Bloed Flashcards

(29 cards)

1
Q

Wat is en wat is de functie v bloed

A

vloeibaar BW: cellen in vloeibare matrix
* transport voedings-, afvalstoffen
* stabiel houden pH en ionen
* beperken bloedverlies (trombocyten)
* verdedigen gifstoffen en ziekteverwekkers (Leukocyten, AS)
* stabiliseren lichaamstemperatuur

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Uit wat bestaat plasma?

A
  • 7% plasma-eiwitten: Albuminen (eiwit COD), Globulinen (AS= immuunglobulines en transporteiwitten bv lipoproteïnen), Fibrinogeen
  • 92% water
  • 1% andere opgeloste stoffen: elektrolyten, voedingsstoffen, afvalstoffen
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

wat is de samenstelling van bloed?

A

55% plasma
45% celfragmenten = 99% erytrocyten en 1% leukocyten en trombocyten

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat is hematocriet

A

volumepercentage erytrocyten in het bloed meestal 45% packed cell volume
4,5mio/mm3

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

hoe ziet een erytrocyt eruit? Hoe lang leeft die?

A

een biconcaaf schijfje (dun centraal dikke rand):
- heeft een groot opp voor diffusie
- flexibel door nauwe capillaire geperst
120 dagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

wat is hemoglobine Hb?

A

Hb is een eiwit in erytrocyt (95%) nemen zuurstof op in longen en nemen CO2 op in weefsel en af in longen

Eiwit met 4 subeenheden (globine) met elk een haemmolecule waar zuurstof aan verbindt (zwakke verbinding) Oxyhemoglobine of Carbon monoxide (sterke verbinding) Carbaminohemoglobine

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Wat gebeurt er met hemoglobine als die herbruikt worden?

A

Macrofagen (in lever, milt, beenmerg) recycleren deze in:
Haem:
- biliverdine > bilirubine wordt gebonden aan albumine > verwerkt door lever, gal, darmen > faeces, urine
- Fe > gebonden aan transferrine (eiwit dat Fe transporteert) > ferritine in beenmerg, lever en milt (voorraad)
Globine aminozuren (nieuwe eiwitten)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

wat is pluripotent?

A

ongedifferencieerde stamcellen kan nog uitrijpen to verschillende soorten (celdifferentiatie)

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Hoe werkt het rijpingsstadia van een erytrocyt?

A
  1. uit rood beenmerg > hemocytoblasten
  2. wordt myeloide stamcellen mbv multi CSF (colony stimulating factor) en EPO
  3. wordt erytroblast > stoot kern af
  4. wordt reticulocyten
  5. voltooien rijping in bloed tot erytrocyten
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Wat is er nodig voor Erytropoëse?

A
  • Aminozuren
  • vit B12 + intrinsic factor
  • vit B6
  • foliumzuur
  • Fe
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wanneer wordt erytropoëtine vrijgegeven?

A

wanneer er minder zuurstofconcentratie is in weefsel, wordt vrijgegeven door nieren

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Hoe werkt bloedgroepen?

A
  • op celmembraam erytrocyt oppervlakte antigenen = agglutinogenen A/B/AB
  • Agglutinogenen D op celmembraam = resuspositief Rh+, geen Ag D dan resusnegatief (15%)
How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Hoe werkt de antistoffen in bloed?

A

in bloedplasma aanwezige antistoffen agglutinines:
bij A = agglutinines B in plasma
bij B = agglutinines A in plasma
bij AB = geen agglutinines in plasma
bij O = agglutinines A en B n plasma
Geen antistoffen tegen resusfactor behalve eerder bloedtransfusie

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

Wat is agglutinatie?

A

samenklontering van het bloed als reactie van agglutinines in plasma die reageren op agglutinogeen in bloedtransfuse = kruisreactie leidt tot hemolyse = afbraak

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Hoe werkt resuszieke baby?

