week 2 Flashcards

VBR (40 cards)

1
Q

3 beginselen van het contractenrecht

A

Contractsvrijheid: Partijen zijn vrij om overeenkomst te sluiten met wie, waarover en wanneer zij willen (ongeschreven recht)

Vormvrijheid (consensualisme): 3:37 lid 1 BW, alle manieren om een overeenkomst uit te drukken is genoeg, het gaat erom of er een wilsovereenstemming is

Verbindende kracht overeenkomst (pacta sunt servanda): belofte maakt schuld, afspraken moeten worden nagekomen (6:248 lid 1, 3:296 lid 1 BW)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Verbintenis:

A

Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee personen

Debiteur (plicht) -> Crediteur (recht)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Bronnen van verbintenissen:

A

hoe een verbintenis ontstaat (overeenkomst, onrechtmatige daad)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Onrechtmatige daad:

A

een handeling of nalaten waarmee iemand een ander schade toebrengt, terwijl dat niet had gemogen volgens de wet of maatschappelijke regels

-> verbintenis tot betalen schadevergoeding

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Koopovereenkomst:

A

Juridische afspraak waar twee verplichtingen uit voortvloeien

-> verbintenis is de verplichting tot betalen, een is verplicht tot betaling en de ander is verplicht tot levering

-> twee verbintenissen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Vereisten overeenkomst als rechtshandeling:

A

Een gedraging is pas een rechtshandeling als de wil daartoe door een verklaring is geopenbaard

De wil is gericht om het juridisch afdwingbaar maken

Bij meerzijdige rechtshandeling is er sprake van een wilsovereenstemming = in elkaar grijpende wilsverklaringen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat als de wil en verklaring niet overeenstemmen, door bijv. verspreking of misverstand?

A

Er is dan geen rechtshandeling tot stand gekomen

Tenzij wilsvertrouwensleer

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Rechtshandeling:

A

Een rechtsfeit dat gericht is op het tot stand brengen van een rechtsgevolg

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Rechtsgevolg:

A

verandering in bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheid van 1 of meer rechtssubjecten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Gerichte eenzijdige overeenkomsten

A

Verklaring moet persoon bereiken

Voorbeelden: Aanbod tot sluiten van overeenkomst

Ontslagname (je richt je tot je werkgever)

Opzeggen van huurovereenkomst (je richt je tot de verhuurder)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Ongerichte eenzijdige rechtshandeling:

A

Testament: de verklaring hoeft de mensen die erin staan niet te bereiken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Meerzijdige rechtshandelingen:

A

rechtshandeling waarbij de wil van twee of meer personen nodig is om een rechtsgevolg tot stand te brengen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Onderscheid feitelijke onbekwaamheid en handelingsonbekwaamheid

A

Handelingsonbekwaam (3:32): Een persoon is handelingsonbekwaam als hij/zij volgens de wet geen of beperkte rechtshandelingen mag verrichten

  • Minderjarigen en onder curatele gestelde
  • Wederpartij geen beroep op 3:35

Feitelijke onbekwaam (3:34): Een persoon is feitelijk onbekwaam als hij/zij in werkelijkheid niet in staat is om een situatie te overzien of te begrijpen, ook al is diegene juridisch wél handelingsbekwaam

-Geestesvermogens blijvend of tijdelijke gestoord (hoeft niet onder curatele gesteld te zijn)

-Wel beroep op 3:35

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Overeenkomsten:

A

Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan (6:213 lid 1 Bw)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Totstandkoming overeenkomst:

A

door aanbod en aanvaarding (6:217 lid 1 Bw)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Obligatoire overeenkomst:

A

partijen beogen een vermogensrechtelijke betrekking te laten ontstaan, waarbij de ene partij tot een bepaalde prestatie verplicht is en de andere partij tot die prestatie gerechtigd is (6:213 lid 1 Bw)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Geldigheid van het aanbod:

A

Het aanbod dient de wederpartij te hebben bereikt (art. 3:37 lid 3 Bw)

Niet nietig of vernietigd te zijn (art. 6:218 Bw)

Niet ingetrokken te zijn (art. 3:37 lid 5 Bw)

Niet Herroepen (art. 6:219-220 Bw)

Niet Vervallen (art. 6:221-222)

18
Q

Herroepelijk aanbod:

A

een herroeping is mogelijk, tenzij uit het aanbod onherroepelijkheid volgt. De aanbieder kan dus terugkomen op zijn aanbod door het in te trekken. Als het aanbod tijdig herroepen wordt, vervalt het aanbod (6:219 lid 1)

19
Q

Onherroepelijk aanbod:

A

Herroeping is niet meer mogelijk nadat het aanbod is aanvaard. (6:219 lid 2 Bw)

20
Q

Vrijblijvend aanbod:

A

Na aanvaarding kan de aanbieder nog op zijn aanbod terugkomen door haar onverwijld te herroepen.

