week 1 Flashcards

VBR (42 cards)

1
Q

Wat is het privaatrecht?

A

-het geheel van de regels voor onderlinge verhoudingen tussen personen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is het materiële privaatrecht?

A

-Gaat over de inhoudelijke regels van rechten en plichten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is het formele privaatrecht?

A

-Gaat over hoe je materiële rechten en plichten kunt afdwingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is het vermogensrecht?

A

regels betreffende rechten en plichten die tot het vermogen van van de mens of een rechtspersoon behoren

Bw 3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is kenmerkend aan het vermogensrecht?

A

Ze kunnen worden overgedr

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waarover gaat het verbintenissenrecht?

A

Onderdeel van het vermogensrecht

Regelt juridische relaties waarbij de ene partij iets moet (een prestatie leveren/debiteur) en de andere partij recht heeft op die prestatie (crediteur)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is een verbintenis?

A

Een vermogensrechtelijke band tussen twee of meer personen waarbij de 1 tot prestatie gerechtigd is (crediteur) en de ander tot prestatie verplicht is (debiteur)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn de twee kenmerken van een verbintenis?

A

Het gaat om een verplichting -> Dat een persoon een recht heeft op een door een andere persoon te verrichten prestatie, terwijl die ander tegenover de eerste verplicht is tot het verrichten van de prestatie

Hij is van vermogensrechtelijke aard -> het heeft een financiële waarde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Welke 7 bronnen van verbintenissen zijn er?

A

Natuurlijke verbintenis

Rechtmatige daad

Onrechtmatige daad

Onverschuldigde betaling

Ongerechtvaardigde verrijking

Zaakwaarneming

Overeenkomst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

De 3 elementen van een verbintenis (actieve kant)

A

Actieve kant = schuldeiser

Kern: Vorderingsrecht -> Het recht om iets van een ander te mogen eisen

Veroordelingsmogelijkheid: Rechtsvordering -> het in gang zetten van een procedure om het recht af te dwingen

Executiemogelijkheid: Executierecht -> hoe rechterlijke uitspraken worden uitgevoerd als iemand niet vrijwillig nakomt (deurwaarder bijv.)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

De 3 elementen van een verbintenis (passieve kant)

A

Passieve kant = schuldenaar

Kern: Schuld -> de verplichting om een prestatie te leveren

Veroordelingsmogelijkheid: Aansprakelijkheid -> De rechter kan de schuldenaar veroordelen tot nakoming, betaling of schadevergoeding

Executiemogelijkheid: uitwinbaar -> betekent dat een verbintenis in de praktijk kan worden afgedwongen door executie (bijv. beslag, verkoop, ontruiming) , schuldeiser kan beslag leggen op vermogen schuldenaar

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe ontstaat een verbintenis? (3 manieren)

A

6:1 Bw -> uit de wet voortvloeien

De wet wijst rechtstreeks feiten aan als bron van een verbintenis (overeenkomsten en rechtmatige daden)

De wet wijst via het ongeschreven recht bepaalde feiten aan als bron van een verbintenis (onrechtmatige daad)

De wet wijst geen directe bron aan, het feit doet echter toch een verbintenis ontstaan, omdat dit past in het stelsel van de wet, en aansluit bij de in de wet geregelde gevallen (Quint/te Poel)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is een overeenkom

A

meerzijdige rechtshandeling, altijd tot stand indien er 2 of meer personen betrokken zijn (de afspraak)

uit een overeenkomst ontstaan juridische verplichtingen als er een wil en een verklaring is -> verbintenis(sen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is het verschil tussen een verbintenis en een overeenkomst?

A

Een overeenkomst is een afspraak tussen twee of meer partijen

Een verbintenis is de verplichting die voortvloeit uit een afspraak

Kortom: een overeenkomst maakt verbintenissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is een rechtsregel?

