel van armoede
131
Aangeleerde hulpeloosheid
Het verschijnsel waarbij een mens of dier geleerd heeft dat hij geen invloed kan uitoefenen op de gebeurtenissen die hem overkomen
132
Sense of entitlement
Gevoel van bevoegdheid/ aanspraak
133
Sense of restraint
Gevoel van bedwingen/ tegenhouden/ terughoudendheid
134
Vormen van opvoeding
- Concerted cultivation - Natural accomplishment of growth
135
Concerted cultivation
- Dominant in middenklasse gezinnen - Constant bevorderen van talenten van kind - Aanmoedigen van rationeel denken en verbale vaardigheden - Hoge ouderlijke inmenging bij leerkrachten, trainers,...
136
Natural accomplishment of growth
- Dominant aanwezig bij lagere sociale klasse - Meer spontane opvoeding - Focus op basisnoden van het kind & natuurlijke ontwikkeling van de talenten - Activiteiten meestal dichtbij huis - Minder deelname aan buitenschoolse activiteiten - Meer interactie met siblings/ familie - Duidelijkere grenzen tussen ouders & kind
137
Grand narratives
Macro-sociologische perspectieven uit de vroege sociologie, die de neiging hebben om de geschiedenis op te delen in een periode voor en na de industrialisatie
138
Tijdsbeschikbaarheidsperspectief
Verdeling HHtaken obv beschikbare tijd van beide partners
139
Gender ideologie
Mannen en vrouwen worden gesocialiseerd in een bepaalde genderrolattitude
140
Gender-deviantie netralisatie strategie (Bittman et al. (2013))
- Mannen die economisch afhankelijk zijn van hun vrouwelijk partner voldoen minder aan de stereotype rolpatronenen en gaan als gevolg minder HHtaken doen, dan mannen die economisch onafhankelijk zijn - Vooral uitgesproken bij lage-inkomens gezinnen en bij werkloze mannen - Bij vrouwelijke kostwinners veel minder empirische evidentie