AH Flashcards

(41 cards)

1
Q

Wat zijn de 5 functies van AHS?

A
  • gasuitwisseling: lucht van bloed naar longen
  • verplaatsen van lucht naar gasuitwisseling
  • bescherming alveolaire opp tegen uitdroging, ziekteverwekkers
  • reukzin
  • geluidsvorming
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Hoe ziet respiratoir slijmvlies/epitheel eruit? en functie?

A

cilindrisch epitheel met cilia, slijmbekercellen en stamcellen eronder = pseudomeerlagig
* mucocilaire lift = vuil verwijderen uit luchtweg
* lucht is gezuiverd en verwarmd en bevochtigd

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

welke weg gaat de lucht naar de longen?

A

via vestibulum nasi naar nasofarynx, orofarynx, larynx, trachae, bronchiën, bronchiolen, bronchioli en alveoli

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

met wat is naso- en orofarynx bekleedt?

A

meerlagig plaveiselepitheel voor bescherming van eten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Welke delen heeft het larynx?

A

epiglottis klepje op strottenhoofd voor sluiten slikken
cartilago thyroïdea en cricoïdea voor aanhechten spieren en stembanden

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is bouw trachae

A

kraakbeenringen in hoefijzervorm met epitheel met cilia en slijmbekercellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe verdelen de bronchi vanaf trachea?

A

van trachae door carina verdelen in 2 primaire bronchi dan vertakken in 3 rechts en 2 links secundaire bronchi dan tertiaire bronchi dan bronchioli > terminale bronchioli > respiratoire bronchioli > ductuli alveolaris > alveoli

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

hoe werkt bronchodilatatie en constrictie?

A

kraakbeen tot aan bronchioli
meer glad spierweefsel vanaf bronchioli,
constrictie = parasympathisch, dilatatie = orthosympatisch

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe is bouw alveolus?

A

éénlagig plaveiselepitheel met pneumocyten type I + type II (productie surfactant) + alveolaire macrofagen (verwijderen afvalstoffen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

wat is surfactant

A

bedekkingsstofje die ervoor zorgt dat de alveolus niet aan elkaar plakt waardoor ze openblijven

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is bouw respiratorisch of alveolair membraam?

A

endotheel capilair met versmolten basaal membraam met daartegen alveolair epitheel (type I)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Wat is incisura cardiaca?

A

plaats van hart in mediastinum in de thoraxholte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

hoe is de bouw van de longen macroscopisch?

A

2 lobi pulmonales sinister en 3 lobi pulmonales dexter gescheiden door fissura obliqua

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

wat is de longhilus?

A

de hoofdbronchus ingang samen met BV, lymfevaten, zenuwen in de pulmo

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe heten de sereuze membramen rond de longen

A

pleura pariëtalis en visceralis met cavitas pleuralis

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wat is het proces van externe respiratie?

A
  1. longventilatie: lucht gaat naar alveoli
  2. gasuitwisseling: O2 gaat in bloed, CO2 gaat uit bloed
  3. transport: O2 en CO2 via Hb naar weefsels
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat is het proces van interne respiratie?

A

O2 gaat van bloed naar cellen en CO2 gaat van cel naar bloed (productie energie voor mitochondria)

18
Q

Hoe werkt longventilatie?

A

lucht stroomt van hoog naar laag:
wanneer longen openstaan, door bewegen diafragma en mm intercostales ext. ,is de druk laag door vergroten volume in thorax en stroomt lucht naar binnen = wijzigen volume thorax heeft invloed op longvome

19
Q

Wat is compliantie en elasticiteit?

A

het vermogen tot uitzetten vs terugkeren naar originele vorm

20
Q

Hoe werkt inspiratie AH?

A

actief proces
diafragma (75%) duwt buikinhoud naar beneden = buikinademing
mm. intercostales ext. duwen ribben/sternum omhoog = borstademhaling

21
Q

Hoe werkt expiratie AH?

A

passief proces: relaxatie inademspieren > terug originele volume
deels geforceerde uitademing > mm intercostales + buikspieren

22
Q

wat is tidal volume (VT)

A

volledige hoeveelheid lucht in cyclus in- en uitademing verplaatst

23
Q

expiratoir reservevolume ERV?

A

hoeveelheid lucht die nog uitgeademd kan worden na een gewone ademhalingscyclus

24
Q

inspiratoir reservevolume IRV?

A

hoeveelheid lucht die nog ingeademd kan worden na een gewone ademhalingscyclus

25
wat is vitale capaciteit in AH?
IRV + ERV + ademvolume = max lucht die tijdens in ahcyclus in longen kan worden gebracht
26
wat is residuvolume in AH?
wat achterblijft in de long na max uitademen
27
wat is minimumvolume in AH?
wat achterblijft in longen na collaberen
28
hoe ontstaat een pneumothorax
holte tss visceral en pariëtale pleura is niet meer vacuum (negatieve druk) waardoor long inklapt
29
Wat is FVC?
geforceerde vitale capaciteit: maximale hoeveelheid lucht die je kunt uitademen na maximale inademing
30
Wat is EWS?
expiratoire éénsecondewaarde: hoeveel lucht je kan uitademen bij maximale inademing in één seconde (ESW/FVC = 70%)
31
wat meet de PEF?
peak expiratory flow maximale snelheid (flow rate) waarmee je uitadement
32
Wat is nodig voor goede gasuitwisseling?
* groot opp * kleine diffusie-afstand = alveolair membraam * voldoende bloed/lucht: ventilatie/perfussie * verschil in druk (van hoog naar laag bepalend voor snelheid gas diffundeert)
33
Hoe wordt O2 vervoert in bloed?
gebonden aan Hb in erytrocyten
34
Hoe wordt CO2 vervoert in bloed?
* deels in plasma, is meer oplosbaar dan O2 (7%° * deels aan Hb (23%) * deels omgezet door erytrocyten tot H+ en HCO3- diffundeert dan bloed in (70%)
35
Wat is de zuurstofsaturatie?
de hoeveelheid OxyHb/totaal Hb
36
wat is de zuurstofverbindingscurve p02?
de hoeveelheid OxyHb in totaal HB in bloed zit zakt heel traag tot 40mmHg dan gaat het snel wordt beïnvloedt door pH, temperatuur en pCO2 (=arbeid van spieren)
37
wat zijn respiratoire regulatiemechanismen voor O2 en CO2 plaatselijk?
plaatselijke regulering zuurstofafgifte en doorbloeding: vasoconstrictie minder O2 bronchodilatatie meer O2 = meer partiële druk
38
wat is een respiratoire acidose?
te lage ph <7,35 te veel CO2 in bloed = hypercapnie gevolg van hypoventilatie (veel H+ in bloed nt genoeg buffer)
39
wat is een respiratoire alkalose?
te hoge ph >7,45 te weinig CO2 in bloed = hypocapnie gevolg van hyperventilatie
40
hoe werkt de regeling van de AH in de hersenen?
Onbewust: **medulla oblongata** reguleert ritme vd inademing (dorsale) en uitademing (ventrale) krijgt info van chemoreceptoren via N IX, X en CSF en mechanoreceptoren reflexen **pons** reguleren frequentie en diepte via hogere centra (hypothalamus, limbisch systeem, cortex) Bewust: corte
41
Hering-Breuerreflex?
reageert op verandering longvolume, zorgt ervoor dat de longen niet teveel worden uitgerekt (mechanoreceptoren reflex)