ontbreken
manquer
mijn kamer opruimen
ranger ma chambre
slagen
réussir
podium
scène
daarnaast, overigs, trouwens
d’ailleurs
staan, rechtstaan
être debout
winnen
gagner
aansteken, inschakelen
allumer
uitschakelen
éteindre
vermoorden
tuer
verwonden
blesser
lopen
marcher
ontmoeten
rencontrer
wedden
parier
kussen
embrasser
antwoorden
répondre
duwen
pousser
drukken
appuyer
slaan
frapper
vangen
attraper
gooien
jeter
herstellen
réparer
betalen
payer
vieren
célébrer