MNOP Flashcards

(65 cards)

1
Q

Wat is een manipulatie in onderzoek?

A

De beïnvloeding van een variabele of construct door onderzoekers

Bij een manipulatie nemen deelnemers verschillende waardes aan, genaamd condities.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat is de rol van matching in een experiment?

A

Streven naar equivalentie van condities of deelnemers

Cruciaal dat condities uitsluitend verschillen op de te manipuleren variabele.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is de maximum waarde in een datareeks?

A

De hoogste waarde

Dit is een belangrijke statistische maat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat geeft de mediaan aan in een datareeks?

A

Het middelste datapunt

Bij een even aantal datapunten is het de gemiddelde waarde van de middelste twee.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wat is de functie van een medisch-ethische toetsingscommissie (METC)?

A

Toetsen of medisch-ethisch onderzoek ethisch toelaatbaar is

Dit onderzoek valt onder de WMO.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Wat is een meetfout?

A

Het verschil tussen de werkelijke waarde en de gemeten waarde

Dit kan systematische of niet-systematische meetfouten omvatten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat is een meetmodel?

A

Grafische weergave van een operationalisatie

Indicatoren worden weergegeven in rechthoeken en het construct in een ovaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Wat is een meetinstrument?

A

Een middel om een variabele bij deelnemers te meten

Het resulteert in datapunten voor elke deelnemer.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is een meetmoment?

A

Een moment waarop gemeten wordt

In een cross-sectionele studie is er één meetmoment.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat beschrijft het meetniveau van een operationalisatie?

A

De aard van de data die de operationalisatie oplevert

Hoofdsoorten zijn categorisch en continu.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is een meetschaal?

A

De schaalverdeling waarop een variabele wordt gemeten

Voorbeeld: millimeters, centimeters of meters.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is een meetwaarde?

A

Een waarde die een operationalisatie van een variabele kan aannemen

Voor leeftijd kan dit bijvoorbeeld een geheel getal zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is metadata?

A

Data over data

Bijvoorbeeld data die aangeven wanneer en hoe data zijn verzameld.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is een meting?

A

De handeling van het meten met een meetinstrument

Doel is om een variabele consistent te kwantificeren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wat is het minimum in een datareeks?

A

De laagste waarde

Dit is een belangrijke statistische maat.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat betekent modaliteit in de context van verdelingen?

A

Het aantal toppen van een verdelingsvorm

Voorbeelden zijn unimodaal, bimodaal en multimodaal.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is de modus?

A

Het meest voorkomende datapunt in een datareeks

Minder gevoelig voor outliers dan het gemiddelde.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Wat is een multilevel aselecte steekproef?

A

Een steekproef waarbij onderzoekseenheden in groepen zijn georganiseerd

Ook wel clustersteekproef genoemd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Wat is een multimodale verdeling?

A

Een verdeling met meerdere toppen

Unimodaal heeft maar één modus.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat is multipele correlatie?

A

De correlatie van alle voorspellers samen met de afhankelijke variabele

Bij enkelvoudige regressie is dit gelijk aan de bivariate correlatie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Wat is multiple testing?

A

De kans op type 1-fouten neemt toe bij het schatten van meer dan één verband

Dit kan leiden tot een hogere kans op foutieve conclusies.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wat zijn multivariate analyses?

A

Analyses met meer dan twee variabelen tegelijk

Dit omvat analyses met meerdere afhankelijke variabelen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Wat is een nameting?

A

Het meetmoment na de manipulatie

Het meetmoment voor de manipulatie wordt voormeting genoemd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Wat is een negatief scheve verdeling?

