Zullen
zou zouden –
Komen
kwam kwamen Is gekomen
Zitten
zat zaten heeft gezeten
Maken
maakte maakten heeft gemaakt
Staan
stond stonden heeft gestaan
Zien
zag zagen heeft gezien
Kijken
keek keken heeft gekeken
Mogen
mocht mochten heeft gemogen
Laten
liet lieten heeft gelaten
Denken
dacht dachten heeft gedacht