Diagnostische criteria Diabetes mellitus
A1C>=6,5%
OF FPG >=126mg/dl (gevast, meer dan 8h nuchter)
OF 2h plasma glucose >=200mg/dl tijdens OGTT (75g glucose)
OF symptomen hyperglycemie/hyperglycemie crisis/random glucose >=200mg/dl
OGTT
Begint nuchter -> 75 glycose drinken -> 30min + 2h veneuze staal
/// => interpretatie
/// Nuchter: normaal <100mg/dl (5.6 mmol/L)
IFG (gestoorde nuchtere glycemie) 100-125 mg/dl
Diabetes mellitus >=126mg/dl (7.0mmol/L)
/// na 2h normaal: <140 mg/dl
IGT (gestoorde glucosetolerantie) 140-199 mg/dl
Diabetes mellitus >=200 mg/dl)
klinefelter
XXY
De midclaviculaire lijn
Microfilamenten Bestaan uit actine; betrokken bij celvorm, motiliteit (bv. pseudopodia), spiercontractie.
Intermediaire filamenten Structuur en stevigheid van de cel; vormen een soort “skelet”. Geen dynamisch transport.
Microtubuli ✅ Transport van organellen, celdeling (spoelfiguur), intracellulair verkeer.
Cytoplasmamembraan Begrenst de cel en regelt in-/uitstroom van stoffen, maar geen rol in organel-dynamiek zelf.
Natrium
Fasen cardiaal AP
Fase 4: ook wel de rustfase. Het membraanpotentiaal: -90 mV
Fase 0: snelle natriumkanalen worden geopend en natrium stroomt de cel in (depolarisatie). Dit zorgt voor de snelle upstroke.
Fase 1: kalium stroomt de cel uit (efflux) wat ervoor zorgt dat het membraanpotentiaal zichzelf herstelt naar 0 mV.
Fase 2: ook wel de plateaufase. Deze fase wordt gekenmerkt door kalium-efflux (de cel uit) en calcium-influx (de cel in).
Fase 3: de kalium-efflux overschrijdt de calcium-influx. De membraanpotentiaal herstelt zich weer tot -90 mV (repolarisatie).
Verdringing:
Het onbewust wegdrukken van onacceptabele gevoelens of herinneringen.
Projectie
Het toeschrijven van eigen ongewenste gevoelens of eigenschappen aan anderen.
Ontkenning
Het weigeren te erkennen van de realiteit van een situatie of gevoel.
Rationalisatie
Het bedenken van logische, maar onjuiste verklaringen voor ongewenst gedrag of gevoelens. => irrationeel > rationeel maken
Verplaatsing
Het uiten van gevoelens op een minder bedreigende persoon of object dan de bron van de gevoelens. - iemand anders zoeken
Sublimatie
Het omzetten van onacceptabele impulsen in sociaal geaccepteerd gedrag.
Reactieformatie
Verdedigen tegen onaavaardbare impulsen door het stellen van omgekeerd gedrag (ex haten)
Compensatie
Het sterven tot overdekking van onbewuste impulsen of angsten (gedrag veranderen, compenseren - primaire differentiatie verdedigen)
RX wervelkolom foramina
Zie foto’s
IRV op spirometrie
Zie foto
Productie hormonen bijnier
CORTEX:
Zona glomerulosa: aldosteron
Zona fasciculata: cortisol
Zona reticularis: androgenen
=> CACA
MERG:
80% adrenaline
20% noradrenaline
Noradrenaline kan ook ontstaan in periferie
D
Dyschezie
Dyschezie
Moeite of onvermogen om de stoelgang te legen door een gestoorde defecatie, vaak door spier- of zenuwproblemen rond het rectum en de anus.
Constipatie
Een brede term voor moeilijk of weinig frequente stoelgang, kan door verschillende oorzaken zijn.
Obstipatie
Synoniem voor constipatie; hardnekkige verstopping.