Onverwijld = zonder vertraging.

De herroeping zal zonder vertraging dienen plaats te vinden. Dus als een vrijblijvend aanbod na aanvaarding onverwijld wordt herroepen komt er ondanks de aanvaarding toch geen overeenkomst tot stand

21
Q

Aanvaarding

A

Aanvaarding bestaat uit de verklaring van de wederpartij dat zij het gedane aanbod aanvaardt.

Een aanvaarding is een rechtshandeling en dus een tot de aanbieder gerichte wilsverklaring

22
Q

Vereisten aanvaarding

A

Aanvaarding kan in iedere vorm geschieden, tenzij anders bepaald (art. 3:37 lid 1)

Aanvaarding moet worden gericht tot de aanbieder

Aanvaarding moet inhoudelijk overeenstemmen met het aanbod

Aanvaarding moet gericht zijn op een geldig aanbod

23
Q

Totstandkoming overeenkomst:

A

Wanneer een aanbod is aanvaard, ontstaat een overeenkomst

Art. 3:37 lid 3 Bw bepaalt dat verklaring in werking treedt indien verklaring de persoon heeft bereikt tot wie zij is gericht

24
Q

Wat gebeurt er als partijen er niet uitkomen wat de overeenkomst inhoudt?

A

Rechters: De procedure bij de rechter wordt geregeld in Wb van Rv

Arbiters: arbitrage is rechtspraak door privé rechters, deze optie wordt vooral gekozen als in de overeenkomst is bepaald dat geschillen via arbitrage worden beslecht

Bindend advies: derde partij geeft advies over het geschil aan betrokken partijen

Bindende partijbeslissing: Partijen kunnen overeenkomen dat een van hen de bindende beslissing neemt

