gs2 Flashcards

(77 cards)

1
Q

Wat wordt bedoeld met een polis in het oude Griekenland?k

A

Een polis is een Griekse stadstaat

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
2
Q

Waarom bestond Griekenland in de oudheid niet uit één groot rijk, maar uit veel stadstaten?

A

Omdat Griekenland veel bergen en eilanden had

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
3
Q

Welke twee stadstaten worden genoemd als de machtigste van Griekenland?

A

Athene en Sparta.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
4
Q

Wat was een akropolis?

A

Een akropolis was een hoge, versterkte heuvel in de stad

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
5
Q

Waarom lagen veel Griekse stadstaten bij de zee?

A

omdat de zee belangrijk was voor handel,

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
6
Q

Welke producten verbouwden de Grieken die belangrijk waren voor de handel?

A

olijven, druiven en graan.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
7
Q

Hoe droeg de zee bij aan het contact tussen verschillende stadstaten?

A

De zee maakte handel en contact mogelijk.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
8
Q

Waarom waren de Griekse stadstaten politiek onafhankelijk van elkaar?

A

omdat elke polis een eigen bestuur had

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
9
Q

Wat is een aristocratie?

A

Een bestuursvorm waarbij de macht in handen is van een kleine groep rijke en adellijke families.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
10
Q

Welke bestuursvorm had Sparta

A

Aristocratie.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
11
Q

Wat is een tiran in het oude Griekenland?

A

Een tiran was iemand die met geweld of steun van het volk alleen de macht greep.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
12
Q

Noem één reden waarom tirannen soms populair waren.

A

ze helpden soms het volk bijv belasting verlagen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
13
Q

Wat is democratie?

A

Een bestuursvorm waarbij burgers meebeslissen over het bestuur.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
14
Q

In welke stadstaat ontstond de democratie?

A

In Athene.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
15
Q

Wie mochten meedoen aan de democratie in Athene?

A

Alleen vrije, volwassen mannen die Atheens burger waren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
16
Q

Wie mochten niet meedoen aan de democratie in Athene?

A

Vrouwen, slaven en vreemdelingen

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
17
Q

Wat geloofden de Grieken over hun goden en waar zouden deze goden wonen?

A

De Grieken geloofden in meerdere goden die op de berg Olympus woonden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
18
Q

Waarom wordt het Griekse geloof een veelgodendom genoemd?

A

Het Griekse geloof is een veelgodendom omdat ze in veel verschillende goden geloofden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
19
Q

Noem twee belangrijke Griekse goden en leg kort uit waarvoor zij stonden.

A

zues god van donder atthena godin van wijsheid

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
20
Q

Wat zijn mythen, en waarvoor gebruikten de Grieken deze verhalen?

A

Mythen zijn verhalen over goden en helden waarmee de Grieken gebeurtenissen en verschijnselen probeerden te verklaren.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
21
Q

Hoe probeerden de Grieken rampen en natuurverschijnselen te verklaren?

A

Ze verklaarden rampen en natuurverschijnselen als het werk van boze of tevreden goden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
22
Q

Wat veranderde er in het denken van de Grieken vanaf de vijfde eeuw v.Chr.?

A

Vanaf de vijfde eeuw v.Chr. gingen sommige Grieken kritisch nadenken en zochten ze logische en wetenschappelijke verklaringen.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
23
Q

Wat is het verschil tussen een mythische verklaring en een wetenschappelijke verklaring?

A

Een mythische verklaring gebruikt goden en verhalen, een wetenschappelijke verklaring gebruikt onderzoek en logisch nadenken.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
24
Q

Waarom waren filosofen zoals Socrates, Plato en Aristoteles belangrijk?

A

Zij waren belangrijk omdat ze het wetenschappelijk en filosofisch denken ontwikkelden.

