Er wordt gedacht aan een erfelijke vorm bij:
Presentatie primair mammacarcinoom: klachten
Lichamelijk onderzoek voor mammacarcinoom
Aanvullend onderzoek mammacarcinoom
T classificatie
N classificatie
Curatieve behandeling
De curatieve behandeling van het mammacarcinoom gaat uit van chirurgie, vaak icm systemiscshe therapie en/of radiotherapie
Goedaardige pathologie
Kwaadaardig voorstadium pathologie
Kwaadaardige pathologie
Preoperatieve diagnostiek
Liever histologisch onderzoek dan cytologische punctie -> lagere sensitiviteit en specificiteit
Classificerende diagnose is mogelijk en onderscheid tussen in situ en invasief
Fibroadenoom
Veelvoorkomende, goedaardige afwijking. Macroscopisch en microscopisch is een sterke begrenzing zichtbaar. Bestaat ut bindweefsel en 2 lagig epitheel
DCIS
Buisvorming: er is vaak microkalk zichtbaar waardoor het door screening vaker wordt gevonden. De cellen zijn sterk begrensd
LCIS
Geen symptomen en meestal geen calcificaties. Toevalsbevinding bij microscopie. Diffuus en bilateraal door verlies van E-cadherine. Patiënten worden vervolgd
Adenocarcinoom
Invasief carcinoom uitgaande van het epitheel. Het gaat uit van de TDLU (terminale ductale lobulaire unit)
- Ductaal 75%
- Lobulair 25%
Ductaal adenocarcinoom
Histologisch is buisvorming en cohesie tussen cellen zichtbaar
Lobulair carcinoom
Histologisch is diffuse groei zichtbaar, door verlies van E-cadherine
Differentiatie van invasief mammacarcinoom volgens Bloom en Richardson