Week 1A Flashcards

(23 cards)

1
Q

Drie dimensies van het bestuursrecht

Van Der Hoeven (1989)

A

1. Legitimatie: De overheid kan gezag uitoefenen doordat er legitimatie bestaat: het gezag wordt erkend door de burger en gefundeerd in wet en algemeen belang.
2. Instrumentatie: Middelen (geld, wetgeving, privaat- en publiekrechtelijk, feitelijk) en organisaties (provincies, gemeenten, enz.) waarmee de overheid haar taak uitvoert.
3. Machtsuitoefnening zelf Normering van (B:B) en rechtsbeschering tegen (B:R) overheidshandelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Rechtsbeginselen

A
  1. Legaliteit
  2. Rechtsgelijkheid
  3. Rechtszekerheid
  4. Evenredigheid

Voor het gehele recht.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

ABBB’s

A
  1. Zorgvuldige voorbereiding
  2. Motivering
  3. Gelijkheidsbeginsel
  4. Vertrouwensbeginsel
  5. Evenredigheidsbeginsel
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Behoorlijkheidsnormen

Ombudsman

A
  1. Open en duidelijk
  2. Rescectvol
  3. Betrokken en oplossingsgericht
  4. Eerlijk en betrouwbaar

Een ombudsnorm ziet niet op rechtmatig handelen, maar op behoorlijk handelen. Dus: als iemand rechtmatig een vergunning krijgt, maar diegene stelt een vraag en de ambtenaar scheldt diegene verrot. Dan heb je iets rechtmatigs gedaan, maar je niet behoorlijk gedragen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Vormen van bevoegdheidsverkrijging

A

1. Attributie: toekenning van een nieuwe bevoegdheid.
2. Delegatie: overdracht van een toegekende bevoegdheid aan een ander bestuursorgaan.
3. Mandaat: opdracht van bestuursorgaan tot uitoefening van zijn bevoegdheid aan een ander.

Let op: wetgevende bevoegdheid en beschikkingsbevoegdheid. Niet alleen het woord roepen, goed voorbeeld “Er is sprake van delegatie van deze beschikkingsbevoegdheid…”

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Attributie kan aan…

A

1. Bestuursorgaan met politieke verantwoordingsplicht: bijv. minister, college B&W, gedeputeerde staten, enz.
2. Bestuursorgaan zonder politieke verantwoordingsplicht (zelfstandig bestuursorgaan: ZBO): bijv. Autoriteit Persoonsgegevens
3. Ambtenaren: Ambtenaar wordt bestuursorgaan. Er is behoefte aan specialistische kennis.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Afdeling 10.1.2. Awb

Delegatie

A

Een bestuursorgaan (delegans) draagt een hem toekomende bevoegdheid over aan een ander (delegataris), die de bevoegdheid als eigen bevoegdheid uitoefent, art. 10:13 en 10:17 Awb.

**Wettelijke grondslag
**Art. 10:15 Awb

Niet aan ondergeschikten
Art. 10:14 Awb

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Volgorde delegatie

A

1. Delegatiegronslag
Een delegatiegrondslag is te vinden in een wettelijke regeling waarin bevoegdheid is toegekend.
Bijv. “[Delegans] is bevoegd tot overdragen aan [delegataris]”

**2. Delegatiebesluit
** Daarin kan bijvoorbeeld worden gezet dat [delegataris) nadere regels mag vaststellen.

**3. Besluit in delegatie
**Eventuele nadere regels die kunnen worden vastgesteld door [delegataris].

Grondslag zegt dat het kan. Betekent niet dat het is gedelegeerd. Dat is pas gebeurd in een delegatiebesluit. Na zo’n besluit mag de delegataris de bevoegdheid uitoefenen (besluit in delegatie).

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wet in formele zin

Hoe herken of er degelegeerd mag worden?

A

“Bij of krachtens [AMvB]”
Delegatie toegestaan!
*Uit kracht van de AMvB kan er op lager niveau delegatie worden gegeven. Er kan dan door de regering bepaalt worden in de AMvB dat bijvoorbeeld minister bevoegd is tot vastellen nadere regles in ministeriële regeling.

“Bij [AMvB]”
Delegatie niet toegestaan!
Enkel en alleen in de AMvB kan door de regering nadere regels gegeven worden.

Voorbeeld volgorde: Wifz - AMvB - ministeriële regeling

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Regelgevende bevoegdheid

A

Bijv. [bestuursorgaan] mag nadere regels stellen (algemeen!)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Beschikkingsbevoegdheid

A

Een beschikkingsbevoegdheid is de bevoegdheid om een beschikking te nemen — dat wil zeggen:
een besluit dat is gericht op een concreet, individueel geval.