A

Een regel die bepaalt wat verboden, toegestaan of verplicht is, onderdeel van het objectieve recht (algemene geldende regels)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is een rechtsfeit?

A

een gebeurtenis of handeling in de werkelijkheid waaraan het recht een gevolg verbindt. Door dat feit ontstaat, verandert of eindigt een recht of verplichting.

Hoeft niet met een beoogt rechtsgevolg te zijn -> bloot rechtsfeit (18 worden)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is een rechtsgevolg?

A

het juridische gevolg dat uit een rechtsfeit voortvloeit, bijvoorbeeld dat iemand eigenaar wordt, moet betalen of aansprakelijk wordt.

18
Q

Wat is een rechtshandeling?

A

Een handeling die een rechtsgevolg beoogt

Elke rechtshandeling is ook een rechtsfeit

19
Q

2 benodigdheden voor een rechtshandeling:

A

Wil -> een rechtsgevolg beoogde wil

Verklaring -> 3:37 Bw

20
Q

Verschil rechtshandeling en rechtsfeit:

A

Verschil ligt vooral in de bedoeling

Rechtshandeling: je wil een juridisch gevolg

Rechtsfeit: je wil niet perse een rechtsgevolg, maar het gebeurt automatisch volgens de wet

21
Q

Wat is een meerzijdige rechtshandeling?

A

Vereist samenwerking meerdere partijen

Meerdere wils en meerdere verklaringen

22
Q

Wat is een eenzijdige rechtshandeling?

A

Door 1 partij tot stand gebracht

Testament opmaken

23
Q

Wat is een feitelijke handeling?

A

Een feitelijke handeling is een gewone handeling of gebeurtenis waar het recht soms gevolgen aan verbindt, ook al wilde je dat zelf niet.

24
Q

Wat is een onrechtmatige daad?

A

Het is iets doen of nalaten wat niet mag, waardoor iemand anders schade heeft en recht heeft op vergoeding.

