H1 Flashcards

(18 cards)

1
Q

ingroup

A

een groep van mensen waarmee we ons identificieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

infroepfavoritisme

A

neinging om te denken dat leden van een ingroup beter zijn dan leden van een outgroup

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

negativiteitseffect

A

neiging om de klemtoon te leggen op negatieve info bij de beoordeling van een persoon

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

outgroup

A

een groep van een mensen waarmee e ons niet identificieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

outgrouphomogeniteit

A

neiging om te denken dat leden van een outgroup goed op elkaar lijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

stereotype

A

is een simplistischeopvatting waarbij een categorie van personenen met bepaalde eigenschappen worden geassocieerd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

hoe bestaan stereotype:

A

groep processen, sociaal leer processen , bedreiging van zelf beeld

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

autoritarisme

A

belang hechten aan traditionele waarden ( - kijken opm buiten nromaal)
sociale dominatie : opstaan voor ongelijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

sociale dominatie

A

: opstaan voor ongelijkheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

confirmation bias

A

daarbij concentretren mensen zich op info uit hun omgeving die hun beelt in stand houden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

sub categorisering

A

iemand die niet past in een stereotype in een andere catgeroie leggen een soort exeptie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

self fuldilling profecy

A

door de verwachting A tegenover B ,gaat A zij gedrag aanpassen aan zijn verwachting en daar door gaat B ook zijn gedrag aan passen volgens hoe hij behandelt wordt door A en daardoor zalt A zijn verwachtingen bevestigd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

jnaillo en civelli

A

= school kinderne in madrid geen probleem om emoties te herkennen maar mwani tribue in mozambique hebbben de emoties fout herkent dus voor hun waren de basis emoties nurture

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

ekman :

A

kritiek 1 proef werd op neit genoeg mensen uitgetest 2 de culturen waren niet divers genoeg en de culturen die hij had gekozen waren sterk beinvloed door de westen

dan zoch hij een cultuur die geen tijdschrift tv films hadden hij vroeg aaa n deze ultuur om emoties te herkenne zij hadden het juist dus volgens hem wqren de basis emoties nature
( de fore papoe guinea)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

collectivisctische cultuul :

A

we denken aan de groep en emotie zijn minder makelijk getoont

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

ndividualistische cultuur:

A

emoties worden makelijk getoont

17
Q

uitingsregels z

A

ijn zocial regels of normen die voorschijnen hoe er binnen degroep moet worden opgegeven met uiten van emoties zoal verdriet woede en blijdschap