Vertel over het verkeersongeluk op de Markt in Den Haag in 1968
Een auto reed met hoge snelheid op de Markt. Het regende en hij slipte. De auto kwam op diens kant. De auto raakte een voetganger, waardoor die voetganger door een etalageruit viel. De ruit viel hierbij naar beneden op een andere voetganger en deze overleed. Kan het overlijden van de voetganger worden toegeschreven aan de autobestuurder? Ja, want hier is sprake van causaliteit. Objectief gezien had hij het kunnen voorzien, want hij had kunnen weten dat er een verkeersongeval zou ontstaan bij hard rijden in de regen. Subjectief gezien had hij niet kunnen voorzien dat specifiek dit zou gebeuren. HR ging mee met de objectieve voorzienbaarheid. Hij werd dus veroordeeld. Er was wel kritiek op: tot hoever kan je de objectieve voorzienbaarheid oprekken? Vrij snel daarna kwamen ze met de redelijke toerekening
Wat is causaliteit?
Waar is causaliteit relevant bij?
Causaliteitstheorieën gaan over of causaliteit een feitelijke of normatieve vraag is, welke leer of welk criterium duidelijkheid biedt en leidt tot wenselijke uitkomsten etc. Welke causaliteitstheorieën zijn er?
Wat houdt de conditio sine qua non in?
Voorwaarde zonder welke niet. Je moet vaststellen dat een bepaalde handeling onmisbaar is voor het intreden van het gevolg. Kan je de handeling weglaten en dat het gevolg dan niet intreedt, dan is er sprake van causaliteit. In de keten van gebeurtenissen is de gedraging van de verdachte de noodzakelijke factor geweest voor het intreden van het tenlastegelegde gevolg.
Wat is het probleem met conditio sine qua non?
Het is onbepaald. Is alles wel strafwaardig? Conditio sine qua non is een hulpmiddel, maar op zichzelf veel te ruim om causaliteit in strafzaken vast te stellen
Wat houdt causa proxima in?
Dit is de tegenhanger van conditio sine qua non. In de keten van gebeurtenissen is de gedraging van de verdachte de laatste factor geweest voor het intreden van het tenlastegelegde gevolg. Causa proxima geeft aan dat ergens een beperking nodig is, maar dit wordt in de huidige rechtspraak niet echt meer gebruikt. Behalve dat er ergens grenzen moeten worden gesteld aan de redelijke toerekening. Dan wordt er gedacht, dit is zo ver verwijderd van het gevolg, dit kunnen we niet meer toerekenen.
Wat houdt adequate veroorzaking in?
In de keten van gebeurtenissen was voorzienbaar dat de gedraging van de verdachte zou leiden tot het intreden van het tenlastegelegde gevolg. Dit kan zich op een objectieve (achteraf kijkende) of subjectieve (kijken naar specifieke casus, specifieke gedachte) voorzienbaarheid. Er wordt vaak gekozen voor objectieve voorzienbaarheid.
Wat houdt redelijke toerekening in?
Het tenlastegelegde gevolg is redelijkerwijs toe te rekenen aan de gedraging van de verdachte (zie Letale Longembolie). Dit is terug redeneren.
Welke factoren hebben betrekking op of een toerekening redelijk is?
Wat valt er onder de aard van de gedraging bij bepalen of een toerekening redelijk is?
Wat houdt het opzet/schuldverband in?
Wat houdt ratio van de delictsomschrijving in?
Waar ziet het delict op? Bv. Waarom hebben we moord in het WvSr staan? Omdat we het recht op leven niet willen schenden.
Er zijn ook enkele complexe causale ketens. Welke zijn er?
Wat houdt complexe causale keten: tussenliggende factor in en welke soorten zijn er en wat houden die in?
Dit houdt in: Gebeurtenissen tussen gedraging en het intreden van het gevolg. De volgende soorten zijn er:
- Een medische complicatie (Letale longembolie): longembolie hier fataal, niet het letsel van het verkeersongeval.
- Een medische fout (Aortaperforatie): Iemand krijgt niet de optimale medische zorg. Als die andere medische zorg had gehad, dan had het slachtoffer het kunnen overleven
- Keuze van het slachtoffer (Dwarslaesie): Slachtoffer heeft zelf een bijdrage aan het intreden van het gevolg. Dwarslaesie arrest: verdachte had zijn vriendin neergeschoten in haar hals. Zeer ernstige verwondingen, dwarslaesie. Ze liep een ernstige longinfectie op, maar ze wilde zich niet laten behandelen, omdat ze dan haar hele leven verlamd zou zijn. Als ze zich wel had laten behandelen, dan zou ze wellicht later zijn overleden. HR zegt: keuze van het slachtoffer staat niet in de weg van het redelijkerwijs toekennen van schuld aan de verdachte. Hij had nog steeds redelijkerwijs kunnen bedenken dat zij had kunnen overlijden.
