ABCD Flashcards

(62 cards)

1
Q

Wat is een andere naam voor de afhankelijke t-toets?

A

gepaarde t-toets

De afhankelijke t-toets wordt gebruikt om het gemiddelde van twee gerelateerde groepen te vergelijken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de definitie van een afhankelijke variabele?

A

Een variabele waarvan de onderzoeker verwacht dat deze (deels) wordt bepaald door een onafhankelijke variabele

In experimenteel onderzoek is dit effect causaal; in observationeel onderzoek kan over causaliteit niets gezegd worden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat betekent alpha in de nulhypothese-significantietoetsing?

A

Het significantieniveau, de kritieke p-waarde

Een alpha van .05 (oftewel 5%) is de conventie, maar onderzoekers kunnen een andere waarde kiezen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is een analyse in de statistiek?

A

Een set van één of meer bewerkingen op datareeksen om uitspraken te faciliteren

Voorbeelden zijn berekeningen van beschrijvingsmaten en effectgroottes.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is een analysescript?

A

Een bestand met een reeks commando’s voor statistische analyses

Voorbeelden zijn R-scripts voor R en syntax voor SPSS.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat zijn de ankers in een zevenpuntsschaal?

A
  • Zeer onprettig
  • Zeer prettig

Deze ankers zijn de uitersten van de schaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is de betekenis van ANOVA?

A

Variantianalyse

ANOVA wordt gebruikt om de gemiddelden van drie of meer groepen te vergelijken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat zijn antwoordopties in een vragenlijst?

A

Mogelijke antwoorden op een vraag, zoals ‘een beetje prettig’ of ‘nooit’

Een antwoordoptie correspondeert met een mogelijke meetwaarde van de variabele.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is een artikel in wetenschappelijk onderzoek?

A

Een rapportage over een wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd in een wetenschappelijk journal

Artikelen hebben meestal secties zoals inleiding, methode, resultaten en discussie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is een aselecte steekproef?

A

Een steekproef waarbij elk lid van de populatie evenveel kans maakt om geselecteerd te worden

Dit maakt het mogelijk om te generaliseren van de steekproef naar de populatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat betekent attritie in een longitudinale studie?

A

Uitval van onderzoekseenheden tussen de verschillende meetmomenten

Dit kan de resultaten van de studie beïnvloeden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat zijn beschrijvingsmaten?

A
  • Centrummaten
  • Spreidingsmaten
  • Verdelingsmaten

Deze getallen beschrijven kenmerken van een datareeks.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is de definitie van betrouwbaarheid?

A

De mate waarin een operationalisatie bij herhaling dezelfde uitkomsten geeft

Betrouwbaarheid is het complement van de niet-systematische meetfout.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is een betrouwbaarheidsinterval?

A

Een interval om een schatter heen dat in een gegeven percentage van de steekproeven de populatiewaarde bevat

Voor een 95%-betrouwbaarheidsinterval bevat dat interval bij 95% van de steekproeven het populatiegemiddelde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is de betekenis van bias in onderzoek?

A

Een verstoring of vertekening bij het meten van een variabele of proces

Bias kan de validiteit van een studie aantasten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is een bimodale verdeling?

A

Een verdeling met twee toppen

Dit betekent dat er twee ‘modi’ zijn in de dataset.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is een binaire variabele?

A

Een variabele die slechts twee waarden kan aannemen

Dit wordt ook wel een dichotome variabele genoemd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is een bivariate analyse?

A

Een analyse waarbij het verband tussen twee variabelen wordt geanalyseerd

Voorbeelden zijn correlatie en t-toets.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is de definitie van blinderen in onderzoek?

A

Het afschermen van elementen van een studie voor deelnemers of onderzoekers

Dubbel blinderen betekent dat zowel deelnemers als onderzoekers niet weten wie in welke groep zit.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat is een boxplot?

A

Een grafiek waarin het minimum, eerste kwartiel, mediaan, derde kwartiel en maximum van een datareeks worden geplot

Mogelijke outliers worden apart aangegeven met stipjes.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wat is een categorische variabele?

A

Een variabele op het nominale of ordinale meetniveau

Dit betekent dat de variabele in categorieën kan worden ingedeeld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wat is de causale opvatting van validiteit?