25
Functies redelijkheid en billijkheid (3):
aanvullende werking: kan ervoor zorgen dat hetgeen uit de overeenkomst voortvloeit, wordt aangevuld, zij vult hetgeen aan wat partijen ongeregeld hebben gelaten Beperkende werking: kunnen ervoor zorgen dat tussen partijen geldende regels niet van toepassing zijn, vindt alleen plaats wanneer hetgeen uit de wet of overeenkomst voortvloeit een onaanvaardbare uitkomst zou zijn Uitleg van rechtshandelingen: wanneer een overeenkomst moet worden uitgelegd omdat hij onduidelijk is, kan soms beroep gedaan worden op redelijkheid en billijkheid
26
HR Eelman/Hin Feiten:
Eelman, veehouder op Texel, verkocht zijn boerderij tegen een normaal economische prijs aan Hin Na de koop, maar nog voordat de boerderij was overgedragen, werd Eeldman onder curatele gesteld vanwege schizofrenie Curator voert aan dat Eelman niet daadwerkelijk de koop had gewild, omdat achteraf bleek dat Eelman  de boerderij had verkocht onder waanvoorstelling dat in zijn boerderij spoken huisden In de procedure komt vast te staan dat Hin niet wist en ook niet kon of behoorde te weten dat Eelman een overeenkomst had gesloten onder invloed van waanvoorstellingen Curator doet een beroep op het ontbreken van de wil van Eelman. Zonder wil is er geen sprake van een rechtshandeling (3:33 Bw), en zonder rechtshandeling is er geen sprake van een overeenkomst (6:213 Bw)
27
HR Eelman/Hin Rechtsvraag:
Is er onder deze omstandigheden een overeenkomst tot stand gekomen, gelet op het feit dat Eelman leed aan waanvoorstellingen (geestelijke stoornis)?
28
HR Eelman/Hin Overwegingen:
HR verwierp het beroep dat de curator namens Eelman deed op diens wilsontbreken Bij de beoordeeling van het al dan niet aanwezig zijn van wilsovereenstemming moet worden gelet op ‘eisen van het rechtsverkeer’.  Het rechtsverkeer eist dat degene die handelt in gerechtvaardigd vertrouwen, wordt beschermd tegen de ander die de schijn van de wil heeft opgewekt door haar verklaring In deze casus speelde onder andere mee dat er sprake was van een verkoop voor een normale economische prijs Hin mocht er dus gerechtvaardigd op vertrouwen dat de verklaring vann Eelman overeenstemde met zijn wil Er was een overeenkomst tot stand gekomen
29
HR Saladin/HBU feiten:
Saladin was klant van de Hollandsche Bank-Unie HBU adviseerde Saladin om aandelen te kopen van Savard, gepaard met aanmoedigingen die niet erg waarheidsgetrouw waren Uiteindelijk kon Savard een bepaalde garantie niet meer nakomen en eiste Saladin zijn geld terug van HBU Saladin heeft echter een akkoord getekend waarin stond dat HBU voor de transactie van Saladin en Savard geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt Dit heet een exoneratieclausule/beding
30
HR Saladin/HBU Rechtsvraag:
Kan HBU met succes een beroep doen op het exoneratiebeding in de overeenkomst?
31
HR Saladin/HBU Overwegingen
HBU kan beroep doen op exoneratiebeding HR heeft een aantal omstandigheden aangegeven die ertoe zouden kunnen leiden dat een beroep op exoneratieclausule niet kan slagen. Deze zijn niet limitatief: zwaarte van de schuld, mede in verband met de ernst van de bij enige gedraging betrokken belangen De aard en verdere inhoud van de overeenkomst waarin het beding voorkomt De maatschappelijke positie en de onderlinge verhouding van partijen De wijze waarop het beding tot stand is gekomen De mate waarin de wederpartij zich de strekking van het beding bewust is geweest
32
HR Saladin/HBU Conclusie:
HR verwerpt het beroep
33
HR Ermes c.s./Haviltex Feiten
Ernes en Lagerwerf verkopen in februari 1976 een machine aan Haviltex BV voor het snijden van steekschuim voor bloemen Tot het einde van 1976 heeft de koper het recht de machine terug te geven voor 20.000 f Haviltex wil in juli de machine retourneren, maar de verkopers accepteren dit niet omdat Haviltex geen goede reden opgaf Dit was volgens het beding echter ook niet nodig
34
HR Ermes c.s./Haviltex Rechtsvraag:
Als er onduidelijkheid heerst omtrent een bepaling uit een overeenkomst, moet dan naar de grammaticale betekenis gekeken worden, of naar de bedoeling van de partijen?
35
HR Ermes c.s./Haviltex Overwegingen
HR stelt: De vrag hoe een schriftelijk contract is geregeld komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten Het kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis kan worden verwacht -> Haviltex-norm
36
Haviltex-norm:
Je eerste aanwijzing voor het uitleggen van een leemte in een overeenkomst is dat niet enkel de taalkundige betekenis relevant is Citeer niet alleen wat het contract zegt maar neem ook de volgende stappen mee Je overweegt: “de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen Het komt aan op, hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten Twee factoren relevant Tot welke maatschappelijke kringen pp. behoren Welke rechtskennis van pp. kan worden verwacht 3) Concludeer -> aan de hand van de afwegingen kom je tot een conclusie waarin duidelijk wordt welke zin partijen aan de bepaling mogen toekennen en wat zij van elkaar mogen verwachten, neem altijd de factoren mee in de overweging
37
Hofland/Hennis Feiten:
Het gaat om een geschil tussen meneer Hofland en meneer Hennis Hofland wil zijn huis verkopen en plaatst een zeer nauwkeurige advertentie in een woongids Hennis ziet de advertentie en aanvaardt deze Als Hofland en Hennis elkaar ontmoeten om de zaken af te ronden, komt Hofland terug op zijn aanbod Hij wil zijn huis liever niet aan mensen zoals Hennis verkopen
38
Hofland/Hennis Rechtsvraag:
Is een advertentieaanbod een volwaardig aanbod?
39
Hofland/Hennis Overwegingen
Normaliter geldt dat een aanbod dat door een simpel ‘ja’ aanvaard kan worden, gezien wordt als een aanbod in de zin van art. 6:217 BW Toch is er een uitzondering Als het gaat om een product waarbij niet alleen de prijs een rol speelt en de verdere voorwaarden van de koop belangrijk zijn, maar ook de persoon die het product koopt van belang is, kan een aanbod, hoe nauwkeurig deze ook is, alleen gezien worden als een aanbod om in onderhandeling te treden HR beslist dat bij verkoop van een huis, ook de persoon van de koper een rol speelt
40
Hofland/Hennis Conclusie:
HR vernietigt uitspraak Hof, en stelt dat er geen sprake is van een koopovereenkomst, Hofland is in gelijk gesteld, Hofland hoeft zijn huis niet aan Hennis te verkopen.