tt Flashcards

(96 cards)

1
Q

waar wordt HSCT ook bij gedaan?

A

niet hematologische maligniteiten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

wat geeft een hoger risico op graft vs host ziekte?

A

perifeer bloed als stamcellen ipv beenmerg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat zijn kenmerken van hodgkin?

A
  • geen moleculaire marker
  • cd 30
  • jong
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

wat is de behandeling bij NSCLC stadium 3a

A

chemoradiotherapie evt. gevolgd door immunotherapie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

waarvoor doen we weefselonderzoek bij lonkanker?

A

prognose en therapie keuze

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is NRS?

A

numerieke rating schaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

wat zijn voordelen van een tissue expander?

A
  • technisch makkelijker
  • minder grote complicaties
  • ## volume zlef bepalen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat doet chemoradiotherapie niet bij borstkanker

A

overleving verbeteren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

wat zijn indicaties van een lokale lap

A
  • geen primaire sluiting mogelijk
  • primaire sluiting zorgt voor verstoring anatomische structuur
  • primaire sluiting zorgt voor overmatige spanning
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat is T stadium bij PCA?

A
  • T1c is alleen voelen
    -T2 patient voelt nauwelijkk maar in prostaat wel
  • t3 is in kapsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

wat zijn contraindicaties voor een neoblaas?

A
  • ouder dan 75
  • niet zelf kunnen legen
  • eerder rt
  • tumor in blaashals
  • slechte nierfunctie
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

wat meot in je in een gesprek over euthanasie behandelen?

A
  • ondragelijk en uitzichloos lijden
  • geen verdere behandelopties
  • diagnose en prognose patient
  • verzoek patient
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

wat zijn voor- en nadelen van biopten afnemen bij screening?

A

voor:
- biologisch effect
- eiwit aanwezig
- verandering tumor
nadelen:
- invasief
- niet altijd representatief
- af zien van deelname

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wanneer doen we autologe hsct?

A

herstel na heel intensieve chemo
allogeen is chemo eerst om afweer te verzwakken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

waarom kan er bij een navelstreng transplantatie meer verschil in HLA zijn?

A

er zijn minder t cellen en deze t- cellen zijn nog naief omdat ze nog niet in contact zijn geweest met antigenen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

welk lymfoom komt het vaakste voor?

A

DLBCL: cd20, curabel en aggresief

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

welk lymfoom is niet te genezen?

A

folliculair lymfoom

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

hoeveel procent genezing bij burkitt stadium 4?

A

80%
cd 19 is kenmerk

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

wat moet je doen bij verdenking op longcarcinoom?

A

x-thorax uit 2 richtingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

wat kan je doen bij pleuravocht onderzoek?

A
  • cytologie
  • kweek
  • klinisch chemisch onderzoek
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

wanneer doe je een pleurodese?

A

bij snel recidiverend pleuravocht

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

hoe kunnen we micrometastasen zien?

A
  • vloeibaar biopt
  • CTC
  • ct DNA
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

wat is borstkanker bij mannen vaker dan bij vrouwen?

A
  • hormoon gevoelig
  • okselmetastasen
  • genetische afwijkingen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

wat doen genexpressie arrays?