A

Een opvatting waarbij een test als valide wordt gezien als verschillen op het construct leiden tot verschillende uitkomsten

Dit vereist inzicht in hoe een meetinstrument werkt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Wat is de definitie van causaliteit?

A

De wet van oorzaak en gevolg

In onderzoek is het belangrijk om te bepalen of de ene variabele de andere veroorzaakt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Wat betekent centreren in data-analyse?

A

Een transformatie waarbij van elk datapunt een centrummaat wordt afgetrokken

Het resultaat is dat het gemiddelde van de resulterende datareeks gelijk is aan 0.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Wat zijn **centrummaat** en **centrummaten**?
* Gemiddelde * Mediaan * Modus ## Footnote Deze maten geven een indicatie van de centrale tendentie van een datareeks.
26
Wat is de **centrale limietstelling**?
Het fenomeen dat de steekproevenverdeling van gemiddelden altijd normaal verdeeld is, tenzij de steekproef uitzonderlijk klein is ## Footnote Dit is belangrijk voor het uitvoeren van statistische analyses.
27
Wat is **Cohen’s d**?
Een effectmaat die het verschil tussen twee gemiddelden uitdrukt ## Footnote Het is gedefinieerd als het verschil tussen twee gemiddelden gedeeld door de standaarddeviatie.
28
Wat is de **Cohen’s d-verdeling**?
De verdeling van Cohen’s d, het gestandaardiseerde verschil tussen twee gemiddelden ## Footnote Deze verdeling kan gebruikt worden om de kans op een gegeven d te berekenen onder aanname dat de nulhypothese klopt.
29
Wat is de **definitie** van de steekproevenverdeling?
Een verdeling die gebruikt kan worden om de kans op een gegeven d te berekenen onder aanname dat de nulhypothese klopt ## Footnote Deze verdeling is essentieel voor statistische analyses.
30
Wat geeft de **verdeling van Cohen’s d** aan voor n = 100?
* d=0 (grijs): geen verband * d=0.20 (rood): zwak verband * d=0.50 (oranje): middelsterk verband * d=0.80 (groen): sterk verband ## Footnote Dit helpt bij het begrijpen van effectgroottes in onderzoek.
31
Wat is de rol van de **commissie Ethische Toetsing Onderzoek (cETO)**?
Een commissie die onderzoek ethisch toetst dat niet door een Medisch-ethische toetsingscommissie (METC) is getoetst ## Footnote Dit waarborgt de ethische normen in onderzoek.
32
Wat is **confirmatie** in de wetenschap?
Het bevestigen van een hypothese ## Footnote Dit kan sterke evidentie opleveren, maar iets kan nooit definitief bewezen worden.
33
Wat is een **confounder**?
Een verstorende variabele die invloed heeft op de relatie tussen twee andere variabelen ## Footnote Het uitschakelen van confounders is cruciaal voor het vaststellen van causaliteit.
34
Wat zijn de **condities** in een experiment?
De waarde van een variabele in een manipulatie ## Footnote Bijvoorbeeld, 'blootstelling aan geweld in de media' kan 'geen blootstelling' of 'wel blootstelling' zijn.
35
Wat is een **construct**?
Een psychologische variabele afgeleid van theorie, met een specifieke definitie ## Footnote Dit helpt bij het operationaliseren van variabelen in onderzoek.
36
Wat is **constructvaliditeit**?
De mate waarin interpretaties van testscores ondersteund worden door theorie en empirisch bewijs ## Footnote Dit is belangrijk voor de validiteit van psychologische tests.
37
Wat is een **controleconditie** in een experiment?
Een conditie zonder manipulatie, gematched met experimentele condities ## Footnote Dit helpt bij het vergelijken van effecten van de manipulatie.
38
Wat is **convenience sampling**?
Een steekproeftrekking gebaseerd op praktische criteria zoals toegankelijkheid ## Footnote Dit kan leiden tot een niet-representatieve steekproef.
39
Wat is de functie van **correlatieanalyse**?
De analysetechniek waarmee de correlatiecoëfficiënt wordt berekend ## Footnote Dit helpt bij het begrijpen van de samenhang tussen variabelen.
40
Wat is de **correlatiecoëfficiënt**?
Een maat voor samenhang tussen twee continue variabelen, meestal Pearson’s correlatie (r) ## Footnote De waarde loopt van -1 (negatief) tot 1 (positief).
