Fouten Flashcards

(130 cards)

1
Q

Diagnostische criteria Diabetes mellitus

A

A1C>=6,5%
OF FPG >=126mg/dl (gevast, meer dan 8h nuchter)

OF 2h plasma glucose >=200mg/dl tijdens OGTT (75g glucose)

OF symptomen hyperglycemie/hyperglycemie crisis/random glucose >=200mg/dl

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

OGTT

A

Begint nuchter -> 75 glycose drinken -> 30min + 2h veneuze staal

/// => interpretatie

/// Nuchter: normaal <100mg/dl (5.6 mmol/L)
IFG (gestoorde nuchtere glycemie) 100-125 mg/dl
Diabetes mellitus >=126mg/dl (7.0mmol/L)

/// na 2h normaal: <140 mg/dl
IGT (gestoorde glucosetolerantie) 140-199 mg/dl
Diabetes mellitus >=200 mg/dl)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

klinefelter

A

XXY

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q
  1. Bij een gezond hart mag de hartapex op een RX-thorax normaal niet verder reiken dan: De voorste axillaire lijn
    De middelste axillaire lijn
    De hoek van Ludovicus
    De midclaviculaire lijn
A

De midclaviculaire lijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q
  1. Welke structuur speelt een belangrijke rol in de dynamiek van organellen Microfilamenten
    Intermediaire filamenten
    Microtubuli
    Cytoplasmamembraan
A

Microfilamenten Bestaan uit actine; betrokken bij celvorm, motiliteit (bv. pseudopodia), spiercontractie.
Intermediaire filamenten Structuur en stevigheid van de cel; vormen een soort “skelet”. Geen dynamisch transport.
Microtubuli ✅ Transport van organellen, celdeling (spoelfiguur), intracellulair verkeer.
Cytoplasmamembraan Begrenst de cel en regelt in-/uitstroom van stoffen, maar geen rol in organel-dynamiek zelf.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q
  1. De snelle depolarisatie fase van de actiepotentiaal van ventriculaire spiervezels komt tot stand door het openen van ionkanalen, over dewelke gaat het? Natrium
    Calcium
    Kalium
    Chloor
A

Natrium

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Fasen cardiaal AP

A

Fase 4: ook wel de rustfase. Het membraanpotentiaal: -90 mV
Fase 0: snelle natriumkanalen worden geopend en natrium stroomt de cel in (depolarisatie). Dit zorgt voor de snelle upstroke.
Fase 1: kalium stroomt de cel uit (efflux) wat ervoor zorgt dat het membraanpotentiaal zichzelf herstelt naar 0 mV.
Fase 2: ook wel de plateaufase. Deze fase wordt gekenmerkt door kalium-efflux (de cel uit) en calcium-influx (de cel in).
Fase 3: de kalium-efflux overschrijdt de calcium-influx. De membraanpotentiaal herstelt zich weer tot -90 mV (repolarisatie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Verdringing:

A

Het onbewust wegdrukken van onacceptabele gevoelens of herinneringen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Projectie

A

Het toeschrijven van eigen ongewenste gevoelens of eigenschappen aan anderen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Ontkenning

A

Het weigeren te erkennen van de realiteit van een situatie of gevoel.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Rationalisatie

A

Het bedenken van logische, maar onjuiste verklaringen voor ongewenst gedrag of gevoelens. => irrationeel > rationeel maken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Verplaatsing

A

Het uiten van gevoelens op een minder bedreigende persoon of object dan de bron van de gevoelens. - iemand anders zoeken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Sublimatie

A

Het omzetten van onacceptabele impulsen in sociaal geaccepteerd gedrag.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Reactieformatie

A

Verdedigen tegen onaavaardbare impulsen door het stellen van omgekeerd gedrag (ex haten)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Compensatie

A

Het sterven tot overdekking van onbewuste impulsen of angsten (gedrag veranderen, compenseren - primaire differentiatie verdedigen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

RX wervelkolom foramina

A

Zie foto’s

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

IRV op spirometrie

A

Zie foto

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Productie hormonen bijnier

A

CORTEX:
Zona glomerulosa: aldosteron
Zona fasciculata: cortisol
Zona reticularis: androgenen
=> CACA