Wat houdt de complexe causale keten: onduidelijkheid conditio sine qua non bij nalaten in?
Dit geeft een onduidelijkheid aan over de keten van gebeurtenissen: redelijke toerekening bij omissiedelicten (Shaken baby). Nalaten staat hier centraal. De verdachte wordt verweten dat hij niet heeft gehandeld, terwijl hij dat wel had moeten handelen. Conditio sine qua non zou een absolute ondergrens zijn. Dat is niet meer het geval, bv. als je te maken hebt met een omissiedelict.
Hoe kan je testen of er sprake is van een conditio sine qua non bij nalaten?
Een voorbeeld van de complexe keten: alternatieve causaliteit is Groninger HIV-zaak. Wat houdt deze in?
Seksfeesten in Groningen, waarbij mannen onbeschermde seks met elkaar hadden. Slachtoffers hadden met HIV-besmet bloed geïnjecteerd gekregen. Het verweer: Slachtoffers hebben HIV opgelopen. Verdachten vervolgd wegens het toebrengen daarvan. Kunnen we vaststellen dat het HIV-bloed de oorzaak was van het letsel. Verweer: Nee, dat hoeft niet noodzakelijkerwijs het gevolg te zijn van het injecteren van het bloed, want er waren heel veel mensen die onbeschermde seks hadden, dus het had ook daarmee kunnen zijn ontstaan.
Welke vragen moeten worden doorlopen om alternatieve causaliteit uit te sluiten?
Op basis van welke factoren kan worden bepaald of het gevolg met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging is veroorzaakt?
In het strafrecht wordt de leer van de redelijke toerekening gebruikt (Letale longembolie). Er zijn 3 rijtjes als het gaat om causaliteit. Als de conditio sine qua non duidelijk is, dan kom je in het linker rijtje. Wat valt hierover te zeggen? Geef aan wat het inhoudt, welke arresten hierbij horen en de indicatoren
Conditio sine qua non is duidelijk.
Dit houdt in dat er een noodzakelijke factor is voor het intreden van het gevolg. In beginsel gebruiken we het als ondergrens.
De arresten die hierbij horen zijn:
- Letale longembolie: Medische complicatie
- Aortaperforatie: Medische misser
- Dwarslaesie: keuze slachtoffer geen behandeling
3 indicatoren:
- Aard van de gedraging
- Opzet/schuldverband
-Voorzienbaarheid
Als er twijfel is over de conditio sine qua non, dan kom je uit in het tweede rijtje. Wat valt hierover te vertellen? Geef aan wat het inhoudt, welk arrest hierbij hoort, de 2 vragen waaraan getoetst moet worden en de 3 hulpmiddelen bij de 2e vraag en 3 indicatoren.
Twijfel over conditio sine qua non. Dit gaat over de alternatieve causaliteit.
Het arrest dat hierbij hoort, is Groninger-HIV en dat arrest is leidend, niet de laatste 3 indicatoren.
2 vragen:
- Kan de gedraging een onmisbare schakel hebben gevormd in de causale keten?
- Is het gevolg met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door de gedraging veroorzaakt?
3 hulpmiddelen 2e vraag:
- Aard van de gedraging
- Ervaringsregels
- Afweging scenario’s: alleen als ander scenario hoogstonwaarschijnlijk is
3 indicatoren:
- Aard van de gedraging
- Opzet/schuldverband
- Voorzienbaarheid
Als de conditio sine qua non onduidelijk is, kom je uit in het derde rijtje. Wat valt hierover te vertellen? Geef aan wat het inhoudt, welk arrest erbij hoort, 2 vragen die hierbij horen en de 2 vragen die kunnen helpen met dat testen en de 3 indicatiefactoren.
De conditio sine qua non is onduidelijk bij nalaten, omissiedelicten. Conditio sine qua non afwezig.
Shaken baby arrest
2 vragen die je jezelf stelt:
- Kan de verdachte verweten worden dat hij niet heeft gehandeld, terwijl hij dat wel had moeten doen?
- Oordeel over een hypothetische situatie: Als de verdachte wel had gehandeld, was dan het gevolg ingetreden?
2 vragen om dit mee te testen:
- Heeft de gedraging de kans op het intreden van het gevolg in zodanige mate verhoogd dat het aan diegene valt toe te rekenen?
- Is er sprake van een zorgplicht?
3 indicatiefactoren:
- Aard van de gedraging
- Opzet/schuldverband
- Voorzienbaarheid
Wat zijn de 2 vragen die kunnen leiden tot de vorm van causaliteit?