bio 3 Flashcards

(41 cards)

1
Q

3.1

A

3.1

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

leg uit wat een soort is in de biologie.

A

Een soort is een groep organismen die samen kunnen voortplanten en vruchtbare nakomelingen krijgen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Wat is een fossiel?

A

Een fossiel is een versteend overblijfsel of afdruk van een organisme dat vroeger heeft geleefd.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Welke informatie kunnen fossielen ons geven over soorten uit het verleden?

A

Fossielen laten zien hoe organismen eruitzagen, hoe groot ze waren en soms hoe ze leefden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Wanneer behoren organismen tot dezelfde soort?

A

Als ze samen kinderen kunnen krijgen die zich ook weer kunnen voortplanten.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Waarom is het soms moeilijk om te bepalen of organismen tot dezelfde soort behoren?

A

Omdat sommige organismen veel op elkaar lijken

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe worden nieuwe soorten ontdekt?

A

Door onderzoek in de natuur en door het vergelijken van DNA.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom worden er nog steeds nieuwe soorten gevonden?

A

Omdat nog niet alle gebieden op aarde zijn onderzocht en sommige soorten heel klein of moeilijk te vinden zijn.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat betekent het als een soort is uitgestorven?

A

Dat er geen enkel levend individu van die soort meer op aarde is.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

3.2

A

3.2

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat betekent het begrip biodiversiteit?

A

Het aantal verschillende soorten organismen dat in een bepaald gebied voorkomt.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Welke vier hoofdgroepen van organismen zijn er?

A

Dieren, planten, schimmels en bacteriën.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is het verschil tussen cellen van bacteriën en cellen van planten, dieren en schimmels?

A

Bacteriën hebben geen celkern, terwijl planten, dieren en schimmels wel een celkern hebben.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

hoeveel verschilende soorten organismes leven er op aarde

A

ongeveer 8,7 miljoen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

wat was de eerste leven op aarde

A

cellen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

waneer is er leven op aarde ontstaan

A

1 miljoen jaar na het begin van het aarde

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

in welke hoofdgroepen kan je de aarde verdelen

A

dieren planten schimmels bactereien

18
Q

wat is een gaap

A

nakomeling van een vadergeit en een moederschaap

19
Q

wat is een schijt

A

als de vader een schaap is en de moeder geit is

20
Q

welke verschilende symetrie zijn er

A

Tweezijdig symmetrisch:Meerzijdig symmetrisch Radiaal symmetrisch

22
Q

uitleggen hoe een wetenschappelijke naam van een soort is opebouwd.

A

de eerste naam noem je de geslachts naam de tweede naam is de soortnaam

22
Q

Waarom is het handig om organismen te ordenen?

A

om overzicht te houden

23
Q

Op basis waarvan worden organismen in de biologie geordend?

A

Op basis van kenmerken die organismen met elkaar gemeen hebben.

24
Wie bedacht het systeem van wetenschappelijke namen in de 18e eeuw?
Carolus Linnaeus.
25
Uit welke twee delen bestaat een wetenschappelijke naam?
Uit de geslachtsnaam en de soortnaam .
26
hoeveel soorten organismen zijn er op aarde
8,7 miljoen
27
hoe oud is de aarde ongeveer
4.540 miljoen
28
wat betekent het dat soorten organismen verwant zijn
dat betkent dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben
29
hoeveel soorten organismen leven op aarde
8,7 miljoen
30
welke soorten olifanten zijn er
savanne olifant bos olifanten en aziatische olifanten
31
wat betekent biodiversiteit
hiermee geef je aan hoeveel verschillende soorten er in een gebied voorkomen
32
3.4
3.4
33
wat waren de belangrijkste gebeurtenissen in het kenozoicum
eerste aapachtigen-eerste mensachtigen
34
uitleggen hoe nieuwe soorten door evolutie kunnen ontstaan.
Als een populatie opgesplitst wordt, ontstaan twee groepen die van elkaar geïsoleerd raken. en omdat ze andere leefomgevingen hebben evolueren ze zich om daar beter te kunnen leven en zo ontstaan nieuwe soorten
35
wat is seksuele selectie
uitkiezen met wie je gaat voortplanten
36
Welke informatie kunnen fossielen ons geven over soorten uit het verleden?
Fossielen laten zien hoe organismen eruitzagen, hoe groot ze waren en soms hoe ze leefden.
37
Waarom worden er nog steeds nieuwe soorten gevonden?
Omdat nog niet alle gebieden op aarde zijn onderzocht en sommige soorten heel klein of moeilijk te vinden zijn.
38
in welke hoofdgroepen kan je de aarde verdelen
Dieren, planten, schimmels en bacteriën.
39
40