MERG:
80% adrenaline
20% noradrenaline
Noradrenaline kan ook ontstaan in periferie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q
  1. Ten gevolge van polio, lijdt een patiënt aan totale verlamming van zijn intercostaal spieren. Welk van de volgende waarden verwacht u in essentie ‘normaal’ te zijn? Inspiratoire reserve volume (IRV)
    Functionele residuaal capaciteit (FRC)
    Totale long capaciteit (TLC)
    Expiratoire reserve volume (ERV)
A
  1. Inspiratoir reservevolume (IRV)
    → Verminderd.
    De patiënt kan niet actief de borstkas uitbreiden bovenop een normale ademteug, omdat de intercostale spieren verlamd zijn. Daardoor is de extra “reserve” voor inademing verminderd.
  2. Functionele residuele capaciteit (FRC)
    → Kan in essentie normaal zijn. ✅
    FRC is het volume lucht dat in de longen achterblijft na een normale, rustige uitademing.
    FRC = ERV + RV (residueel volume).
    Zowel ERV als RV worden niet uitsluitend door intercostale spieren bepaald. FRC hangt meer af van de balans tussen longelasticiteit en thoracale wand, en kan dus relatief normaal blijven, zelfs bij verlamming van intercostalen.
  3. Totale longcapaciteit (TLC)
    → Verminderd.
    TLC = IRV + TV + ERV + RV
    Als IRV en ERV verminderd zijn, is TLC meestal ook verminderd.
  4. Expiratoir reservevolume (ERV)
    → Verminderd.
    Geforceerde uitademing vereist hulp van de interne intercostale spieren en buikspieren. Zonder de intercostalen wordt ERV kleiner.
    /// hoewel ERV daalt, wordt dit soms gecompenseerd door een toename in RV → waardoor FRC in essentie min of meer normaal kan blijven.
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q
  1. Welke van de volgende beweringen met betrekking tot trombocytopathie is correct? APTT zal meestal gestoord zijn
    PT zal meestal gestoord zijn
    Fibrinogeen zal meestal gedaald zijn
    Bloedingstijd zal meestal gestoord zijn
A

D

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q
  1. Hoe wordt het onvermogen van de patiënt genoemd om stoelgang uit het rectum de evacueren? Dyschezie
    Constipatie
    Obstipatie
    Tenesmen
    ‘soiling’
A

Dyschezie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Dyschezie

A

Moeite of onvermogen om de stoelgang te legen door een gestoorde defecatie, vaak door spier- of zenuwproblemen rond het rectum en de anus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Constipatie

A

Een brede term voor moeilijk of weinig frequente stoelgang, kan door verschillende oorzaken zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Obstipatie