41
Wat is een **correlatiematrix**?
Een tabel met variabelen in rijen en kolommen, met correlaties in de cellen ## Footnote Dit biedt een overzicht van de relaties tussen meerdere variabelen.
42
Wat is **covariantie**?
Het deel van de variantie dat een variabele deelt met een andere variabele ## Footnote Dit kan gestandaardiseerd worden om de correlatie te berekenen.
43
Wat is een **covariaat**?
Een onafhankelijke variabele in regressieanalyse ## Footnote Dit helpt bij het corrigeren voor andere variabelen in analyses.
44
Wat is **criteriumvaliditeit**?
De mate waarin uitkomsten van een meetinstrument samenhangen met die op een ander meetinstrument ## Footnote Dit is cruciaal voor de validiteit van tests.
45
Wat is **cross-sectioneel onderzoek**?
Een studie met slechts één meetmoment, waarbij alle data gelijktijdig verzameld worden ## Footnote Dit biedt een momentopname van de onderzochte variabelen.
46
Wat betekent **curvilineair**?
Een verband waarbij de toename in de ene variabele niet evenredig is met de toename in de andere ## Footnote Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij exponentiële relaties.
47
Wat is een **dichotome variabele**?
Een variabele die slechts twee mogelijke meetwaarden kan aannemen ## Footnote Dit maakt het veelzijdig voor statistische analyses.
48
Wat is een **diptest**?
Een analyse om te bepalen of de verdeling van een datareeks eentoppig of multimodaal is ## Footnote Dit helpt bij het begrijpen van de vorm van de verdeling.
49
Wat is een **discrete variabele**?
Een ander woord voor een categorische variabele ## Footnote Dit verwijst naar variabelen die in specifieke categorieën vallen.
50
Wat is een **doelgroep** in onderzoek?
Een subpopulatie waarop een onderzoek zich richt ## Footnote Dit helpt bij het afstemmen van de onderzoeksdoelen.
51
Wat is de **doelstelling** van een onderzoek?
Het uiteindelijke doel van de studie ## Footnote Dit geeft richting aan het onderzoeksproces.
52
Wat is een **discrete variabele**?
Een ander woord voor een categorische variabele ## Footnote Discrete variabelen zijn vaak beperkt tot specifieke waarden.
53
Wat betekent het Engelse woord **distribution**?
Verdeling ## Footnote Het verwijst naar de manier waarop waarden van een variabele zijn verspreid.
54
Wat is een **doelgroep**?
Een subpopulatie waar een onderzoek of ander project zich op richt ## Footnote Het helpt bij het definiëren van de focus van het onderzoek.
55
Wat is de **doelstelling** van een onderzoek?
Het uiteindelijke doel van het onderzoek ## Footnote Het primaire doel is om relevante onderzoeksvragen te beantwoorden.
56
Noem een algemeen geaccepteerde **doelstelling** in de onderwijswetenschappen.
Onderwijskwaliteit verbeteren ## Footnote Dit is een veelvoorkomend doel in dit vakgebied.
57
Wat is **dubbel blinderen**?
Wanneer zowel de deelnemers als de onderzoekers niet weten welke condities worden onderzocht ## Footnote Dit minimaliseert de invloed van verwachtingen.
58
Wat zijn **dubieuze onderzoekspraktijken**?
Praktijken waarbij dataverzameling, -analyse of -rapportage gebaseerd is op het verkrijgen van gewenste resultaten ## Footnote Voorbeelden zijn selectief rapporteren en flexibiliteit bij data-analyse.
59
Wat houdt **selectief rapporteren** in?
Alleen de variabelen of condities rapporteren die het gewenste effect laten zien ## Footnote Dit kan de integriteit van het onderzoek ondermijnen.
60
Wat betekent **flexibiliteit bij de data-analyse**?
Besluiten om wel of niet een extra variabele in de analyse te betrekken ## Footnote Dit kan leiden tot vertekening van de resultaten.
61
Wat is een voorbeeld van **flexibiliteit bij het opstellen van hypotheses**?
Hypotheses achterwege laten of aanpassen op basis van onderzoeksresultaten ## Footnote Dit kan de validiteit van het onderzoek beïnvloeden.
62
Wat houdt **flexibiliteit bij de dataverzameling** in?
Besluiten om extra data te verzamelen of eerder te stoppen met dataverzameling ## Footnote Dit gebeurt vaak op basis van voorlopige data-analyse.