Meest voorkomende psychiatrische stoornissen zwangerschap
Depressie en angststoornis
Een postpartum psychose:
Postnatale depressie
Voor een diagnose depressie dienen minimaal vijf symptomen aanwezig te zijn, waarvan minimaal één uit categorie A, gedurende langer dan twee weken.
Categorie A:
Categorie B
* Significant gewichtsverlies zonder dat dieet wordt gehouden, of gewichtstoename of bijna elke dag een afgenomen of toegenomen eetlust.
* Insomnia of hypersomnia bijna elke dag
* Psychomotorische agitatie of vertraging, bijna elke dag
* Vermoeidheid of verlies van energie, bijna elke dag.
* Gevoelens van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens bijna elke dag.
* Verminderd vermogen tot nadenken of concentreren, of besluiteloosheid, bijna elke dag
* Recidiverende gedachten aan de dood, recidiverende suïcidegedachten zonder een specifiek of een suïcidepoging, of een specifiek plan om suïcide te plegen.
Medicatie depressie tijdens zwangerschap
SSRI tijdens zwangerschap is niet voldoende onderzocht, directe consequenties lijkt het niet te hebben, lange termijn onbekend.
Behandeling postnatale depressie kan met allopregnanolon
Interactive synchrony / intrusive mothering
Een voorbeeld van een gunstig aspect van ouderschap is ‘interactive synchrony’, waarbij ouder en kind in synchronie met elkaar steeds op elkaar reageren. Deze interactie is noodzakelijk voor een jong kind om hersenverbindingen aan te maken. Een minder gunstige aspect is ‘intrusive mothering’, waarbij de moeder niet de baby volgt in zijn of haar behoefte, maar de baby inzet om aan haar eigen behoefte tegemoet te komen en daarmee de behoefte van de baby niet ziet. Deze aspecten van oudergedrag zijn dus uitingen van hersenfuncties, die samenhangen met bepaalde hersenstructuren.
De normale bevalling bevat de volgende kenmerken:
De drie stadia tijdens de baring zijn in chronologische volgorde:
ontsluitingsfase, uitdrijvingsfase en nageboortetijdperk.
Bij dit uitwendig onderzoek, ook wel Handgrepen van Leopold genoemd, worden de volgende aspecten bekeken:
POVIAS
P = portio
O = ontsluiting
V = vliezen
I = indaling
A = aard voorliggend deel
S = stand voorliggend deel
Voor het onderzoek van de portio worden er naar een aantal aspecten gekeken:
Normaal ontsluitingsbeloop
In een normaal ontsluitingsbeloop vordert de ontsluiting 1 cm per uur (nb bij multipara kan dit proces sneller verlopen). We spreken van volledige ontsluiting (10 cm) als er geen portio meer palpabel is rondom het caput.
Vlakken van Hodge
Wanneer is baringsproces begonnen?
Op het moment dat de zwangere regelmatig – om de 3 a 5 minuten – pijnlijke contracties ervaart, is in de meeste gevallen het baringsproces begonnen, waarbij de cervix ontsluit en het voorliggend deel van het kind dieper in het baringskanaal komt.
Spildraaien
Als bij de indaling van het hoofd weerstand wordt ondervonden, meestal als de bekkenbodem wordt bereikt, dwingt de uitdrijvende kracht tot een draaiing naar voren onder de symfyse. Dit wordt de inwendige spildraai genoemd. Na geboorte caput vindt uitwendige spildraai plaats.
Wat is staand caput
wanneer caput niet meer terugzakt in weeënpauze, meestal caput geboren bij volgende perswee
APGAR
Ademhaling, spierspanning, reflexen, huidskleur, hartslag
Oxytocine postpartum
Fluxus postpartum
De definitie van een fluxus postpartum is volgens de WHO richtlijn bloedverlies van meer dan 500 ml in de eerste 24 uur na de bevalling. Meer dan 1000 ml wordt als een ernstige fluxus postpartum gezien. In de Nederlandse setting wordt een fluxus postpartum gedefinieerd als bloedverlies van meer dan 1000 ml.