A

Synoniem voor constipatie; hardnekkige verstopping.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Tenesmen
Pijnlijke aandrang om te poepen, vaak zonder dat er iets komt; een gevoel van incomplete evacuatie.
26
Soiling
Ongewild verlies van ontlasting (incontinentie).
27
De stressrespons wordt in de hersenen gedirigeerd. De twee belangrijkste componenten zijn het (1) systeem en het CRF-systeem, voluit geschreven (2). Het eerste systeem is voornamelijk betrokken bij de onmiddellijke stressresponsen geeft in het bijniermerg aanleiding tot de productie van (3) of (4). Het CRF-systeem oefent een effect uit dmv een lange termijnrespons en geeft in de bijnierschors aanleiding tot de productie van (5)
Sympatisch Corticotroponine releasing factor Catecholamines Adrenaline en noradrenaline Cortisol
28
RX handbotjes
Zie foto's
29
62. Het chromosomenonderzoek toont aan dat een kankercel tetrasomie 14 vertoont. Hoeveel chromosomen telt deze cel dan in totaal? 47 48 49
48
30
64. De Douglasruimte: Is de ruimte tussen blaas en rectum Is de ruimte tussen rectum en os sacrum Is de ruimte anterieur van rectum Is de ruimte anterieur van de vagina
C
31
65. Celdood gekenmerkt door krimping van de kern, cytoplasmatische blebs en afwezigheid van ontsteking noemen we:Necrose Hydropische zwelling Pyknose Apoptose
D
32
Onderdelen big 5 model
De big 5: Openheid Consciencieusheid Extraversie Mildheid Neurotiscisme ## Footnote Consciëntieusheid: Deze factor meet iemands mate van georganiseerdheid, betrouwbaarheid, verantwoordelijkheid en discipline.
33
75. Na de eerste meiotische deling krijgt elke dochtercel: 46 chromosomen die elk 2 chromatiden bevatten 23 chromosomen die elk 2 chromatiden bevatten 23 chromosomen die elk 1 chromatide bevatten
B
34
9. Intramusculaire injectie in de bil: in welk kwadrant het minste risico? Welke risico’s zijn er in andere kwadranten?
• Bovenste buitenste kwadrant (BBQ) • Risico’s o Bovenste binnenste kwadrant: a.glutea superior o Binnenste onderste kwadrant: n.ischiadicus o Buitenste onderste kwadrant: a.circumflexa femoralis lateralis
35
Tijdens transcriptie wordt het (1) afgelezen door een polymerase en hierbij wordt een (2) gevormd. Deze keten wordt hierna in het cytoplasma afgelezen door het ribosoom. Elk codon stemt overeen met een (3) dat aangebracht wordt door (4). Op deze manier wordt een (5) gevormd als eindproduct .
1. DNA mRNA-keten Aminozuur tRNA eiwit
36
80. Hyperkaliëmie kan verschillende endocriene oorzaken hebben. Het Cushing syndroom is daar één van
Nee, Cushing-syndroom → meestal hypokaliëmie Addison en hypoaldosteronisme (bijnierschorsinsufficiëntie) → hyperkaliëmie
37
81. Wat is juist betreffende antihistaminica, type fenistil en adrenaline: Beide mogen toegediend worden tijdens de ZWP en borstvoeding Beide mogen niet toegediend worden tijdens ZWP en borstvoeding Adrenaline mag niet tijdens ZWP, antihistaminica wel Adrenaline mag wel tijdens ZWP, antihistaminica niet
D (net als promethazine) - stofnaam dimetindeen(maleaat)
38
83. De 4e harttoon ontstaat door: Het sluiten van de mitralisklep en tricuspidalisklep Contractie van de voorkamers Snelle vulling van het ventrikel Retrograde flow in de vena cava
B
39
85. Wat is juist? De arteria dorsalis pedis is de eindtak van … A. tibialis anterior A. tibialis posterior A. fibularis A. femoralis profunda
A
40
Oorzaken van Hypopituïtarisme=
Hypofysaire tumor, Post-neurochirurgie Post radiotherapie Traumatic brain injury Verminderde bloedaanvoer + niet stress
41
93. In welke volgorde stijgen de hartenzymen na een acuut myocardinfarct? troponine/CKMB – SGOT – LDH SGOT – troponine/CKMB – LDH LDH – SGOT – Troponine/CKMB Troponine/CKMB – LDH - SGOT
A /// | Enzym | Tijd tot stijging | Piek | Normalisatie | | ------------------- | ----------------- | --------- | ------------ | | **Troponine (I/T)** | 3–6 uur | 12–24 uur | 7–10 dagen | | **CK-MB** | 3–6 uur | 12–24 uur | 2–3 dagen | | **AST (SGOT)** | 6–12 uur | 24–48 uur | 3–4 dagen | | **LDH** | 12–24 uur | 48–72 uur | tot 10 dagen |
42
94. Welke van de volgende beweringen is juist? Een van de oorzaken van normochrome normocytaire anemie is nierinsufficiëntie Om een hypochrome microcytaire anemie op punt te stellen, denkt met in de 1e plaats aan vit B12 of folaat deficientie Om een macrocytaire anemie op punt te stellen, moet men in 1e plaats serumijzer, TIBC en ferritine laten bepalen Bij een normochrome normocytaire anemie denkt men in 1e plaats aan vit B1- of folaatdeficiëntie