25
Wat is een ongerechtvaardigde verrijking?
Iemand wordt rijker ten koste van een ander zonder geldige reden, ook zonder dat er een betaling is gedaan.
26
Wat is rechtmatige daad?
??
27
Wat is een natuurlijke verbintenis?
De prestatie is niet afdwingbaar 6:3 Bw Ontstaan uit een morele verplichting of een maatschappelijke opvatting
28
Wat zegt Asser over de rechtsgeschiedenis?
rechtshistorie degelijk van belang Rechtsvorming kan alleen geschieden vanuit het oogpunt van continuïteit van het recht -> het recht moet voorstelbaar ‘de beoefenaar van het recht’ moet de regels kennen, maar ook weten waarom het is ontstaan
29
Twee sectoren rechtbank waar civiele procedures worden behandeld:
sector kanton: kantonrechter spreekt alleen recht sector civiel: bevoegd om kennis te nemen van zaken in eerste aanleg die niet tot de competentie van kantonrechter zijn
30
2 soorten overeenkomsten:
Wederkerige overeenkomsten: beide partijen nemen over en weer verplichtingen aan Eenzijdige overeenkomsten: 1 partij heeft een verplichting, schenking bijv., 1 partij die er recht op heeft, gaat niet beide kanten op, schenker geeft, ontvanger hoeft niks terug te doen
31
2 soorten eenzijdige rechtshandelingen:
Gerichte eenzijdige rechtshandeling: kan je in je eentje verrichten maar gericht op jegens iemand, aanbod van iets, aanvaarding van iets Ongerichte eenzijdige rechtshandeling: aan niemand anders gericht, testament
32
Privaatrecht is ook een beetje publiekrecht om 4 redenen:
Privaatrecht ziet op rechtsverhoudingen tussen burgers onderling Privaatrecht is nog steeds recht: zo nodig dwingt de overheid burgers tot naleving van onderlinge rechten en plichten Handhaving van privaatrecht is een staatstaak Privaatrecht behelst dus ook relatie tussen overheid en burger
33
Van materieel privaatrecht naar formeel privaatrecht (3 stappen)
Verbintenis omvat vorderingsrecht van crediteur -> daar tegenover schuld van debiteur Vorderingsrecht geeft crediteur een rechtsvordering: bevoegdheid om rechter te vragen debiteur te veroordelen Crediteur kan dan bij debiteur ‘verhaal halen’
34
Feiten Quint /Te Poel:
Quint was overeengekomen met Hubertus (broer van Heinrich), dat Quint onder meer twee winkelhuizen zou gaan bouwen op een terrein in Heerlen. Quint heeft tijdens het werk alleen te maken gehad met Hubertus. Als de huizen worden opgeleverd blijkt dat Hubertus geen geld en vermogen heeft om iets op te verhalen. Het perceel blijkt achteraf niet van Hubertus te zijn, maar van Heinrich. Heinrich is eigenaar geworden van de winkelhuizen. Quint kan zijn vordering niet verhalen op Hubertus  Quint probeert te verhalen op ongerechtvaardigde verrijking, maar het probleem was dat ongerechtvaardigde verrijking in die tijd als bron voor verbintenis in de wet ontbrak
35
Rechtsvraag Quint/Te poel:
Kan een verbintenis ontstaan, wanneer deze niet uit de wet voortvloeit?
36
HR overwegingen Quint/Te Poel
HR maakt duidelijk dat het begrip ‘uit de wet voortvloeit’ 6:1 BW niet betekent dat een verbintenis altijd letterlijk op een wetsartikel moet steunen  Ook buiten expliciete bepalingen kunnen verbintenissen ontstaan, zolang de oplossing maar past in het stelsel van de wet Toch oordeelt HR dat ongerechtvaardigde verrijking geen bron voor verbintenis is, omdat Quint makkelijk had kunnen nagaan wie eigenaar van het perceel was
37
Belang voor de rechtspraktijk Quint/Te Poel:
niet elke verbintenis hoeft voort te vloeien uit de wet, maar als het in het stelsel van de wet past  6:1 moet ruim worden uitgelegd, een verbintenis hoeft niet altijd uit de wet te volgen "voortvloeien"
38
Feiten Goudse bouwmeester:
De gemeente Gouda heeft aan aannemersbedrijf Bergeijk de bouw van 104 volkswoningen gegund. K. was destijds de bouwmeester bij gemeente Gouda. K. had 35.000 F. aan steekpenningen ontvangen om aannemer Bergeijk te kiezen. Toen college burgemeesters en wethouders daarachter kwamen, heeft K. het geld in de gemeentekas gestoken, om te voorkomen dat hij werd ontslagen. Daarna werd hij alsnog ontslagen en K. vordert nu de 35.000 F terug op grond van een onverschuldigde betaling.
39
Rechtsvraag Goudse bouwmeester:
Kan K. de 35.000 F. terugvorderen op grond van de onverschuldigde betaling?
40
HR overwegingen Goudse bouwmeester:
Hof had geoordeeld dat K. het geld had gestort uit een gevoel van berouw en fatsoen, en dus door die storting vrijwillig heeft willen voldoen aan een natuurlijke verbintenis Hof concludeerde dat er sprake was van een natuurlijke verbintenis, geen terugvordering mogelijk HR volgde het hof Wetshistorische interpretatie, Code Civil  HR erkent de grond van een natuurlijke verbintenis die ontstaat uit moraal en fatsoen
41
Belang voor de rechtspraktijk Goudse bouwmeester:
Het arrest bevestigde dat er verbintenissen kunnen ontstaan op grond van “dringende morele verplichtingen” — ook wanneer geen formele (afdwingbare) contractuele of wettelijke verplichting bestaat
42
Wat is zaakwaarneming?
Iemand handelt voor een ander zonder dat diegene daarom heeft gevraagd, maar doet dat om diens belangen te behartigen.