How well did you know this?
1
Not at all
2
3
4
5
Perfectly
25
Wat wordt bedoeld met de culturele eenheid van de Grieken?
Met culturele eenheid wordt bedoeld dat alle Grieken dezelfde goden, mythen, taal en cultuur deelden.
26
Waarom speelden religie en goden een grote rol in het dagelijks leven van de Grieken?
omdat de Grieken dachten dat goden invloed hadden op hun leven
27
Tegen welk rijk voerden de Grieken oorlog in de Perzische Oorlogen?
De Grieken voerden oorlog tegen het Perzische rijk.
28
Waarom kwamen de Griekse stadstaten in opstand tegen de Perzen?
Omdat de Griekse stadstaten hun zelfstandigheid wilden behouden en niet door de Perzen bestuurd wilden worden.
29
Welke twee belangrijke zeeslagen wonnen de Grieken van de Perzen?
De Grieken wonnen onder andere de zeeslag bij Salamis en de slag bij Marathon.
30
Waarom werkten de Griekse stadstaten soms samen, ondanks hun onderlinge ruzies?
Ze werkten samen omdat ze een gemeenschappelijke vijand hadden: de Perzen.
31
Wat waren bondgenootschappen en waarom sloten Athene en Sparta die?
Athene en Sparta sloten die om sterker te staan tegen vijanden.
32
Wat was de rol van sport in het leven van de oude Grieken?
Sport was belangrijk voor training voor de oorlog, eer en religieuze verering.
33
Welke sporten werden beoefend tijdens de Olympische Spelen?
Onder andere hardlopen, worstelen, boksen, discuswerpen en pankration.
34
Waarom waren de Olympische Spelen ook een religieus evenement?
Omdat de Spelen werden gehouden ter ere van de god Zeus.
35
Voor wie waren sportwedstrijden en de Olympische Spelen bedoeld, en wie mochten er niet meedoen?
Ze waren bedoeld voor vrije Griekse mannen; vrouwen en slaven mochten niet meedoen.
36
In welke eeuw bereikte de Griekse kunst haar hoogtepunt?
In de 5e eeuw v.Chr. bereikte de Griekse kunst haar hoogtepunt.
37
Welke soorten gebouwen werden door de Grieken gebouwd om hun goden te eren?
tempels
38
Welke drie soorten zuilen gebruikten de Grieken in hun tempels?
Dorisch Ionisch Korinthisch
39
Waarom werden Griekse tempels vaak rijk versierd met beelden en reliëfs?
Om de goden te eren en verhalen over goden en helden te laten zien.
40
Welke materialen gebruikten Griekse beeldhouwers voor hun beelden?
marmer en brons.
41
Wat probeerden Griekse beeldhouwers zo realistisch mogelijk weer te geven?
menselijk lichaam
42
Wat was het doel van Griekse toneelstukken in de oudheid?
voor vermaak, maar ook om mensen iets te leren.
43
waneer is het partenon gebouwd
2500 jaar geleden
44
waar vindt je nog steeds de invloeden van de griekse cultuur terug
in de democratie de archietektuur en wetenschap
45
waardoor ontstonden in gl zs stadstaten
doordat de verschillende griekse gemenschappen door hogen bergen of de zee van elkaar gescheiden leefden
46
hoe gingen grieken met elkaar om en met andere volken om
vreemdelingen hadden minder rechten en meer plichten ze moesten meer betalen en mochten geen grond bezitten slaven hadden hadden helemaal geen rechten
47
wnr was de tijd van de grieken en romeinen
van 3000 v.c tot 500 n.c
48
wat is een agor
een centraal plein in de stad
49
wat is nijverheid
het maken van ambachteijke producten
50
wat waren belangrijke middelen van bestaan
landbouw handel nijverheid
51
van wie leerden de grieken muntgeld
van lydiers
52
hoe onstond er een geldeconomie
de grieken leerden van de lydiers het muntgeld het betalen met munten bleek veel handiger dan ruilen langzaam werden munten in de hele griekse wereld het betaalmiddel
53
beschrijf hoe de grieken werde bestuurd in een monarchie
r was 1 vors die de baas was
54
beschrijf hoe de grieken werde bestuurd in een aristokratie
het land werd bestuurd door de besten
55
leg uit dat er goede en slechte tiranen waren
soms was r een geweldadige heerser die aleen dacht aan zichzelf en de volk onderdrukte r waren ook goede tirannen die zochten de steun van de volk
56
benoem hoe athene de democratie beschermde
met de schervengericht
57
wat is een bestuursvorm
manier waarop een gebied bestuurd wordt
58
wat is politiek
alles wat te maken heeft met het bestuur van een stadstaat
59
noem een voorbeeld van een goede tiran
pisistratus
60
wie voerde de demo in
kleisthenes
61
welke leider was een goede spreker
perikles
62
van waneer tot waneer heeft de atheneense democratie bestaan
ongeveer 500 tot 340vc
63
wie hadden geen burgerrechten
vrouwen slaven en vreemdelingen
64
noem voorbeelden van burgerrechten
stemmen, grond bezitten
65
wat is directe democratie
de burgers stemmen zelf over wetten en nemen besluiten over de regering
66
wie zijn de bekenste filosofen uit griekenland
socrates plato aristoteles
67
beschrijf de griekse goddienst
de grieken geloofden in veel goden ze gebruikten mythen om gebeurtenissen die ze niet begrepen te verklaren
68
wat zijn sagen
verhalen uit de ilyas en de odyse
69
wat zijn de ilyas en de odyse
lange verhalen op rijm ilyias over oorlog en odyse over naar huis gaan
70
hoe gingen de griekse wetenschappers denken en onderzoeken
dingen en gebeurtenissen werden nauwkeurig onderzocht en beschreven en door logisch nadenken verklaart
71
noem een griekse wetenschapper
hypokratis
72
waar is hypokratis beroemd van
de eed van hypokratis
73
waarom steunde athene de griekse stadstaten in hun opstand
omdat Athene zich verbond met andere grieken en omdat Perzië de handel over zee bedreigde
74
wie veroverde uiteindelijk de griekse stadstaten
de masedoniers
75
hoe noem je de olypische spelen van vrouwen
heraia
76
noem de verschillende vormen van grieks toneel
tragedisch en komedisch
77