A (typisch)
43
95. Bij een harttamponade zal de patiënt tachycardie vertonen JA/NEE
JA Klinisch beeld – Typisch: Beck’s triade 1/ Hypotensie Door verminderde vulling → verlaagd slagvolume → lage bloeddruk. 2/ Verhoogde centraal veneuze druk (CVD) Te zien als gestuwde halsvenen (JVD) door terugstuwing. 3/ Gedempte harttonen Door isolatie van het hart door het pericardvocht. Andere belangrijke tekenen: ✅ Tachycardie → Compensatie voor lage CO. ✅ Pulsus paradoxus → >10 mmHg daling van systolische druk tijdens inspiratie. 😰 Dyspneu, angst, zweten → Door lage perfusie en sympathische activatie. 🫀 Snelle verslechtering bij trauma of post-operatief!
44
Bij zwangeren: Alle vaccins worden toegediend Enkel geattenueerde vaccins worden toegediend Enkel geïnactiveerde vaccins worden toegediend
C
45
99. Welk hormoon moet je bepalen in het bloed bij een vrouw in een spontane menstruele cyclus om ovulatie aan te tonen? HCG LH Progesterone Oestradiol
Progesteron (voor de ovulatie LH in urine)
46
Wat is excretie?
= filtratie - reabosorptie + secretie
47
Formule klaring van stof X
= Excretiesnelheid x (mg/min) / Xplasma (mg/ml/plasma) = ml/min = GFR => gefilterde load X = Xplasma x GFR
48
104. Wat is de creatinine klaring als het serumcreatinine 1,5 mg/dl bedraagt, het urinedebiet 1440ml/24u en de creatinineconcentratie in de urine 3 mg/dl is? 1,5 ml/min 2 ml/min 3 ml/min 4,5 ml/min
B Urinedebiet: 1440 ml/24u = 1440 ml / 1440 min 1 ml/min x 0,03 mg/ml = 0,03 mg/min 0,015 mg/ml = delen door elkaar = 0,03/0,015 = 2
49
CTG algemeen
DR C BRAVADO: DR: Define risk - risico zwangerschap C: Contractions (vaak per 10min) BRa: Baseline rate -> gemiddelde in 10min (A normal fetal heart rate is between 110-160 bpm.) V: Variability -> Normal variability indicates an intact neurological system in the fetus. Normal variability is between 5-25 bpm.3 To calculate variability you need to assess how much the peaks and troughs of the heart rate deviate from the baseline rate (in bpm). Variability can be categorised as either reassuring, non-reassuring or abnormal. 3 Reassuring: 5 – 25 bpm Non-reassuring: less than 5 bpm for between 30-50 minutes more than 25 bpm for 15-25 minutes Abnormal: less than 5 bpm for more than 50 minutes more than 25 bpm for more than 25 minutes sinusoidal A: Accelerations -> Accelerations are an abrupt increase in the baseline fetal heart rate of greater than 15 bpm for greater than 15 seconds.1 The presence of accelerations is reassuring. Accelerations occurring alongside uterine contractions is a sign of a healthy fetus. The absence of accelerations with an otherwise normal CTG is of uncertain significance. D: Decelerations -> Decelerations Een deceleratie is een abrupte daling van de foetale hartslag (>15 bpm voor >15 sec) als reactie op hypoxische stress. Early deceleration Vroege deceleraties beginnen en eindigen met contracties en zijn fysiologisch, veroorzaakt door verhoogde vagale tonus door intracraniële druk. Variable deceleration Variabele deceleraties zijn plotselinge dalingen met wisselende duur, meestal door navelstrengcompressie, en kunnen gepaard gaan met “schouders” (voor en na acceleratie). Late deceleration Late deceleraties beginnen na het begin van de contractie en herstellen erna, en wijzen op uteroplacentaire insufficiëntie en foetale hypoxie. Prolonged deceleration Een langdurige deceleratie duurt >2 minuten; tussen 2–3 minuten is het niet-reassurerend, >3 minuten is abnormaal. Sinusoidal pattern Een sinusoidale hartslagpatroon is zeldzaam maar ernstig, en wijst meestal op ernstige foetale hypoxie of anemie. O: Overall impression -> Reassuring Baseline heart rate 110 to 160 bpm Baseline variability 5 to 25 bpm Decelerations None or early Variable decelerations with no concerning characteristics for less than 90 minutes Non-reassuring Baseline heart rate Either of the below would be classed as non-reassuring: 100 to 109 bpm 161 to 180 bpm Baseline variability Either of the below would be classed as non-reassuring: Less than 5 for 30 to 50 minutes More than 25 for 15 to 25 minutes Decelerations Any of the below would be classed as non-reassuring: Variable decelerations with no concerning characteristics for 90 minutes or more. Variable decelerations with any concerning characteristics in up to 50% of contractions for 30 minutes or more. Variable decelerations with any concerning characteristics in over 50% of contractions for less than 30 minutes. Late decelerations in over 50% of contractions