Wat zijn de voorwaarden voor strafbaarheid?
Welk beginsel zien we in de tweede voorwaarde van de voorwaarden voor strafbaarheid? Leg dit beginsel ook uit.
Hierin zien we het legaliteitsbeginsel, art. 1 lid 1 Sr. Het legaliteitsbeginsel zegt: ‘Geen feit is strafbaar dan een wet die daaraan vooraf is gegaan. Dus een feit moet strafbaar zijn gesteld in de wet om daar een straf voor op te leggen. Dat kan zijn een wet in formele zin (wetten) en in materiële zin (dus ook lagere wetgeving). In dit vak gaat het om materieelrechtelijk legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel is een diepgeworteld fundamenteel beginsel. Het is door mensen bepaald. Het is een product van verlichtingdenkers. Met welke gedachten is het legaliteitsbeginsel opgesteld?
Waar staat het legaliteitsbeginsel allemaal opgeschreven?
Wat zijn de 5 deelnormen van het legaliteitsbeginsel?
Wat houdt de deelnorm ‘vereiste van geschreven strafbepalingen (lex certa)’ in?
Er is een basis in het recht vereist. Dat is niet zo streng als dat het lijkt, want dat betekent niet een basis in de wet, dit kan dus ook jurisprudentie zijn. Maar het moet wel ergens opgeschreven zijn. Het gewoonterecht is vaak niet opgeschreven en zou dan bv. niet gelden
Wat houdt het verbod van terugwerkende kracht in?
Als er vandaag een nieuwe wet ingaat en die is gister overtreden, dan kan je daar niet voor worden vervolgd, omdat het verbod toen nog niet gold.
Wat is de uitzondering van het verbod van terugwerkende kracht en wat houdt het in?
Mildheidsgebod, art. 1 lid 2 Sr, art. 49 HGEU. Dit houdt in dat terugwerkende kracht wel geldt, als het ten gunste is van de verdachte.
Wat houdt het bepaaldheidsgebod in?
Dit is de vereiste van toegankelijke en duidelijke strafnormen –> voorzienbaarheidsvereiste. Je moet als je het WvSr leest ook begrijpen wat er staat. Dit is vaak wel zo, maar soms blijkt het moeilijk. Het recht is zo ook dynamisch, het verandert over tijd. Hier zit een aspect van rechtsonzekerheid in. Ook voor autoriteiten is het belangrijk te weten wat strafbaar is en wat daarvoor bewezen dient te worden. Wanneer een strafnorm toegankelijk en duidelijk is, is bepaald in het EHRM. Het moet voldoende voorzienbaar zijn.
Is het bepaaldheidsgebod (lex certa) –> rechtszekerheid een werkelijk of een historisch ideaal?
Wat zijn de discussiepunten?
Wat valt er te zeggen over de begrensde interpretatievrijheid van de rechter?
Wat houdt het verbod van de analogische wetsinterpretatie in?
Het gaat om een niet geregelde situatie die genoeg overeenkomsten heeft met een wel geregelde situatie, zodat die valt onder de reikwijdte van de wel geregelde situatie. Bv. Het is verboden om op zondag waren te verkopen. Er was een uitzondering voor brood en andere lekkernijen. Iemand ging toen zoute pinda’s verkopen. Dat mocht niet volgens de wet, maar is toch goedgekeurd, omdat het ten gunste is van de verdachte.
Wat valt er te zeggen over het wederrechtelijkheidsbeginsel?
Wederrechtelijkheid als vermoeden houdt in dat het een element is van de delictsomschrijving. Op welke manieren kan dat vermoeden van wederrechtelijkheid weerlegd worden?
Wat valt er te zeggen over als wederrechtelijkheid expliciet in de delictsomschrijving staat?
Er zijn uiteenlopende betekenissen van wederrechtelijkheid als bestanddeel. Welke en leg ze uit
Welke rechtvaardigingsgronden zijn er?
Welke schulduitsluitingsgronden zijn er?
Wat is het verschil tussen een concreet en een abstract gevaarzettingsdelict?
Als in de delictsomschrijving het gevaar met name genoemd wordt; concrete gevaarzettingsdelicten. Als dit niet het geval is, dan zijn het abstracte gevaarzettingsdelicten