A

lezen per gen uit hoeveel RNA expressie er is in het preperaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
wat verhoogd de kans op een irradicale resectie bij BCC?
- risidu/ recidief - > 2 cm - moeilijk afgrensbaar - angio of vaso infasie - peri/ intraneurale groei - micronodulair - sprieterige groei - H- zone gelaat
26
wat zijn risicofactoren van blaaskanker?
- roken - VG en mediatie in ziekte enz - familie geschiendenis - omgevingsfactoren
27
wat zijn kenmerken van DCIS?
- groeit in buissysteem - microkalk zichtbaar --> vaker gevonden bij screening - sterk begrensde cellen
28
wat zijn kenmerken van LCIS?
geen symtpomen en meestal geen calcificaties - difuus en bilateraal door verlies E-cadherine
29
Wat zijn voordelen van NGS?
- single molecule sequencing --> gevoelig - honderden fragmenten per analyse - hoge output van basen - weinig DNA nodig - hoge gevoeligheid: minder dan 5% mutant kan al worden aangtoont - poolen van samples - bio- informatica ondersteuning
30
welk onderzoek is belangrijk voor MDS diagnose?
- cytogenetisch - flowcytometrie - mutaties CELKWEEK NIET
31
wat zijn voor en nadelen van het gebruik van navelstreng bloed voor de transplantatie/
voor: - stamcellen zijn direct beschikbaar - HLA match is minder bealngrijk omdat er minder T-cellen in transplantaat zijn en nog naief zijn --> minder kans graft vs host ziekte - geen risico voor donor nadelen: - weinig stamcellen in 1 navelstreng --> grote kans op falen - tragere repopulatie en trager herstel immuniteit - transplantaat kan maar 1 x worden gebruikt
32
waar zitten lymfatische stamcellen?
- thymus en beenmerg
33
wat kan je met moleculaire diagnostiek?
- predictief zijn - juiste behandeling bepalen - bijwerkingen voorspellen
34
wat is VAS?
patient zet een markering op een lijn van 10 cm
35
welke metastasering heeft voorkeur bij mamma car?
hematogeen
36
waarom heeft neoadjuvant chemo een voorkeur?
- weten alvast op therapie werkt - verkleinen --> makkelijk resectie - ondertussen genetisch onderzoek - snel behandeling hele lichaam ipv alleen lokaal
37
wat is een booster bestraling:
lumpectomie holte
38
wat hebben organoiden niet?
stromacellen
39
welke 2 adeno mamma carcinomen zijn er?
fibro adenoom : vrouwen 20-30 phyllodes tumor: oudere vrouwen
40
waar komt de a. rectalis superior uit?
a. mesenterica inferior
41
wat is belangrijk voor een erytrocyten transfusie?
- anemie gerelateerd klachten het bealngrijkst!! - leeftijd - comorbiditeiten
42
Zit er een verband tussen MDS en vit b 12 en foliumzuur?
nee
43
wat zijn diagnostische procedures voor MDS prognose (morfologie en pathologie belangrijk)
- moleculaire diagnostiek - cytologisch onderzoek - flowcytometrie
44
Wat doet myelob;atieve conditionering?
berstrijd de onderliggende ziekte
45
Wat speelt de belangrijskte rol bij acceptatie/ afstoting van transplantaten?
HLA antigenen
46
Hoe worden neutrofile granulocyten uit de circulatie verwijderd?
door milt en beenmerg
47
wanneer moet je denken aan acute leukemie?
pancytopenie en koorts
48
bij welke longkankerstadia wordt hoe behandeld?
1: resectie 2: resectie + adjuvant 3 chemoradioaherapie 4: chemp en of immuun of target therapie
49
waneer zetten we EUS/ EBUS in?
bij vergrote klieren (en metastasen)
50
Hoe kan je een DCIS localiseren in mamma?
- jodiumbron (I125) - draad - techneticum 99m
51
Wat zie je onder de microscoop bij roken en astbeset?
roken = zwart astbest = bruin (mesothelioom en adenocarcinoom zijn hier aan gerelateerd)
52
wanneer wordt een directe borstreconstructie afgeraden?
cT4 en N2 want die hebben adjuvant nog chemo nodig
53
wat is het meest voorkomende expressieprofiel bij borstkanker?
ER+ HER-
54
welke deelnemers heb je nodig bij een healty screene effect?
niet deelnemers en historische controle groep van voor het bevolkingsonderzoek
55
wat is voldoende om te doen bij een T1a denocarcinoom in de oesophagus?
EMR/ ESD
56