A

Een verdeling met een negatieve skewness

Dit betekent dat de verdeling linksscheef is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Wat is een **niet-systematische meetfout**?
Toevallige verstoring van het meetresultaat ## Footnote Hoe kleiner deze fout, hoe betrouwbaarder de operationalisatie.
26
Wat zijn **nominale variabelen**?
Variabelen die slechts te onderscheiden zijn met hun naam ## Footnote Voorbeelden zijn woonplaats en geslacht.
27
Wat is een **non-probability sample**?
Een steekproef waarbij de kans op opname niet bekend is ## Footnote Dit staat in contrast met probability samples.
28
Wat is een **normaalverdeling**?
Een symmetrische, eentoppige verdeling ## Footnote Gemiddelde, mediaan en modus zijn gelijk.
29
Wat is de **nulhypothese** (H0)?
De hypothese dat er geen verband is ## Footnote Bijvoorbeeld dat de effectgrootte gelijk is aan 0.
30
Wat is **nulhypothese-significantietoetsing (NHST)**?
Een methode om hypothesen te toetsen met p-waarden ## Footnote Dit heeft verschillende problemen die tegenwoordig erkend worden.
31
Wat is de **nulhypothese** in de context van significantietoetsing?
De gemiddelde is 0 in de populatie; de varianties van de drie groepen zijn in de populatie aan elkaar gelijk. ## Footnote Dit vormt de basis voor het testen van hypothesen in statistisch onderzoek.
32
Wat zijn de **problemen** met nulhypothese-significantietoetsing?
Meerdere problemen zijn bekend, waardoor de nadruk is verschoven naar de schatting van effectgroottes. ## Footnote Dit heeft geleid tot een heroverweging van hoe onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd.
33
Wat is **observationeel onderzoek**?
Onderzoek waarbij alle operationalisaties meetinstrumenten zijn, zonder variabele manipulatie. ## Footnote Dit type onderzoek kan geen conclusies trekken over causaliteit.
34
Wat is de effectmaat **omega2 (ω2)**?
Geeft het verband aan tussen een categorische variabele en een continue variabele. ## Footnote Wordt berekend bij variantieanalyse en drukt de proportie verklaarde variantie uit.
35
Wat zijn de **kwalitatieve labels** voor ω2 waarden?
* Triviaal: lager dan .01 * Klein / zwak: tussen .01 en .06 * Middelgroot / middelsterk: tussen .06 en .14 * Groot / sterk: groter dan .14 ## Footnote Deze labels helpen bij het interpreteren van effectgroottes.
36
Wat is de **ω2-verdeling**?
De verdeling van ω2, bepaald door beide vrijheidsgraden van ω2. ## Footnote Deze verdeling kan gebruikt worden om de kans op een gegeven ω2-waarde te berekenen onder de nulhypothese.
37
Wat is de **onafhankelijke t-toets**?
Een t-toets uitgevoerd op twee niet-koppelbare datareeksen. ## Footnote Dit is de standaardtoets voor het vergelijken van gemiddelden tussen twee groepen.
38
Wat is een **onafhankelijke variabele**?
Een variabele waarvan de onderzoeker een effect verwacht op een afhankelijke variabele. ## Footnote Dit effect kan causaal zijn in experimenteel onderzoek.
39
Wat betekent **onafhankelijkheid** in statistiek?
Twee variabelen zijn onafhankelijk als ze niet samenhangen. ## Footnote Dit is een belangrijke voorwaarde voor veel statistische analyses.
40
Wat is een **onderzoekseenheid**?
Iets waar data over verzameld kunnen worden, zoals mensen of instellingen. ## Footnote Dit vormt de basis voor dataverzameling in onderzoek.
41
Wat is een **onderzoeksprotocol**?
Een gedetailleerde beschrijving van de procedures die gevolgd moeten worden in een studie. ## Footnote Dit omvat richtlijnen voor de uitvoering van het onderzoek.
42
Wat is een **onderzoeksvraag**?
Bijna altijd de vraag naar het verband tussen twee variabelen. ## Footnote Dit vormt de basis voor het onderzoeksdoel.
43
Wat is **onzuiverheid** in statistiek?
Wanneer een schatter niet gemiddeld de verwachtingswaarde van de populatiewaarde heeft. ## Footnote Dit kan leiden tot systematische fouten in de resultaten.
44
Wat zijn **open-accesstijdschriften**?
Tijdschriften die gratis toegankelijk zijn voor iedereen. ## Footnote Dit bevordert de transparantie van wetenschappelijk onderzoek.
45
Wat is **operationalisatie**?
De vertaling van de definitie van een theoretisch construct naar een meetinstrument of manipulatie. ## Footnote Dit is cruciaal voor het meten van variabelen in onderzoek.
46
