Art. 4:84 Awb
Inherente afwijkingsbevoegdheid
Hoofdregel: Bestuursorganen moeten handelen overeenkomstig beleidsregels.
Maar inherente afwijkingsbevoegdheid (art. 4:84 Awb): … tenzij dat voor een ofmeer belanghebbende gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig* zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen
Omstandigheden
Bij beleidsregels ga je van te voren in algemene zin al na wat voor feiten en omstandigheden bij de uitoefening van de bevoegdheid van belang zullen zijn en hoe de belangen af te wegen.
ABRvS (overtreding Opiumwet)
Het kan zijn dat bepaalde feiten en omstandigheden wel zijnverdisconteerd (het gaat dus niet altijd om bijzondere omstandigheden), maar dat je alsnog van de beleidsregel moet afwijken. Namelijk wanneer de beleidsregel **onevenredig **uitpakt. Kijk hiervoor naar het concrete geval
Beleid
Algemene, niet-wettelijke regels ter uitoefening van bestuursbevoegdheid
Beleidsregels moeten bij besluit worden vastgesteld
Besluit
Art. 4:84 lid 1 Awb
Bevoegdheid vaststellen eigen beleidsregels
Bestuursorgaan kan ook beleidsregels vaststellen met betrekking tot een onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende bevoegdheid.
Bevoegdheid vaststellen beleidsregels van een ander
Art. 4:81 lid 1 en 2
Delegatie: art. 4:84 lid 1 Awb
Instructies
Beleidsregel, art. 4:84 Awb
Alleen voor beleidsregels geldt de gebondenheid op basis van art. 4:84 Awb. Voor alle andere vormen van eigen niet-wettelijke beslissingsregels moet geredeneerd worden aan de hand van de vaste gedragslijn en het gelijkheidsbeginsel. oWie zich op een gedragslijn beroept, moet aannemelijk maken dat deze bestaat (gelijkheidsbeginsel)
Art. 4:84 bevat een mogelijkheid tot afwijking van algemene beslissingscriteria die in een beleidsregel zijn neergelegd. Ook als beslissingscriteria niet in een beleidsregel zijn neergelegd kan het bestuursorgaan verplicht zijn ervan af te wijken. oEen grond voor afwijking kan gevonden worden in het evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb) of het vertrouwensbeginsel. Volgens art. 4:84 Awb moet er sprake zijn van bijzondere omstandigheden en de toepassing van de beleidsregels voor betrokkene onevenredige gevolgen heeft. Bijzondere omstandigheden impliceert dat deze niet verdisconteerd in de beleidsregels. Als deze wel zijn verdisconteerd en de betrokkene alsnog onevenredige gevolgen heeft, is de beleidsregel in strijd met het evenredigheidsbeginsel en dus onrechtmatig
Voorrang
Hoofdregel: beleidsregels prevaleren boven andere beleidsvormen, tenzij:
- Afwijkende vaste gedragslijn
- Die voor burger gunstiger is (en er geen derde-belanghebbenden zijn
De burger die zich beroept op een voor hem gunstiger vaste gedragslijn moet aannemelijk maken dat deze gedragslijn bestaat en dat de beleidsregel in de praktijk dus niet wordt toegepast. Dit is een consequentie van het gelijkheidsbeginsel (contrabeleidsregel-werking). Bewijslevering: indien afwijken van beleidsregels (bij bijv. afwijkende vaste gedragslijn moet je tegendeel aannemelijk maken).
Beleidsregel gunstiger dan vaste gedragslijn -> vertrouwensbeginsel kan meebrengen dat beleidsregel prevaleert.