A

Rh- mama bevalt van Rh+ baby komt in contact met bloed baby tijdens bevalling en maakt dan anti-Ag D aan.
Bij tweede zwangerschap bij Rh+ baby gaan anti-Ag D naar baby door placenta en vergiftigen baby

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Hoe werkt immuunsysteem op binnendringen pathogenen?

A
  • aspecifiek/ aangeboren: altijd aanwezig
    bv NK-cellen, neutrofielen, monocyten
  • specifiek/ verworven: pas actief nadat lichaam aan specifiek antigeen werd blootgesteld
    bv T- en B lymfocyten
17
Q

Hoe verplaatsen leukocyten?

A
  • amoeboïde bewegingen (kruipend)
  • diapedese = kunnen tussen endotheelcellen van capillairen uit BV
  • chemotaxis = worden aangetrokken door chemische stoffen
  • fagocytose = verteren van bacterieën
18
Q

Welke types leukocyten bestaan er?

A

Granulocyten:
- Neutrofielen
- Eosinofielen
- Basofielen
Agranulocyten:
- Monocyten
- Lymfocyten: T-cellen
B-lymfocyten, NK-cellen

19
Q

Wat doet een neutrofiel, eosinefiel, basofiel?

A

Granulocyten:
- Neutrofielen: eerste aanwezig bij verwonding, erg actief fagocyten, korte levensduur, pus (dode neutrofielen + rommel)
- Eosinofielen: aanvallen voorwerpen exocytose giftige stoffen (veel bij allergie en parasieten)
- Basofielen: migreren naar verwondingen en geven stoffen af histamine en heparine (preventie stollingen ontstekingsreactie.

20
Q

wat zijn de Agranulocyten leukocyten?

A

Agranulocyten:
- Monocyten:
- Lymfocyten: T-cellen
B-lymfocyten
NK-cellen

21
Q

wat doet een monocyt?

A

Monocyten: gaan naar weefsels en worden macrofagen - fagocytose grote deeltjes

22
Q

wat doen de lymfocyten?

A

Lymfocyten:
T-cellen (= cellulaire immuniteit, cellen kapotmaken)
B-lymfocyten (=humorale immuniteit, As op bacterie in bloed),
NK-cellen: immunologische surveillance

23
Q

wat is kruistest bij bloed?

A

waar bloed en ontvanger wordt gemengd
controle op antigenen op erytrocyt niet enkel bloedgroep

24
Q

Hoe vormen Leukocyten?

A

In rood beenmerg > Hemocytoblasten >
> met Myeloïd weefsel met CSF (colony stimulating factor) bv baso-, neutro-, eosinefiel en monocyt
> met Lymföide weefsel met CSF (colony stimulating factor) bv NK, B-cellen) en thymosine (in de thymus hormoon) bv T-cellen

25
Hoe ontstaat Trombocyten?
afsnoering megakaryocyt in beenmerg = celfragmenten
26
Wat zijn de 3 fases van bloedstolling?
1. Vasculaire fase = vasoconstrictie + celmembraam endotheel begint te kleven 2. Trombocytenaggregatie = trombocyten beginnen te kleven aan endotheel en aan elkaar 3. Coagulatiefase = fibrinogeen> fibrine
27
hoe verloopt de coagulatiefase?
* 11 eiwitten (inactieve pro-enzymes) **Extrinsiek**: weefselfactor in bloedvatwand en Ca2+ (korter, sneller) **Intrinsiek**: bloedplaatjesfactor in bloedsomloop en Ca2+ (langzamer) => Factor X: Protrombine > Trombine > Fibrinogeen > Fibrine
28
Wat is klonterretractrie?
bloedplaatjes trekken samen waardoor randen van de wonden samentrekken
29
Wat is fibrinolyse?
bloedstolsel lost geleidelijk op (kapotknippen fibrinedraden) plasminogeen > weefselplasminogeenaktivator > plasmine = afbraak fibrinedraden en stolsel