Cel Flashcards

(30 cards)

1
Q

Wat zijn de 3 grote onderdelen van een standaardcel?

A

Plasmamembraam
Celkern (=nucleus)
Cytoplasma (cytosol+organellen)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Wat zijn de functies van celmembraam?

A

structurele stabiliteit
regulering uitwisseling (transport)
gevoeligheid voor omgeving (receptoren)
fysieke isolatie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Membraamkoolydraat functie en een voorbeeld?

A
  • herkenningsysteem
  • receptoren voor extracellulaire verbindingen
  • kleef-/ smeermiddel
    bv. glycoproteine, glycolipide
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Membraameiwitten?

A
  • kanaaleiwit (porie in plasmamembraam)
  • transporteiwit (transporteert stoffen)
  • verankeringseiwit (stevigheid)
  • receptoreneiwit (signalen ontvangen extracellulair)
  • herkenningseiwit (lichaamsvreemd of eigen stoffen voor immuunsysteem)
  • enzymes (katalyseren reacties)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Microvili

A

vingerachtige uitstulpingen vergroten het opp. zodat voedingsstoffen gemakkelijker kunnen worden opgenomen bv in darmkanaal

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Cilia

A

trilharen die vuil verwijderen met cyclische bewegingen bv luchtwegen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

gefaciliteerde transport

A

is passief bv glucose gaat door plasmamembraam met transporteiwit van (hoge naar lage concentratie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Actief transport

A

tegen de concentratiegradient in vergt energie (ATP) bv natrium-kaliumpomp

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Endocytose (vesiculair transport)

A

extracellulair materiaal komt de cel binnen via een blaasje

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Exocytose (vesiculair transport)

A

blaasje versmelt met plasmamembraam om inhoud af te geven aan extracellulaire ruimte bv klierproduct

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Cytoskelet Microtubili

A

holle buisjes die belangrijkste component in cytoskelet zijn, zorgen voor stevigheid en sterkte

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Centriolen

A

zorgen voor celdeling
vormen de spoeldraden die DNA strengen verplaatst

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Lysomen

A

blaasjes die verteringsenzymes bevatten nodig voor endo- en exocytose voor afbraak afvalstoffen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Peroxisomen

A

blaasjes met enzymes breken vetzuren af

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Mitochondria

A

energiecentrale van de cel, productie ATP

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Ribosomen

A

productie eiwitten op basis van DNA in de kern

17
Q

RER

A

Ruw Endoplasmatisch Recticulem: met ribosomen erop => maakt eiwit

18
Q

SER

A

Glad Endoplasmatisch Recticulem: zonder ribosomen => maakt suikers/ vetten

19
Q

Golgi-apparaat

A

groot aantal door membramen omgeven holtes (cisternae)

20
Q

Hoe verloopt eiwitsynthese?

A

Van DNA > mRNA uit de celkern naar
ofwel vrije ribosomen => vrijgemaakt in cytoplasma
ofwel RER > ribosomen wordt dan gestuurd naar GA (ciskant) om verpakt te worden verlaten GA (transkant) om ofwel:
- celmembraamvernieuwing
- exocytose in extracellulaire ruimte
- verteringseiwit in blaasje (lysosoom)

21
Q

wat doet celkern (nucleus)

A

bevat alle genetisch informatie DNA voor het functioneren
en stuurt eiwitsynthese RNA aan

22
Q

Uit wat bestaat celkern (nucleus)?

A
  • kernmembraam (uitwisseling stoffen kern en cytoplasma)
  • nucleoplasma (vloeistof in kern)
  • nucleolen (maken ribosomen)
  • chromosomen (opgerolde DNAstrengen tijdens celdeling zichtbaar)
23
Q

Wat is Chromatine?

A

niet opgerolde DNA strengen losjes (niet-deelbare cellen enkel)

24
Q

Wat is transcriptie?

A

een deel van de DNA wordt gekopieerd op een mRNA en dit wordt buiten de celkern in cytoplasma gebracht naar ribosoom

25
Wat is translatie?
de info op het mRNA wordt afgelezen op ribosoom mbv tRNA en zo wordt eiwit geproduceerd (lange keten aminozuren) wordt afgewerkt in RER en GA
26
Wat is de levenscyclus van een cel?
Interfase: - G1: celgroei, normale functie cellen - S: dna replicatie - G2: alle organellen worden verdubbeld Mitose: celdeling (2 identieke dochtercellen)
27
cytokinese
deling van het cytoplasma
28
Meiose
reductiedeling enkel bij voortplantingscellen => de helft van chromosomen dus 23 paar ipv 46
29
Wat is celdifferentiatie?
cel tijdens de ontwikkeling activeert of deactiveert celspecialisatie bv huidcel, lever-, rode bloedcel elke cel bevat genetisch info om alle cellen te maken
30
Wat doet Nucleolus?
kernlichaampjes maken ribosomen