opnemen, krijgen
décrocher
set, bundeltje
la liasse
glans, gloed
un éclat
trouwens, overigens
d’ailleurs
spreken, houden, verzorgen, onderhouden
entretenir
behandelen
traiter
abtterij
la pile
toespraak
l’allocution (masc)
een impuls
un élan
voelen, ervaren
resentir
verantwoordelijkheid nemen
se rendre compte
hoewel
même si
snuiven
renifler
sorry, jammer
navré
ontwikkeling
épanouissement
duidelijk, scherp
net
eventveel, zowel
autant
mompelen
marmonner
schuld, fouten (meervoud)
torts
krachtig, sterk
puissant
ondermijnen
ébranler
wrijven, schroppen
frotter
verspreiden
répandre
nauwelijks
à peine