wanneer doen we een lokale lab?
als tumor radicaal verwijderd is
57
wat is de reconstructielift?
- secundair sluiten - primair sluiten - uitgesteld primair sluiten - huidtransplantatie - weefsel expansie - regionale transpositie - vrij weefsel translatie
58
Hoeveel procent van de levermetastasen is niet resectabel?
80%
59
Hoe werkt het HPV virus?
eerst onderdrukking door HPV eiwitten dan integratie in gastheer dan multiple chromosoomafwijkingen
60
Wat is MRD?
kleine hoeveeelheid leukocyten die over is na behandeling dit kan je alleen met een flowcytometrie meten
61
wat zijn complicaties van pleuravocht?
pneumothorax bloeding infectie
62
Wat kan je geven bij een EGFR mutatie?
TKI
63
waar zaait longkanker wel en zelden naar uit?
wel: hersenen, bot, bijnieren en lever zelden: huid, darmen en ogen
64
wat zijn indicaties van opioidrotatie?
onvoldoende effect/ pijnreductie te veel bijwerkingen
65
wat is de 5 jaarsoverleving van longkanker?
stadium 1 = 90 % stadium 4 = 4%
66
bij welke longkanker vorm kan je geen immuno of targeted therapie geven in stadium 4?
kleincellig
67
wat is de deficit incidence?
borstkankerincidentie < baseline incidentie in leeftijdsgroep die geen screening meer heeft
68
welke mutaties komen veel voor bij triple negatief mammacarcinoom?
BRCA1 en PALB2 mutatie
69
waar zaait een lobulair mammacarcinoom naar uit?
leptomenigeaal ovaria holle organen peritonitis carcinomatosa
70
waar wordt PET en CT voor gebruikt bij maagkanker?
stadiering voor diagnose wordt een gastroscopie + biopt gebruikt
71
wanneer is een PCC hoog risico?
- immunsupressie - sleafdiffrenteerd - invasie > 6mm - perineurale groei - spier ingroei
72
wat is een hemicolectomie?
verwijderen laatste 1/3 trans, dan descendens en signoideum
73
wat geeft de SE aan?
hoever het steekpreofgemiddelde van het populatie gemiddelde ligt
74
Bij welke gleason score doe je active surveillance?
3+3
75
Hoe kan je bij het testen van een drug zeker weten of het werkt?
met een tumorkweek alleen
76
welk model heeft grotere betrouwbaarheidsintervallen?
random effects model
77
waardoor komt de variatie in BI's bij een fixed model?
door steekproefvariatie
78
wat is de meest toegepaste palliatieve therapie bij prostaatkanker?
androgeenprivatie
79
welke kwaliteitscontroles gebruikt je bij welke soort studie?
non RCT: newcastle- ottowa RCT: jadad en verhagen
80
Hoe verhoogd grapefruit de geneesmiddelconcentratie?
blokkeerd CYP 3A4 die het af hoort te breken
81
wat is het verschil tussen een tumor als het respons geeft op therapie of als je het juist progressie toont?
respons: target/ pathway geremd, necrotisch en avitaal progressie: pathway is er nog, vitale tumor, secundaire mutaties
82
welke therapie is aangewezen bij een BRAF mutatie?
immuunotherapie en targeted: BRAF en MEK remmers
83
Hoe zorgt E7 voor proliferatie?
bindt aan pRB --> E2F komt vrij dit stimuleerd expresssie celcyclus regulerende genen
84
Wat moet je weten voor een boedtransfusie?
- zwanger - eerdere transfusie - ABO antistoffen - rhesus - irregulaire antistoffen
85
waar staat HLA voor?
humane leukocyten antigenen
86
hoe weet je of leukemie lymfatisch of myeloid is?
immunofenotypering
87
wanneer bestraal je bij botmetastasen?
alleen bij klachten ervan
88
wat zijn redenen voor onderzoek naar afstandsmetastasen?
-cT4 - palpabele N (2/3) - rugpijn - kanker eerder in dezelfde borst - 2e primaire tumor
89
welke mutatie komt veel voor bij lobulair mammacarcinoom?
CHek2 1100del mutatie
90
wat is m paget?
DCIS uitbreiding naar de huid
91
met welke 2 groepen kan je onderzoek doen naar borstkankersterfte door screening?
vrouwen die wel en niet doodgaan door borstkanker
92
waarmee kunnen we heterogeniteit meten?
subgroepanalyse en metaregressie
93
4 grotere steekproef =
2x zo grote SD
94
wanneer kan je publicatiebias zien?
assymetrisch funnel plot
95
hoe kan een melanoom metastaseren?
satelliet, lymfogeen en intransit
96