H8.7: Borstvoeding Flashcards

(41 cards)

1
Q

elke diersoort heeft de samenstelling van hun melk geoptimaliseerd

A
  • grijze zeehond: kou;vet
  • walvis: groei;eiwit
  • mens: hersenen;suiker/lactose, laagste eiwit want groeien langzaam
  • koe: meer eiwit
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

waarom heeft NL zulke lage BV cijfers?

A
  • koe-land: hoogste koemelkconsumptie
  • kort bevallingsverlof
  • lactatiekundige begeleiding
  • kennis en attitude
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat zijn de voordelen van MM tov kunstvoeding?

A

kinderen die borstvoeding krijgen zijn beter beschermd tegen
- maagdarminfecties
- middenoorontsteking
- luchtweginfecties

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

hoe beschermt MM dan?

A
  • aspecifieke afweer: complement, chemotactische factoren, hormonen en groeifactoren, antivirale factoren
  • specifieke afweer: sIgA, IgM, IgG
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

dus als moeder griep heeft moet ze wel doorgaan met borstvoeding

A

want stel het virus geeft ze door, er zitten ook beschermende Ig’s in

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat zit er in MM

A
  • aspecifieke afweer
  • specifieke afweer
  • probiotica: lactobacilli, bifidobacteriën
  • prebiotica: bifidus factor, oligosacchariden
  • cytokines, chemokines, r
  • lactoferrine (werkt goed tegen bacteriën)
  • enzymen
  • anti-inflam, anti-ox
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

microbioom speelt cruciale rol

A
  • gunstiger profiel
  • probiotica
  • meer diversiteit
  • levenslang effect
  • vertering
  • afweer
  • gut-brain axis
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

in het eerste levensjaar is er een soort dip in de Ig’s van kind

A

dus dan is moedermelk fijn

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

immuunglobulines in foetus en neonaat

A

memoraid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

specifiek secretoir IgA in de moedermelk

A

minder wiegendood

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

minder cardiovasculaire risicofactoren

A
  • obesitas
  • BD
  • retinavaten
  • insuline ongevoeligheid, glucose en DM II
  • lipiden profiel
  • carotis intima media dikte
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

dosis effect bij obesitas

A

hoe langer borstvoeding en hoe exclusiever (minder koemelk bijmenging) hoe groter het effect

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

betere hersenontwikkeling

A
  • neuro, visuele en cognitieve ontwikkeling
  • observationele studies en probit
  • dosis-effect: langer en exclusief groter effect
  • 4-11 IQ punten hoger?
  • hersengroei
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

een van de mechanismen hersenontwikkeling

A

essentiele lange keten vetzuren zijn bouwstoffen voor hersenweefsel en retina

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

geen duidelijk bewijs voor effect op asthma

A
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

als je binnen atopische families kijkt zie je een beschermend effect op eczeem met BV

A

maar bij een niet-atopische familie zie je geen significant effect

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

natuurlijke band tussen moeder en kind

A
  • gunstig effect op gedrags en ontwikkeling kind
  • minder postnatale depressie en psychoses
18
Q

maatschappelijk effect

A
  • investeren in borstvoeding is zéér kosten-effectief
    =ziekte-kosten (moeder en kind)
    =maatschappelijke kosten: verlof, opleiding, inkomen
  • borstvoeding is duurzaam
19
Q

vroeggeboren

A
  • melk afkolven want kind kan niet drinken
  • via sonde
20
Q

moedermelk bij prematuren

A
  • minder infecties
  • sneller volledig enterale voeding
  • minder necrotiserende enterocolitis
  • minder heropnames na ontslag
  • betere hersenontwikkeling
21
Q

compositie van moedermelk

A
  • macro en micronutrienten
  • immunologische componenten
  • groeifactoren, hormonen
  • enzymen
22
Q

compositie van MM varieert met de behoefte van het kind

A

eerst heel veel eiwitten, neemt langzaam af
preterm bevallen moeders hebben hoger eiwitgehalte dan aterm moeders

23
Q

eiwitgehalte neemt af met

A
  • zwangerschapsduur
  • tijd
24
Q

vroege melk

25
vetgehalte neemt toe naarmate
kind langer blijft zuigen
26
colostrum
- moedermelk in de eerste dagen - veel eiwit - extreem rijk aan Ig en bv lactoferrine
27
advies aanvullingen
- vitK bij borstvoeding (eerste 3mnd) - vitD (ook bij flesvoeding, tot mind 4 jaar)
28
prematuur
fortifier voor groei en preventie rachitis extra eiwit en extra calcium en fosfaat
29
donormelk
30
zuigelingen kunstvoeding is 2de alternatief
tracht gunstige effecten te imiteren: probiotica, prebiotica, DHA, afname eiwitconcentratie etc
31
lactatieproces
1. melkklieren - actief en passief transport van stoffen naar de merlk 2. opslag in alveoli 3. uitstroom via melkgangen
32
fysiologie lactatie
hypothalamus-hypofyse as 2 belangrijkste hormonen: prolactine en oxytocine
33
prolactine
- komt vrij door prikkeling tepel - hypofyse voorkwab - melkPRODUCTIE neemt toe - medicamenteus: domperidon (long QT is bijwerking)
34
oxytocine
- komt vrij bij zien/horen/voelen kind - hypofyse achterkwab - geeft TOESCHIETREFLEX - psychisch effect: binding - kan met neusspray aanvullen
35
heeft borstvoeding nadelen?
- amper - sociaal: schaamte, ongemak, combi met werk
36
maternale complicaties
- tepelkolven - verstopping - mastitis/abcedering - oorzaak: vaak BV techniek - advies: ontlasten, dus doorgaan met borstvoeding
37
stille ondervoeding aan de borst
- vicieuze cirkel als te weinig moedermelk en kind niet krachtig genoeg om te drinken - kolven - bijvoeden - lactatiekundige begeleiding essentieel
38
infectieuze contra-i
- bij virale infecties gewoon doorgaan met borstvoeden (covid, hiv, gangbare virale infecties) - bij borstlesies WEL CI : TBC, varicella, HSV, HIV met viral load
39
CI borstvoeding
- enkele psychofarmaca (zoals lithium) en antidepressiva (neonaat beperkte eliminatie) - overmatig alcohol gebruik - chemotherapeutica - harddrugs en hoge dosis methadon
40
medicatie bij borstvoeding
- vaak ten onrechte reden voor staken! - intra-uterien: placenta - vaak spiegel moeder = spiegel foetus - bij borstvoeding is dit niet meer zo
41