Bijv. [Bestuursorgaan] mag ontheffingen/vergunningen verlenen (specifiek!). Dat bepaalt de concrete rechtspositie van de burger. Dit wordt dan weer een attributie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wetgevende bevoegdheid

A

Een wetgevende bevoegdheid is de bevoegdheid om algemene regels vast te stellen — regels die voor iedereen gelden die onder de omschrijving valt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Delegatie en verantwoordelijkeid

A
  • Aanwijzingen via beleidsregels (geen instructies), art. 10:16 Awb
  • Inlichtenplicht delegataris, art. 10:16 Awb
  • Bevoegdheid weg bij delegans, art. 10:17 Awb
  • Intrekking delegatie mogelijk, art. 10:18 Awb
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Afdeling 10.1.1 Awb

Mandaat

A

Een bestuursorgaan (mandans) machtigt een ander (mandataris) om in naam en onder juridische verantwoordelijkheid van de mandans een bevoegdheid uit te oefenen, art. 10:1 Awb, art. 10:2 Awb.
Op lager hiërarchisch niveau ‘namens’

Art. 10:1 Awb: Het nemen van besluiten in naam van een bestuursorgaan.
Art. 10:12 Awb:
Volmacht voor privaatrechtelijk handelingen.
Machtiging voor overige (feitelijke) handeling.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Mandaat en verantwoordelijkheid

A
  • Bevoegdheid blijft berusten bij mandans (art. 10:7 Awb).
  • Algemene en bijzondere instructies mogelijk (art. 10:6 Awb)
  • Niet-ondergeschikten moeten instemmen met het mandaat (art. 10:4 Awb)
  • Inlichtingenplicht mandataris (art. 10:6 Awb)
  • Intrekkingsbevoegdheid (art. 10:8 Awb)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Geoorloofdheid mandaat

A

Art. 10:3 lid 1 Awb: mandaat is geoorloofd, tenzij …;
o Verboden bij wet
o Aard van bevoegdheid > past het bij degene die het mandaat krijgt (bijv. een secretaresse die ergens 0 verstand van heeft)
o Ingrijpendheid van de bevoegdheid
o Geen omgekeerde hiërarchie
o Art. 10:3 lid 2 Awb: uitzonderingen genoemd
o Lid 3: je mag niet op zowel aanvragen als bezwaarschriften beslissen.

Ongeoorloofd: vaag mandaat. Voor mandaat is geen wettelijke grondslag vereist.

17
Q

Mandaat: overig

A

Ondermandaat, art. 10:9 Awb
Ondertekeningsmandaat
Mandaatbesluit, art. 10:5 Awb

18
Q

Is er een wettelijke bevoegdheid nodig?

A

Er moet een bevoegdheid van bestuursorganen zijn om besluiten te nemen.

Negatief overheidsoptreden (ingrijpen op vrijheden en eigendommen van burgers): er is altijd wettelijke grondslag vereist.
Positief overheidsoptreden: is niet per se wettelijke grondslag vereist.

19
Q

Delegatie of attributie?

A

Als een nieuwe bevoegdheid wordt gecreëerd vanuit een wifz (gemaakt door Regering en Staten-Generaal), dan is dat attributie.
Delegatie is het overdragen van een bevoegdheid van het ene bestuursorgaan naar het andere bestuursorgaan.

20
Q

Vrijstelling & ontheffing

A

Voor een besluit waarbij een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt voor een categorie van gevallen, wordt de term “vrijstelling” gebruikt.

Voor een beschikking waarbij in een individueel geval een uitzondering op een wettelijk verbod of gebod wordt gemaakt, wordt de term “ontheffing” gebruikt.

21
Q

Delegatie: beleidsregels vaststellen

A

Art. 4:81 Awb: delegans is in alle gevallen bevoegd om beleidregels op te stellen. Delegataris kan beleidsregels vaststellen, maar bij botsing gaan die van de delegans voor.

22
Q

Voorbeeld tentamenvraag

Op welke wijze heeft [bestuursorgaan] de bevoegdheid verkregen?

A

Er is sprake van [attributie] van deze beschikkingsbevoegdheid (of wetgevende bevoegdheid). Bestuursorgaan heeft deze nieuwe bevoegdheid hier voor het eerst gekregen (uitleg).

23
Q

Tentamen

Is er sprake van rechtsgeldige bevoegdheidsuitoefening?

A
  1. Is er een bevoegdheid?
  2. Voor welk orgaan?
  3. Hoe kan gehandeld worden?