تَفَضَّلْ
alstublieft (bij het vragen van iets)
تَفَضَّلِي
alstublieft (bij het vragen van iets) (f.)
اِسْمَحْ لِي
sta mij toe, pardon, excuseer mij
اِسْمَحِي لِي
sta mij toe, pardon, excuseer mij (f.)
شُكْرًا
bedankt
شُكْرًا جَزِيلًا
hartelijk dank
بَارَكَ ٱللهُ فِيكَ
bedankt, God zegene je
عَفْوًا
geen dank
لا شُكْرَ على وَاجِبٍ
geen dank (voor iets wat noodzakelijk is)
طَلَبَ / يَطْلُبُ
verzoeken (مِن iemand, هـ iets); zoeken
سَمَحَ / يَسْمَحُ
toestaan (لِ aan)
تَفَضَّلَ / يَتَفَضِّلُ
zo vriendelijk zijn (بِ om)
أَمْكَنَ / يُمْكِنُ
mogelijk zijn
لَزِمَ / يَلْزَمُ
noodzakelijk zijn
وَدَّ / يَوَدُّ / وَدِدتُّ
graag willen, wensen
بَحَثَ / يَبْحَثُ
zoeken, onderzoeken (هـ / عن iets)
حَاوَلَ
proberen
دَفَعَ / يَدْفَعُ
duwen, betalen (لِ aan iemand, هـ iets)
حَدَّدَ
begrenzen, vastleggen, bepalen
اِحْتَلَفَ
verschillen (عَنْ van), van mening verschillen (في over)
اِسْتَعْمَلَ
gebruiken
مَعْهَدٌ / مَعَاهِدُ
instituut
تَعْلِيمٌ
onderwijs
أَجْنَبِيٌّ / أَجَانِبُ
buitenlands, buitenlander, niet-Arabier