Wat is een **ordinaal meetniveau**?
Een variabele met meetwaarden die geordend kunnen worden, maar met onbekende afstand tussen waarden. ## Footnote Dit biedt meer informatie dan nominale variabelen.
47
Wat is een **outlier**?
Een datapunt dat extreem is en vaak een artefact van dataverzameling. ## Footnote Dit kan de resultaten van een analyse beïnvloeden.
48
Wat is de **p-waarde**?
De kans dat een verband wordt gevonden dat minstens zo sterk is als in een gegeven steekproef, onder de nulhypothese. ## Footnote Dit is een cruciaal concept in hypothesetoetsing.
49
Wat is **Pearson’s r**?
Een effectmaat die het verband tussen twee continue variabelen weergeeft. ## Footnote Waarden variëren van -1 tot 1, waarbij 0 volledige onafhankelijkheid betekent.
50
Wat zijn **percentielen**?
Kwantielen die een datareeks in 100 gelijke delen splitsen. ## Footnote Dit helpt bij het begrijpen van de verdeling van data.
51
Wat is een **populatie**?
Een theoretische groep onderzoekseenheden gedefinieerd door kenmerken. ## Footnote Populaties zijn dynamisch en omvatten ook toekomstige en verleden eenheden.
52
Wat is de **populatieverdeling**?
De verdeling van een variabele in de populatie. ## Footnote Dit bepaalt de vorm van de verdeling van steekproefscores.
53
Wat is een **populatiewaarde**?
De waarde van een bepaalde maat in de populatie, zoals het populatiegemiddelde. ## Footnote Populatiewaarden zijn altijd onbekend in steekproefonderzoek.
54
Wat is **power** in statistiek?
De kans om een verband van een gegeven sterkte te detecteren, aangenomen dat het bestaat. ## Footnote Een power van 90% betekent een kans van 90% om het verband te detecteren.
55
Wat is de definitie van **power** in de context van onderzoek?
De kans om een verband van een gegeven sterkte te detecteren, aangenomen dat dit verband bestaat in de populatie ## Footnote Een power van 90% staat gelijk aan een kans van 90% om het gegeven verband te detecteren.
56
Hoeveel deelnemers zijn nodig om 90% power te bereiken voor een middelsterke **Pearson’s r** (r = .30)?
112 ## Footnote Dit aantal is specifiek voor het detecteren van een middelsterk verband.
57
Wat zijn **poweranalyses**?
Analyses waarmee kan worden uitgerekend hoeveel deelnemers in een studie nodig zijn om een gegeven kans te hebben een verband aan te tonen ## Footnote Deze analyses kunnen uitgevoerd worden in R met het package pwr of met het softwareprogramma GPower.
58
Wat is de richtlijn voor het aantal deelnemers in een studie om met enige zekerheid conclusies te kunnen trekken?
Minimaal 100 deelnemers ## Footnote In de praktijk zijn vaak honderden deelnemers nodig, vooral bij studies die meerdere p-waarden berekenen.
59
Wat is de rol van een **predictor** in regressieanalyse?
Onafhankelijke variabelen ## Footnote Deze termen impliceren niet noodzakelijk een causaal verband.
60
Wat houdt **preregistratie** in?
Het vastleggen van onderzoeksvraag, onderzoeksopzet, methode van dataverzameling en data-analyse voordat met dataverzameling wordt gestart ## Footnote Dit helpt om flexibiliteit bij dataverzameling en rapportage te vermijden.
61
Wat is een **probability sample**?
Een steekproef waarbij elk lid van de populatie een bepaalde, bekende kans heeft om opgenomen te worden ## Footnote Dit staat in contrast met non-probability samples.
62
Wat is de definitie van **proportie verklaarde variantie**?
De proportie van de variantie in de afhankelijke variabele die wordt verklaard door de voorspeller(s) ## Footnote Dit wordt binnen regressieanalyse aangeduid met R2.
63
Wat is **publication bias**?
Het fenomeen dat het gemakkelijker is om onderzoek te publiceren dat wel een effect laat zien dan onderzoek dat geen effect laat zien ## Footnote Dit leidt tot een overrepresentatie van studies die effecten suggereren die er in werkelijkheid niet zijn.
64
Wat is een **puntschatting**?
Een schatting van een populatiewaarde uitgedrukt als een enkel getal ## Footnote Het is belangrijk om altijd betrouwbaarheidsintervallen te rapporteren naast puntschattingen.
65
Wat is **purposive sampling**?
Een vorm van non-probability sampling waarbij deelnemers weloverwogen worden geselecteerd op basis van bepaalde kenmerken ## Footnote Deze vorm wordt vaak gebruikt bij kwalitatief onderzoek.