for less than 30 minutes, with no maternal or fetal clinical risk factors such as vaginal bleeding or significant meconium. Abnormal Baseline heart rate Either of the below would be classed as abnormal: Below 100 bpm Above 180 bpm Baseline variability Any of the below would be classed as abnormal: Less than 5 for more than 50 minutes More than 25 for more than 25 minutes Sinusoidal Decelerations Any of the below would be classed as abnormal: Variable decelerations with any concerning characteristics in over 50% of contractions for 30 minutes (or less if any maternal or fetal clinical risk factors – see above). Late decelerations for 30 minutes (or less if any maternal or fetal clinical risk factors). Acute bradycardia, or a single prolonged deceleration lasting 3 minutes or more. Regard the following as concerning characteristics of variable decelerations: Lasting more than 60 seconds Reduced baseline variability within the deceleration Failure to return to baseline Biphasic (W) shape No shouldering /// https://geekymedics.com/how-to-read-a-ctg/
50
100. Cardiotocogram tijdens de arbeid. Wel pathologisch beeld zie je? Deceleraties Acceleraties ST-segment stijging Tachycardie
A
51
110. Vrouwen in de menopauze met obesitas hebben welk van onderstaande risico’s? Meer risico op endometriumcarcinomen Meer risico op osteoporose
A
52
Odynofagie
Pijn bij slikken
53
113. Bij constrictie van de efferentie arteriole van de glomerulus ontstaat er… Toename GFR en toename renale perfusie Daling GFR en toename renale perfusie Toename GFR en daling renale perfusie Daling GFR en daling renale perfusie
C
54
Perifere en centrale chemoreceptoren
Centrale chemoreceptoren thv ventraal medulla→ reageren op H+ concentraties (toename H+ → stimulatie ventilatie) ==> sensitief voor PCO2, niet PO2 - reageren op pHcsf veranderen door CO2 diffusie /// Perifere chemoreceptoren thv carotis lichaampjes, aorta lichaampjes (bifurcatie carotis / aortaboog) → reageren op verlaagde PO2, en toename PCO2, en H+(pHa) => snel antwoord
55
115. Perifere chromoreceptoren (in corpora carotica) Worden enkel gestimuleerd door hypoxie Worden gestimuleerd door hypoxie en hypercapnie Worden gestimuleerd door hypoxie, hypercapnie en metabole acidose Kunnen reflexmatig de hartslag verhogen
C
56
117. Vit D deficiëntie kan ontstaan tgv malabsorptie na bepaalde maag-darm chirurgie JA/NEE
JA
57
122. Hyperkaliëmie kan verschillende endocriene oorzaken hebben. Insuline-tekort is daar één van JA/NEE
JA! Insuline jaagt K+ de cel in
58
124. Welke arterie is meest waarschijnlijk aangetast bij een patiënt met hemiplegie thv arm en been? A. carotis interna contralateraal A. carotis interna ipsilateraal A. vertebralis ipsilateraal A. vertebralis contralateraal
✅ Correct antwoord: A. carotis interna contralateraal 🧠 Waarom? De A. carotis interna is een belangrijke slagader die de voorste hersencirculatie voorziet. Ze splitst zich in: A. cerebri media (MCA): perfuseert grootste deel van de laterale hersenschors → arm en gelaat A. cerebri anterior (ACA): perfuseert mediale cortex → beengebied ➡️ Een occlusie of infarct van de A. carotis interna kan dus zowel: de arm (via de MCA) als het been (via de ACA) aantasten 🔁 En altijd aan de contralaterale zijde van het lichaam, door kruising van de piramidale banen. ❌ Waarom zijn de andere antwoorden fout? B. A. carotis interna ipsilateraal Fout: De uitval is contralateraal, omdat de motorische vezels (corticospinale banen) kruisen in de medulla oblongata. Een infarct rechts veroorzaakt linkszijdige hemiplegie, en omgekeerd. C. A. vertebralis ipsilateraal Fout: De A. vertebralis voedt de achterste circulatie (hersenstam, cerebellum, occipitale lob). Infarct hier kan leiden tot: coördinatieproblemen diplopie, dysfagie, duizeligheid Wallenberg-syndroom Maar geen typische hemiplegie van arm én been. D. A. vertebralis contralateraal Fout om dezelfde reden als C Ook hier: geen directe betrokkenheid van de motorische cortex of capsula interna Vertebrobasilaire infarcten geven eerder 'crossed signs' (bv. ipsilaterale aangezichtsverlamming + contralaterale lichaam)
59
Toedoening vaccins
Levend-afgezwakt/geattentueerd: subcutaan of intramusculair (voorkeur) - Niet-levend/geïnactiveerd: meestal IM (zo goed als altijd)
60
127. Hersenen kunnen energie verkrijgen uit: Glucose en vetzuren Glucose en ketolichamen Glucose en eiwitten Eiwitten en vetten
B
61
