Wat is het fenotype?
De waarneembare eigenschappen van een individu, uiterlijk en inwendig.
Wat is het genotype?
De totale erfelijke informatie (alle allelen) van een individu.
Hoe komt het fenotype tot stand?
Door interactie tussen genotype en milieufactoren (voeding, temperatuur, ziekten, opvoeding).
Wat is een modificatie en is deze erfelijk?
Fenotype-verandering door milieu zonder DNA-verandering; niet erfelijk.
Hoeveel chromosomen heeft een menselijke lichaamscel?
46 (23 paren): 22 autosomen en 1 paar geslachtschromosomen (XX of XY).
Wat zijn homologe chromosomen?
Chromosomen van een paar met gelijke lengte en genvolgorde, één van vader en één van moeder.
Wat is een karyogram?
Geordende weergave van alle chromosomen (BiNaS 70B) om geslacht of afwijkingen te zien.
Wat is een gen en wat is een allel?
Gen = DNA-segment voor een eigenschap; allel = variant van een gen.
Wat is het genoom?
De complete DNA-set in een cel.
Waaruit bestaat een nucleotide?
Fosfaatgroep, desoxyribose, en stikstofbase (A, T, C of G).
Welke basenparen horen bij elkaar in DNA?
A–T en C–G (BiNaS 71C).
Wat is genexpressie?
Het aflezen van een gen en vertaling naar RNA/eiwit.
Hoe bepaalt de DNA-sequentie een eigenschap?
De basenvolgorde codeert de aminozuurvolgorde van een eiwit.
Wat betekent homozygoot?
Twee gelijke allelen (AA of aa).
Wat betekent heterozygoot?
Twee verschillende allelen (Aa).
Wat is een dominant allel?
Allel dat tot uiting komt bij AA én Aa genotype
Wat is een recessief allel?
Komt alleen tot uiting bij aa genotype
Wat is volledige dominantie?
Recessief allel is bij Aa volledig onzichtbaar.
Wat is onvolledige dominantie?
Beide allelen dragen gedeeltelijk bij (bijv. rood + wit = roze).
Wat is codominantie?
Beide allelen komen volledig tot uiting (bijv. bloedgroep AB).
Wat is recombinatie?
Nieuwe allelencombinaties door meiose en bevruchting.
Hoeveel typen geslachtscellen kan een mens produceren door onafhankelijke segregatie?
2²³ (>8 miljoen)
Wat is een haplotype?
Groep allelen op één chromosoom die samen worden doorgegeven.
Waarom vergroot recombinatie de overlevingskans?
Meer genetische variatie → betere aanpassing aan milieu.