Wat valt er onder materieel strafrecht?
Wat houdt strafrecht als ultimum remedium in?
Dat het strafrecht wordt gebruikt als het laatste redmiddel. Dit is het uitgangspunt van het strafrecht. We stellen gedrag alleen maar strafbaar als we dat gedrag niet op een andere manier kunnen aanpakken, zoals met civiel recht of bestuursrecht.
Wanneer moet je overgaan op het strafrecht?
Wat zijn de bronnen van materieel strafrecht?
Wat is de betekenis van bronnen?
Tot 1886 was het Franse Code Pénal (1810) van kracht. In 1886 was de inwerkingtreding van het nieuwe nationale wetboek van strafrecht. De jury werd afgeschaft. Hoe was het nationaal wetboek van strafrecht gekenmerkt?
Wat is er behouden gebleven sinds 1886?
Wat zijn de ontwikkelingen sinds 1886?
Wat zijn de kenmerkende veranderingen?
Wat zijn punten die zien op de vraag: Is ons Nederlandse strafrecht wel echt Nederlands?
Wat zijn de punten over de strafbaarstelling van de voorfase?
Wat zijn de punten over de veranderde opvatting van daderschap?
Wat zijn de punten over de forse groei van bijzondere strafwetgeving?
Wat zijn de 4 formele vragen van art. 348 Sr?
Wat zijn de functies van de dagvaarding?
Wat voor soort tenlasteleggingen zijn er?
Als alles klopt, dan is de dagvaarding geldig. Als dat niet zo is, dan is het nietigheid van de dagvaarding, art. 349 lid 1 Sv. Wat zijn de eisen van de tenlastelegging?
Wat kan leiden tot nietigheid van de dagvaarding?
Wat gebeurt er bij nietigheid?
De rechter mag dan wel opnieuw dagvaarden, maar niet over de inhoudelijk/materiële zaak. Zolang die uitspraak er nog niet is, dan mag de rechter de verdachte nog steeds vervolgen, dus de verdachte nogmaals dagvaarden.
De tweede formele vraag is “Is de rechtbank bevoegd?” Er is absolute en relatieve competentie. Wat houdt beide in?
Als aan allebei wordt voldaan, is de rechtbank bevoegd. Als niet aan allebei wordt voldaan, is de rechter onbevoegd. art. 349 lid 1 Sv.
Vraag 3 is of de OvJ ontvankelijk is in de vervolging. Hierop zien de vervolgingsbeletselen, zoals geen rechtsmacht (artikel 2 tot en met 8 Sr) Minderjarigen onder de twaalf (artikel 486 Sr) Ne bis in idem (artikel 68 Sr), verjaring art. 70 Sr.
Wat gebeurt er als er geen vervolgingsbeletselen gelden? Wat gebeurt er als er een van de vervolgingsbeletselen geldt?
Als geen van de vervolgingsbeletselen geldt, dan OvJ ontvankelijk. Als een van de vervolgingsbeletselen geldt, dan is de OvJ niet ontvankelijk, art. 349 lid 1 Sv.
Vraag 4 is of er redenen zijn om de vervolging te schorsen. Wat is hier een voorbeeld van?
In art. 14 t/m 16 Sv vind je de redenen om te schorsen, denk aan iemand die de vervolging niet begrijpt vanwege een geestelijke stoornis. Als er zo’n reden geldt, dan is er een schorsing der vervolging art. 349 lid 1 Sv
Wat is er van belang bij de vraag of het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan?
Wat gebeurt er als er geen bewezenverklaring is voor de tenlastelegging?
Dan volgt er vrijspraak, art. 352 lid 1 Sv.