131. Wat is correct bij extrahepatische cholestase Er is steeds een uitgezette galblaas De intrahepatische galwegen zijn uitgezet De transaminasen zijn vooral gestegen Leverbiopsie is aangewezen
B
62
133. Wat is GEEN kenmerk van autosomaal recessieve overerving? Zowel jongens als meisjes zijn aangetast Gezonde broers of zussen van een patiënt hebben 2/3 risico ook drager te zijn Aandoening wordt soms van vader op zoon overgeërfd
C
63
140. De spieren kunnen energie verkrijgen uit… Glucose, vetzuren en ketolichamen, niet uit eiwitten Eiwitten, vetzuren en ketolichamen, niet uit glucose Glucose, vetzuren, eiwitten en ketolichamen Glucose, vetzuren en eiwitten, niet uit ketolichamen Glucose, eiwitten en ketolichamen, niet uit vetzuren
Glucose, vetzuren, eiwitten en ketolichamen => alle
64
144. Meest voorkomende lymfocyt in het perifere bloed is de B-lymfocyt T-lymfocyt NK-cel Granulocyt
T-lymfocyt
65
151. Een concordantie voor een bepaalde aangeboren afwijking is 90% bij een één-eiige tweeling en 40% bij een twee-eiige tweeling. Wat is de best passende verklaring hiervoor? De aangeboren afwijking is het gevolg van mutaties in meerdere genen De aangeboren afwijking is het gevolg van een mutatie in één gen De aangeboren afwijking is niet genetisch bepaald
A
66
Symptomen hypoglycemie en hyperglycemie
Hypo: zweten beven plotse hevige honger geeuwen troebel zicht hoofdpijn hartkloppingen Wisselend humeur Bleekheid Concentratiestoornissen Niet adequaat reageren /// Symptomen van hyperglycemie Veel plassen Veel drinken Droge of plakkerige tong Lusteloosheid Vermoeidheid of slaperigheid Verlies van eetlust, misselijkheid en buikpijn Vermageren zonder reden
67
152. Een diabetespatiënt met snel toenemende sufheid, zweten en hoofdpijn: Hyperglycemie Keto-acidose Hypoglycemie Dreigend hartinfarct
C
68
155. Casus van een jongentje van 1,5j. Stopt soms met ademen, wordt blauw en verliest bewustzijn. Dit doet je denken aan BHS. Welke moet niet in je DD? Syncope CO-intoxicatie Epilepsie Sepsis
B ## Footnote Cave - > 1 minuut -> MUG - Kwetsuren - DD: epilepsie, hyperventilatie, vergiftiging, sepsis (koorts), ernstige anemie, gedragsproblemen, stuipen
69
157. Ventriculair blok wat is juist? Leidt tot syncope omdat atria de ventrikels niet kunnen vullen Leidt tot syncope omdat ventrikels te traag samentrekken
B
70
160. Patiënt met urticaria en angio-oedeem na toediening van acetylsalicylzuur en ibuprofen. Wat is mogelijk een veilige ontstekingsermmer ? Selectieve COX 1 inhibitor Selectieve COX 2 inhibitor Leukotrieën antagonist Antwoord 1 en 2
B
71
170. Waar mondt V saphena parva in uit? V poplitea V femoralis V iliaca V saphena magna
A
72
179. Vraag over screening amblyopie, welke stelling is juist? screening vanaf peuterleeftijd met herhalingsonderzoek op schoolgaande leeftijd. Risicofactoren kunnen dan worden uitgesloten. screening vanaf peuterleeftijd met herhalingsonderzoek op schoolgaande leeftijd. De meeste risicofactoren en amblyopie kunnen dan worden gevonden. screening van de neonaat (<6w) met herhalingsonderzoek op peuterleeftijd. Risicofactoren kunnen dan worden uitgesloten. screening van de neonaat (<6w) met herhalingsonderzoek op peuterleeftijd. De meeste risicofactoren en amblyopie kunnen dan worden gevonden.
B
73
Dosis Epipen
i.m.: anafylaxie: 0,01 mg/kg (max. 0,5 mg) => epipen junior 0,15mg/pen, epipen 0,30mg/pen
74
Wat is juist? 189. Stelling over vaccinaties Polio is verplicht – wordt opgevolgd door CLB vanaf 2,5j Polio is verplicht – wordt opgevolgd door kind & gezin tot 2,5j
B - voor 18m attest voorleggen van 4 vaccins aan gemeente — Monovorm: Voor de wettelijke vaccinatieverplichting zijn de aanbevolen momenten dan op 8 weken, 16 weken en 15 maanden voldoende, maar ook de vaccinatie op 6 jaar wordt sterk aangeraden. + Hexavalent: 8w, 12w, 16w, 15m (hier attest krijgen) + booster 6j aangeraden
75
Vulling van verschillende oplossingen vocht
Glucose 5%: + IV, ++ IS (interstitieel), +++ IC (intracellulair) NaCl 0,9%: + IV, ++ IS, 0 IC NaCl Hypertonisch: ++ IV, + IS, - IC Colloid: +++ IV, - IS, - IC
76
192. Vulling van glucoseoplossing geeft vooral toename van het intracellulaire compartiment JUIST/FOUT
Juist
77
195. Welke arteriën controleer je bij tekenen van leven bij een kind? Meerder antwoorden mogelijk A brachialis A femoralis A carotis A radialis
(A), B, C
78
196. M stapedius, innervatie door N V N VII N X N XII
De m. stapedius wordt geïnnerveerd door de: ✅ N. facialis (hersenzenuw VII) 🧠 Uitleg: De m. stapedius is een klein spiertje in het middenoor dat de stapes (stijgbeugel) stabiliseert. Bij harde geluiden trekt de spier samen om trillingen in het middenoor te dempen (stapediusreflex). Deze reflex beschermt het binnenoor tegen beschadiging door luid geluid. Klinisch relevant: Bij een n. facialis laesie (zoals bij Bell's parese) kan de m. stapedius uitvallen → leidt tot: 🔊 Hyperacusis (normale geluiden worden onaangenaam luid ervaren).
79
199. Hoe maak je bij een patiënt met een ptose onderscheid tussen Horner en oculomotorius probleem? Visusstoornis Dubbelzien Vernauwde pupil Bij het naar boven kijken nog meer ptose
C Horner syndroom → ptose + miosis door sympathische denervatie. Oculomotoriusuitval → ptose + mydriasis door parasympathische uitval.
80
206. Bèta blokkers, wat is niet juist? Tegen aangewezen bij diabetes Tegen aangewezen bij migraine Niet cardioselectieve Beta blokker kunnen bronchoconstrictie geven bij astma
B Diabetes  mag niet geven worden want cathecholamines zorgen voor vrijstelling van glucose uit de lever  door dit te blokkeren gaat een hypoglycemie niet gecorrigeerd kunnen worden
81
207. Waar zie je typisch de lichtreflex op het trommelvlies? Achter boven Achter onder Voor boven Voor onder
D
82
217. Oorzaken van hypopituitarisme? Hypofysetumor Operatie voor hypofysetumor Meningitis Bevalling Mechanische compressie
Hypofysetumor → Een goedaardig adenoom (meestal) kan de normale hypofyseweefsels verdringen en hun functie verminderen. ✅ Zeer frequente oorzaak Operatie voor hypofysetumor → Chirurgische verwijdering van de tumor kan onbedoeld ook gezond hypofyseweefsel beschadigen. ✅ Iatrogene oorzaak Meningitis → Infecties zoals meningitis kunnen leiden tot hypofyse- of hypothalamusbeschadiging door ontsteking of ischemie. ✅ Minder vaak, maar mogelijk Bevalling (Sheehan syndroom) → Bij ernstige postpartum bloeding kan de hypofyse infarceren door onvoldoende doorbloeding. ✅ Typisch bij vrouwen postpartum Mechanische compressie → Compressie van de hypofyse of infundibulum door een tumor, aneurysma, cyste of andere massa kan de hormoonproductie remmen. ✅ Mechanische oorzaak
83
224. Gezonde vrouw: 2 opeenvolgende miskramen, de ene trismomie 14, de andere monosomie 14. meest waarschijnlijke oorzaak hiervan? Robertsoniaanse translocatie tussen chromosoom 14 en 21 van de vader Pericentrische inversie moeder Mosaïscime van chromosoom 14 met cellen met normale karyotypering en cellen met trisomie 14
A
84
Timming puberteit meisjes
1/ borstontwikkeling (10-11j) 2/ pubisbeharing (pubarche) en groeispurt (onmiddelijk na 1ste fase) 3/ menarche ong 2,5j na begin borstontwikkeling (gem 12,5j) nog ongeveer 5cm lengte groei te verwachter
85
Timming puberteit jongens
1: testikelgroei > 4ml (gem 11-12j) 2/ pubisbeharing (pubarche) 3/ groeispurt bij testikelvolume 10-12ml (1,5j na start puberteit) 4/ gezichtsbehandelingen, diepe stem, spermarche: tannerstadium 3-4 Gynaecomastie bij 50% tanner 4
86
Normale timing puberteit
Meisjes: 8-13j borstontwikkeling, jongens 9-14j testisvolume > 4ml
87
232. Menarche begint in tannerstadium 2 of 3 JUIST/FOUT?
Fout - meestal (3)-4
88
233. Wat moet je doen elk zwangerschap consult ? Bloeddruk Echo Vaginaal toucher Gewicht
A
89
238. Wat is fout ivm portale hypertensie? De arteriële druk is gewoonlijk verhoogd Bij post-hepatische portale hypertensie is de druk in de sinussen verhoogd Bij pre-hepatische portale hypertensie is de druk in de sinussen normaal De perifere vaatweerstand is meestal laag
A
90
240. De OS preganglionaire vezels liggen in? C1-T2 T1-L2 Cervicaal en lumbaal Bepaalde craniale zenuwen
B
91
244. Je weet dat de borstvoeding in de eerste 3 maanden optimaal verloopt door:
A. Het kindje per week 100-150 g bijkomt
92
241. Foto van genitale wratten
A. Condyloma acuminata
93
257. Belangrijkste teken klinische onderzoek leverlijden Spider angioom Teleangiëctasiën
A
94
260. Air gap bij luchtgeleiding en beengeleiding, duidt op? Perceptief Sensorineuraal Geleiding Gemend
260. Air gap bij luchtgeleiding en beengeleiding, duidt op? Perceptief Sensorineuraal Geleiding Gemend C
95
261. Hoe wordt deze ziekte overgeërfd + foto X chromosomaal dominant Autosomaal dominant Mitochondriaal
A
96
266. Man heeft een robertsiaanse translocatie van chrom 21 met 21. Vul het volgende venster in Deze persoon heeft … aantal chromosomen en een ..% kans om de pathologie door te geven
45 aantal en 100 %
97
272. Halsklieren in regio V liggen waar? Laag jugulair Hoog jugulair Achterste haldsdriehoek Paratracheaal
C
98
275. Wanneer geen halo’s ? Glaucoom Cataract Cornea oedeem Netvliesloslating
D
99
279. Wat is kenmerkend bij koortsstuipen Koorts is obligaat Verhoogd risico op epilepsie Tussen 6m en 3j
A
100
282. Wat is juist ivm het oog Corneale reflex wordt uitgelokt door met een wattenpuntje over het wit van het oog te wrijven. Er wordt dan normaal met beide ogen geknipperd. Verschil in grootte van pupillen is abnormaal. Een verschil van 1 mm komt echter bij 20% van de wereldbevolking voor. Om de voorkamer te beoordelen wordt er van lateraal met een lichtje geschenen. Als er mediaal een schaduw ontstaat, is dit abnormaal (of iets dergelijks)
B/C - 20% anisocorie
101
Wat is juist? 285. Histo vraag desmosomen verhinderen transport over het epitheel Het epitheel is vernoemd naar de vorm van de basale cel De basale cel is een selectieve scheiding tussen het epitheel Bindweefsel geeft sterkte aan het epitheel
D
102
289. Wat is juist over een 2de graads atrioventriculaire blok? Verbreed QRS complex Vertraagde contractie van ventrikels Verhoogde bloedflow Verminderde contractie ventrikels
B
103
290. Welke spier trekt het snelste samen? Spierspoel Spiervezel oxydatief Spiervezel anaeroob Spiervezel oxydatief en glycolyse
C
104
293. De contractie van het linker ventrikel is groter door een verhoogde preload Juist Fout
Fout - preload L=R normaal - hogere preload zorgt wel voor grotere contractie
105
297. Welk uitzicht heeft granulatieweefsel? Rood Geel Zwart Roodgeel
A = gezond (geel fibrine/necrose)
106
304. Op een mooie zomerse dag ben je op het tornooi van de plaatselijke veteranenclub gaan kijken, als een van de strijdende spelers plots onwel wordt en begint over te geven. Je spoedt je daarheen, en doet een beperkt klinisch onderzoek. Welke vaststelling past niet bij hyperthermie? De man zweet overvloedig De BD is verhoogd Hartritme is verhoogd Hij praat verward
B
107
307. Welke stelling omtrent NSAIDs is NIET juist Pulmonale toediening (via aerosol) gaat niet gepaard met systemische effecten. Chronisch alcohol gebruik verlaagt de plasmaconcentraties van farmaca die via CYP enzymes in de lever geklaard worden. Bij nierinsufficiëntie moet de dosis van digoxine verlaagd worden en het dosisinterval verlengd. Lipofiele farmaca gaan makkelijker doorheen de bloed-hersen barrière dan hydrofiele.
A
108
310. De beoordeling van het fractuurrisico bij een onbehandelde patiënt berust op: een botdensiteitsmeting volgens de DEXA-techniek in combinatie met een ondervraging naar risicofactoren. een botdensiteitsmeting volgens de DEXA-techniek. het radiologische aspect van de wervelzuil. een anamnese naar risicofactoren voor osteoporose.
A
109
311. Een perifere verlamming van de nervus facialis veroorzaakt een verlamming van De bovenste en onderste gelaatspieren Alleen de onderste gelaatspieren
A
110
Wat verwacht jij bij diabetes insipidus? hyperosmotische urine en hypernatriëmie hypo-osmotische urine en hyponatriëmie hyponatriemie hypernatriëmie
D (+ hypo-osmotische urine)
111
Welke antibiotica werkt niet tegen gram negatieve bacteriën? Clindamycine Gentamicine Ampicilline Ciprofloxacine
A
112
Diabetes ketoacidose hoe onderscheiden van alcohol ketoacidose
Glucose
113
Vit B12 wat is juist
tintelingen
114
Zoete geur
Keto-acidose
115
Femorale volgorde medial -> lateraal
V. femoralis, A. femoralis, N. femoralis
116
Buitenlandse patient uit Senegal gekomen met koorts welke test doe je
Malaria (antigeen test)
117
Innervatie huidgebied perifere zenuwen onderbeen
X
118
Klinefelter: welk kenmerk hoort er niet bij? Onvruchtbaarheid Klein gestalte osteoporose
B
119
stamboom 2
Autosomaal dominant met verminderde penetrantie
120
Lever lob + afb
Lotus caudatus
121
BV rectum + afb
Zie afbeelding - A
122
Long afb
A
123
Atropine: bijwerking Verlaagd hartslag Obstipatie Muskarine agonist Droge mond
B+D | Muscarine antagonist
124
Wat veroorzaakt de onderste laterale hartschaduw L ventrikel R ventrikel L atrium R atrium
B
125
14. Vanaf welke hoeveelheid trombocyten kans op ernstig hersenbloeding: 5 x10^9 /L 100 x 10^9 /L 50 x 10^9 /L 150 x10^9 /L
A
126
Welke hormoonbepaling mogelijk bij diagnostiek menopauze?
FSH en oestradiol
127
Kind met leeftijd onder 1 jaar: vertistikt in voedsel. Aanmoedigen om te blijven hoesten maar helpt niet. Wat dan? 5x op rug kloppen en heimlich 5x op rug kloppen en 5x op sternum duwen
B
128
Gebalanceerde Robertiaanse translokatie, hoeveel chromosomen? 45 ◦ 46 ◦ 47
A
129
Down syndroom door Robertiaanse translokatie, hoeveel chromosomen? 45 ◦ 46 ◦ 47
130
B